Onbestemd verlangen

Felix van Lamsweerde spijbelde vaak het eerste uur op het gymnasium omdat juist dan de Indiase zender goed doorkwam op de korte golf....

ALS JONGEN moest hij een jaar op bed liggen om te genezen van een longziekte. Op alle uren van de dag en de nacht draaide hij aan de knoppen van zijn radiootje om verre stations op te vangen. 'In het holst van de nacht hoorde ik opeens iemand zeggen: ''En nu naar bed kindertjes.'' Dat bleek het eind van kinderprogramma van Radio Hollandia, op Nieuw Guinea.'

Het was 1948: Nederland had nog overzeese gebiedsdelen en 'het buitenland' was nog vol geheimen. Onder de vreemde klanken die de veertienjarige Felix van Lamsweerde opving, was een soort muziek die hem rechtstreeks in zijn ziel trof.

Vijftig jaar later heeft hij daar nog geen verklaring voor. 'Heimwee opwekkend', zegt hij. Maar heimwee kun je alleen hebben naar iets dat je gekend hebt. 'Ik wist van niets. Ik stelde me iemand voor die muziek maakte, in een paleis of zo. Pas toen ik beter was, ben ik achter informatie aangegaan, bij de Indiase ambassade.' Zo kwam hij ook achter de namen van musici die hij via zijn radiootje had gehoord. Sommige van hen heeft hij later naar Nederland gehaald om concerten te geven.

Er loopt een ononderbroken lijn vanaf het ziekbed van het veertienjarig jongetje tot het afscheidssymposium vrijdag van de éminence grise van de etnomusicologie, de man die de Indiase muziek in Nederland bekendheid gaf. Het 'onbestemd verlangen naar iets dat heel ver weg is', opgewekt door de klanken uit India, gaf richting aan zijn leven.

Toen zijn longen genezen waren, hoefde hij niet terug naar de deftige jezuïetenkostschool waar ook zijn vader al met tegenzin zijn middelbare schooltijd had uitgezeten. De wekelijkse celloles, in Utrecht, was het enige waarvoor hij het regime van de kostschool in Zeist mocht onderbreken. Hij was muzikaal, net als zijn beide ouders. 'Mijn vader speelde dwarsfluit en hij schilderde heel goed. Hij mocht niet naar de academie want schilder was geen fatsoenlijk beroep. Meester in de rechten is hij geworden, griffier bij het kantongerecht. Daarnaast is hij zijn hele leven blijven schilderen en fluitspelen.'

Felix heeft geen belemmering ondervonden bij het ontplooien van zijn talenten. Als gymnasiast spijbelde hij vaak het eerste uur van de schooldag omdat dan de Indiase zender goed doorkwam op de korte golf. Door het contact met radiozendamateurs was hij inmiddels veel te weten gekomen over techniek. 'Vroeger werd over de hele wereld gechat via de vereniging van zendamateurs. Een voorloper van Internet zou je kunnen zeggen. Iemand die wist dat ik ziek was, wenste me vanuit de ether beterschap. Geweldig spannend, zo'n persoonlijke boodschap uit je radio.' Meestal hadden ze het over techniek. De interesse voor techniek heeft hij ook zijn hele leven gehouden, altijd in combinatie met muziek.

'Ik heb geen absoluut gehoor, maar ik kon wel al jong goed luisteren. Intervallen onderscheiden en zo. Maar dat verklaart niet waarom ik zo open stond voor een andere muzieksoort. Nog steeds zijn er veel liefhebbers van westerse klassieke muziek die van Indiase muziek zeggen: ''Ik kan er niet tegen. Het is kattengejank.'' Ik vond het mooi, vanaf het eerste moment. Het moet puur een resonantie van snaren in mijn ziel geweest zijn.'

Later, in de jaren zestig, was het verklaarbaar waarom mensen iets herkenden als ze Indiase muziek hoorden. 'De Beatles waren beïnvloed door Indiase muziek, de grond was meer omgeploegd. In mijn jeugd was deze muziek maar bij heel weinig mensen in Nederland bekend. Ik zou niet weten wie in mijn omgeving daar destijds iets van kon weten. Ik heb wel een vrij kunstzinnige familie, maar toch vooral in de hoek van de beeldende kunst.'

Reïncarnatie?

'Het geeft een heerlijke oplossing voor een hoop vragen. Het is erg voor de hand liggend om te zeggen: dat heb ik uit een vorig leven. Ik weet geen andere verklaring, het zou aannemelijk zijn als het zo was, maar ik heb er geen heilig geloof in.'

Heeft hij dan nergens een heilig geloof in?

'Nergens. . . dat gaat heel ver om te zeggen. Vorig jaar ben ik, zonder dat ik het wist, op het randje van de dood geweest. Ik was heel ernstig ziek, in een soort van coma. Het was een nachtmerrie om mezelf te zien liggen, met al die slangen en apparaten. Ik heb in die toestand heel erg sterk gedacht aan mijn moeder, die toen pas overleden was. Ik heb gebeden dat ik mocht blijven leven, omdat er nog zo veel aan de gang was. De verantwoordelijkheid voor vrouw en kind, voor het afmaken van mijn werk. Ik was verschrikkelijk moe, en soms had ik het gevoel dat het makkelijker was om me te laten gaan. Maar ik wilde niet.'

Het woord 'verlichting' hoort naar zijn gevoel te veel bij de wereld van goeroes en volgelingen. 'Ik sta daar kritisch tegenover. Ik kan niet gepakt worden door collectieve gebeurtenissen. Het licht zien, opeens een inzicht krijgen: dat is mij nooit gebeurd. Althans niet op die manier. Na die ziekte, vorig jaar, heb ik er wel een inzicht bij gekregen: dat je blij kunt zijn met het eenvoudige feit dat je leeft. Het zonlicht in de ziekenhuiskamer deed me zo goed, toen ik me beter begon te voelen. De thuiskomst, het terugzien van mensen... Ik ben min of meer teruggekomen. God zij dank. Dat zeg ik met overtuiging, uit het diepst van mijn hart.'

Behoefte aan 'geestverruiming' heeft voor Van Lamsweerde nooit een rol gespeeld. 'Ik werd gewoon gegrepen door die muziek en probeerde er zo veel mogelijk over te weten te komen. Dat is altijd zo gebleven. Ik kende in Amsterdam wel al vroeg het kringetje van hippe mensen die bezig waren met marihuana, LSD en alle mogelijke middelen in combinatie met Indiase muziek, maar dat contact kan alleen maar door de muziek gekomen zijn, want ik heb nooit iets gebruikt. Roken deed ik toch al niet, ik heb een verschrikkelijke hekel aan rokende mensen en die lucht die overal in trekt. En verder had ik ook helemaal geen behoefte aan zulke experimenten mee te doen.'

Toen hij voor het eerst in India was, via een studiebeurs, las hij daar in een krant dat Bart Huges, een van de kennissen uit het hippe kringetje in Amsterdam, een gaatje in zijn schedel geboord had ten einde zijn geest te verruimen. 'Een treurig bericht vond ik dat.'

Het enige waarmee Van Lamsweerde experimenteerde waren klanken. De anekdotes over de technische knutsels waarmee hij de afgelopen veertig jaar zijn werkomgeving belaagde, zijn legio.

Zijn belangstelling voor techniek liep synchroon met zijn belangstelling voor de inhoud van de muziek. Hij heeft in de jaren vijftig nog eens een prijs gewonnen met een manipulatie van geluiden op band. 'Het lag in de lijn van de musique concrète, waarvan de Fransman Pierre Schaeffer de belangrijkste representant was. Stockhausen kwam daarna. Ik heb de hele tijd die moderne ontwikkeling in de muziek gevolgd. '

De etnomusicologie, de wetenschap van de niet-westerse muziek, was in de tweede helft van de twintigste eeuw van groot belang voor de ontwikkeling van de muziek in het westen. Van Lamsweerde heeft als conservator etnomusicologie van het Tropenmuseum in de afgelopen veertig jaar een internationaal befaamd geluidsarchief opgebouwd. Door het uitnodigen van musici en het organiseren van concerten stimuleerde hij de ontwikkeling van de wetenschap en tegelijkertijd de belangstelling onder een breder publiek.

'Van Lamsweerde was een belangrijke informant voor mij, toen ik aan mijn proefschrift over Ton de Leeuw werkte', zegt Rokus de Groot, docent Nieuwe Muziek aan de Universiteit van Amsterdam. 'Al lang voor de Tweede Wereldoorlog was er invloed van de Indiase muziek, maar dat was vooral in Engeland. In 1957 speelde de beroemde Ravi Shankar voor het eerst in Nederland. Van Lamsweerde heeft dat concert georganiseerd. Hij heeft een belangrijke rol gespeeld voor de ontvankelijkheid voor nieuwe muziek.'

In de jaren zestig werden niet-westerse culturen, met name de Indiase, ontdekt als 'alternatief voor de verwerpelijke westerse', memoreert De Groot. 'Met name het moment dat de Beatles zich met Indiase muziek gingen bemoeien, is van invloed. Er ontstond een hippiecultuur.' Men trok naar India, op zoek naar andere filosofie, andere religie. Sommigen kwamen terug met de blijde boodschap dat ze het licht hadden gezien. Indiase muziek werd verbonden met spiritualiteit. 'Vanuit de westerse cultuur was er behoefte dat spirituele er in te leggen', zegt De Groot. 'Voor Indiërs is het spirituele een erg intieme zaak. Daar praat men niet op zo'n extraverte, verkoopachtige manier over als hier in het westen vaak gebeurt. Het speelt wel een rol in de muziek, dat zeker.'

Van Lamsweerde: 'In 1957 werd Ravi Shankar nog gewoon als musicus beoordeeld. Jehudi Menuhin heeft ook veel gedaan om Ravi Shankar in het westen te laten spelen. Dat idealiseren van de Indiase cultuur speelde toen nog geen rol.' In het verleden hadden westerse en oosterse muziek veel gemeen, maar de westerse muziek heeft zich ontwikkeld naar meerstemmigheid, met een ingewikkelde harmonieleer terwijl de Indiase zich ontwikkelde in melodische lijnen en ritmische patronen. 'Het deel dat, althans voor sommige mensen, verwijst naar transcendentie, contact met het goddelijke, is uit de westerse muziek verdwenen. In de Indiase muziek zit die kwaliteit nog. Bij mij heeft dat, in de onschuldigste fase, heimwee opgeroepen naar iets moois waarvan ik het gevoel had dat ik het had gekend.'

Indiase muziek is stemmingsmuziek. 'Ik gebruik het voor verschillende doeleinden op verschillende momenten. Toen ik examen moest doen, om antropoloog te worden, draaide ik 's morgens op mijn kamer een plaatje, om een soort douche te krijgen, met zeer vitale zuidIndiase muziek.' Noord-Indiase muziek wil hij 's ochtens niet horen. 'Die is dromerig, romantisch, meditatief. Ze hoort bij de avond, althans voor mij.'

Oosterse en westerse muziek beïnvloeden elkaar nu meer mensen dan ooit kunnen reizen. De hang naar 'het spirituele' veroorzaakt ongekende combinaties. Gregoriaanse kerkzang, gecombineerd met Indiase sitarmuziek. Mongoolse boventoonzangers met Bulgaarse vrouwenstemmen, kawali-zangers en popmuziek: in de New Age kan alles. Van Lamsweerde: 'Soms is het fascinerend, en soms is het zonde van de oorspronkelijke muziek. Een enkele keer denk ik: dit is parelen voor de zwijnen gooien. In Frankrijk heb ik ooit een groep derwisjen gezien, die ronddraaiend op een bepaald ritme zichzelf in trance brengen. Heel indrukwekkend. Het is een onderdeel van de soefi-cultuur, een stroming binnen de islam. Tien jaar later waren diezelfde soefi's in Berlijn en vroegen de mensen in de zaal mee te komen dansen op het podium. Het was voor mij een afgang. Mensen die een cultuur vertegenwoordigen en serieus nemen, moeten dat niet doen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.