FilmrecensieOnce Were Brothers

Once Were Brothers eert vooral Robbie Robertson, maar is uiteindelijk ook een hommage aan The Band ★★★☆☆

Het andere nog levende bandlid Garth Hudson wordt door regisseur Daniel Roher niet aan het woord gelaten. Je vraagt je af waarom niet.

Levon Helm, Rick Danko, Robbie Robertson, Garth Hudson en Richard Manuel in ‘Once Were Brothers'.Beeld David Gahr

De beste band van de wereld, dat was natuurlijk The Band. En die status dankt The Band vooral aan de bezielende leiding die gitarist, zanger en liedschrijver Robbie Robertson aan het gezelschap gaf. Althans, dat zegt Robbie Robertson zelf, in de documentaire Once Were Brothers.

Deze geschiedschrijving, gestuurd door die ene persoon en bevestigd door een select gezelschap pratende hoofden, is problematisch. Je zit als kijker met een knagend gevoel in het hoofd, dat zich verder gretig volzuigt met rijk archiefmateriaal, prachtige fotografie, live-opnamen en − inderdaad − de misschien wel mooiste popmuziek ooit gemaakt. Klopt dit allemaal wel?

The Band, een groep muziekvrienden die rock-’n-roll, blues, folk en country aan elkaar knoopten tot iets dat later ‘americana’ genoemd zou worden, was in de eerste plaats een collectief. Vijf briljante zangers en musici die het verleden van de Amerikaanse muziek eerden, maar tegelijk wilden opstomen in de muziekrevolutie van de jaren zestig. Ze speelden als begeleidingsband van Bob Dylan, toen die de muggenzifters van de folk bruuskeerde met zijn ‘elektrische tournee’. Ze sloten zich op in een huis in Woodstock, schreven songs en arrangeerden die tot ze perfect waren. Nog steeds als vriendengroep.

En al wordt het ‘broederschap’ steeds benoemd, we volgen vooral het levensverhaal van Robertson, die al afscheid heeft moeten nemen van Levon Helm (2012), Rick Danko (1999) en Richard Manuel (1986). Logisch ook, want de film is deels gebaseerd op zijn biografie uit 2017. Robertson prijst zichzelf als drijvende kracht achter de band. Zijn ex-echtgenote (en nog altijd hartsvriendin) Dominique Bourgeois doet omstandig hetzelfde. 

Als de film is aangeland bij het uiteenvallen van The Band, mede door drugs en drank, zegt zij dat Robbie niet meedeed aan alle uitspattingen, omdat hij nu eenmaal ‘de man met de visie’ was. En trouwens: hij was ook een fijne familieman. Altijd lief voor zijn kinderen. Once Were Brothers wordt een monument voor Robertson. Het andere nog levende bandlid Garth Hudson wordt door regisseur Daniel Roher niet aan het woord gelaten. Je vraagt je af waarom niet.

Het conflict dat ná The Band ontstond tussen Robertson en zanger en drummer Levon Helm, die vond dat hij meer credits verdiende als liedschrijver, wordt in de schoenen geschoven van Helm, die door alle drugs nu eenmaal paranoïde was geworden. Helm kan zich daar niet meer tegen verdedigen, maar Robertson vertelt nog wel dat hij Helms hand vasthield aan zijn sterfbed. 

Het slot van de film is wel ontroerend: feitelijk zien we een (te) late liefdesverklaring van Robertson aan zijn voormalige beste vriend. ‘Wat hadden we het fantastisch samen’, zegt hij. En wat maakten ze geweldige muziek.

Once Were Brothers

Documentaire

★★★☆☆

Regisseur Daniel Roher

Met Robbie Robertson, Bob Dylan, Eric Clapton, Taj Mahal, Dominique Bourgeois

100 min., in 42 zalen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden