Tv-recensieHaro Kraak

Ondanks een gezellige afkeer van Jeroen Krabbé heeft hij mij als kijker toch weten te charmeren

Jeroen Krabbé praat over de zielenroerselen van Gauguin alsof hij zijn beste vriend is. Geen twijfel - wel zo prettig.

Jeroen Krabbé loopt een huis binnen in het Franse dorpje Pont-Aven. Er klinkt hoopvol pianogetingel. ‘Ik heb hier altijd naartoe gewild. Moet je kijken! Dit. Die trap.’ Hij betreedt een eenvoudige trap, met lijstjes aan de muur. Boven in het zolderkamertje met schuine muren wijst hij omlaag. ‘Die vloer. Hartstikke mooi.’

Hij kijkt uit het zolderraam, naar het uitzicht dat De Kunstenaar ook ooit heeft aanschouwd. Even vereenzelvigt Krabbé zich met hem. ‘Stel je nou toch voor’, zegt hij, ‘dat je in zo’n klein huisje zit met allemaal schilders en lekker eten, en dat inspireert elkaar. Dat je kijkt naar elkaars werk en denkt: dat doet-ie goed, dat ga ik ook eens proberen. Dát was het.’

Al drie seizoenen reist Jeroen Krabbé in zijn oude, rode Volvo langs huizen waar vroeger bekende schilders woonden. Er wordt dan altijd even gedaan alsof hij onaangekondigd aanbelt. ‘Ik ben Jeroen Krabbé’, zegt hij in het Frans, of in het Spaans als het moet. ‘Klopt het dat Paul Gauguin hier heeft gewoond? Mag ik even binnenkomen?’

Mais oui, bien sûr!

In het ouderlijk huis deelden wij vroeger een gezellige afkeer van Jeroen Krabbé. Samen lachen om een man die zichzelf bloedserieus neemt, verbindt de mens. En eerlijk is eerlijk: Krabbé geeft zijn haters meer dan genoeg voer. Zijn aanstelleritis, gepoch en almaar uitdijende beste-vriendenkring komen bij elk optreden tot uiting.

Ondanks deze aanzienlijke vooringenomenheid heeft hij mij als kijker toch weten te charmeren met zijn AvroTros-reeksen Krabbé zoekt [hier de naam van een wereldberoemde schilder]. Ironie speelt een zekere rol in dit kijkgenot, maar er is meer aan de hand.

Met een totaal vanzelfsprekende stelligheid vertelt hij over de diepste gevoelens van Van Gogh, Picasso en Gauguin, alsof hij hun beste vriend was, wat je bij Krabbé nooit kan uitsluiten. ‘Hij is verpletterd!’, zegt Krabbé over Gauguin die de opkomst van het pointillisme heeft gemist. Over het armoeiige bestaan van Gauguin: ‘Het kan hem geen donder schelen! Hij kan van niets leven.’

Het echte leven is zelden overzichtelijk, maar als Krabbé, zelf acteur en kunstenaar, een verhaal vertelt bestaat er geen twijfel - wel zo prettig. Kunstwerken staan altijd symbool voor een levensfase, vrouwen worden verlaten voor De Kunst, de wilde schilder laat zich niet temmen. Ja, Krabbé romantiseert graag, en hij is dan ook een meeslepende verteller.

Opvallend is verder dat Krabbé niet presenteert, maar zich laat interviewen door een vrouw die buiten beeld blijft en graag de rol van naïeve kijker op zich neemt. De reden is, zo stel ik mij voor, dat de verhalen spontaan overkomen en dat Krabbé niet al te zelfingenomen lijkt. Hij beantwoordt immers maar haar vragen.

Interviewster: ‘Hoe was het voor Gauguin om te gast te zijn bij zijn schoonmoeder?’

Krabbé: ‘Wat denk je?’

Ik denk dat Krabbé precies weet hoe dat voor Gauguin was.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden