Onbeantwoorde zonen

Vroeger waren vaders in de Nederlandse literatuur mannen om hartgrondig te haten. Hoe zit dat met het nieuwe golfje vaderboeken dat we ontwaren?

Beeld Aurélie Geurts

Hoe was het ook al weer? Jongetje wordt verliefd op zijn mooie, lieve mama. Zij is van hem, van hem alleen. Zij moet hém koesteren en knuffelen. Zij moet bij hem in bed liggen. Niet bij papa. Later trouwt hij met mama. En papa, die moet dan maar weg. Oedipus zelf leed trouwens niet aan het naar hem genoemde complex: het noodlot deed hem zijn vader vermoorden. Het was de versie van Freud die een seller werd, een oerverhaal met eindeloze literaire mogelijkheden.

Ook bij ons. De gevoelige zoon die ietsje te veel aan zijn moeder hangt, is een archetype, bijvoorbeeld te zien in de romans Een vlucht regenwulpen van Maarten 't Hart (1978) en Opwaaiende zomerjurken van Oek de Jong uit 1979, of in het autobiografische werk van Simon Vestdijk, het 'kind tussen vier vrouwen'.

Vadermoordenaars en moederminnaars genoeg in onze literatuur. Allemaal mannen. In de literatuur van net na de Tweede Wereldoorlog is de vaderhaat virulent. Bij Jan Wolkers, bijvoorbeeld, is de vader de toornige, straffende instantie, plaatsvervanger van de alziende God, en de moeder de sussende bemiddelaar. In De junival zou Wolkers haar eren.

Nare vaders

Gerard Reve gebruikte in De avonden zijn vader als model voor die van Frits van Egters. Hij projecteerde flink wat haat op de slurpende, boeren en winden latende sukkel die boven ieder boek in slaap valt. In werkelijkheid was Reve senior een intellectueel, redacteur van het communistische dagblad De Tribune en prominent partijlid. Hij dompelde zijn zoon onder in de denkwereld van het historisch materialisme, met zijn ijzeren categorieën goed en kwaad, en een afkeer van religie en fantasie. Hij, een magisch denkend jongetje dat droomde van een kerstboom met lichtjes die nooit in huis kwam, ontwikkelde door de verhalen over de geknechte arbeider angsten en perverse fantasieën.

De moederfiguur komt er beter vanaf bij Reve. Uit goeiigheid koopt de moeder in De avonden een dure fles bessen-appel om oudejaar te vieren. Dat is dom, maar lief. In een gedicht heeft Reve een ontroerend visioen van zijn moeder in het hiernamaals: 'Ze had kralen om die goed pasten bij haar jurk.'

Het oeuvre van W.F. Hermans laat zich lezen als één lange wraakoefening op een vreugdeloze jeugd. Lees de Hermans-biografie van Willem Otterspeer, en de autobiografische verhalen over Richard Simmillion, en je begrijpt waarom alle Hermans-personages eenzame strijders tegen de domheid zijn. Zijn vader, een dorre onderwijzer, negeerde de intelligentie en originaliteit van zijn zoon. Die diende zich te gedragen, geen last te bezorgen of geld te kosten. Nooit werd hij aangemoedigd, altijd werd zijn oudere zus ten voorbeeld gesteld. Bij Hermans geen moeder die hem troost; hij is moederziel alleen in een sadistisch universum.

Bij de volgende generatie schrijvers is het de vader van Albert Egberts die wordt vermoord, in de romancyclus De tandeloze tijd (vanaf 1983) van A.F.Th. van der Heijden. Deze vader, een alcoholist, is thuis een monster dat vrouw en kinderen het leven zuur maakt; als hij dronken is, scheldt en slaat hij. De zoon schaamt zich verschrikkelijk voor deze huistiran, die 'een gezin had gesticht om het te kunnen tergen'. Het liefst zou hij niet geboren zijn, terugkruipen in de schoot van zijn moeder.

Deze vader keert terug in Asbestemming (1994). Dit keer niet als vader van Albert Egberts, maar van de schrijver zelf, in een 'requiem'. De toon is milder; liefde en mededogen overheersen. De zoon spiegelt zich aan de vader en wil uit de schamele rommel van diens leven poëzie smeden.

Vadergolfje

In 1994 was er een golfje van autobiografische romans over overleden ouders. Adriaan van Dis publiceerde Indische duinen, over een vader, oud-KNIL-militair, die overleed toen de zoon 11 was, een harde man die zijn zoontje sloeg om 'een echte man' van hem te maken. Nicolaas Matsier schreef Gesloten huis, waarin hij het gereformeerde gezin waarin hij opgroeide, terugroept aan de hand van nederige voorwerpen. Net als in Asbestemming hebben deze zonen begrip, ook al is niet alles goed gegaan. Datzelfde deed Maarten 't Hart eerder in De aansprekers: een poging een harde, onwrikbaar gelovige vader te begrijpen. Van Dis en 't Hart schreven veel later eerlijk en geestig over hun onmogelijke moeders, vermoedelijk de oudste bron van hun schrijverschap, in Ik kom terug (2014) en Magdalena (2015).

En nu is er een vadergolfje in de Nederlandse literatuur. Onlangs verschenen vier boeken waarin zonen het portret schrijven van hun vader. In slechts één ervan wordt een gehate, hardvochtige, wrede vader ouderwets 'vermoord', in Turis van Özcan Akyol (vorige week besproken in Sir Edmund). De mores in het in Deventer wonende Turkse gezin dat Akyol beschrijft, doen me erg denken aan de jaren vijftig en zestig.

In de andere drie wordt er juist veel van de vaders gehouden, ook al verdienen die dat misschien niet. En áls de zonen zich schamen, is dat omdat ze zich, druk met hun eigen leven, niet eerder in hun vader hebben verdiept. Alle drie de schrijvers zijn journalist: mannen die de behoefte hebben iets uit te zoeken.

As in tas

Jelle Brandt Corstius (1978) schreef As in tas, geen roman maar een verslag van de fietstocht naar Zuid-Frankrijk van een rouwende zoon die zijn hoofd wil leegmaken en weer vullen met herinneringen. In zijn fietstas zit een zakje met een beetje as van zijn vader, dat hij in de Middellandse Zee zal verstrooien.

Zijn vader was de in 2014 overleden Hugo Brandt Corstius, schrijver, columnist en taalkundige. De man die beroemd werd om zijn briljante gegoochel met woorden, die over alles en iedereen een scherpe mening had, verloor op het eind van zijn leven, toen hij dement werd, zijn taal.

As in tas is een rechttoe, rechtaan geschreven verhaal van iemand die geen enkele poging doet om zichzelf, zijn jeugd en het gezin waarin hij opgroeide interessanter te maken dan het was. Een ontwapenend boek. Brandt Corstius beschrijft alles plompverloren, zoals het was. Zijn eenzaamheid tijdens de ziekte en na de dood van zijn vader, het lege huis waarin hij na zijn bezoek aan hem terugkwam. Hij vlucht het huis uit, volgt cursussen, leert zelfs tai chi en gaat met een makelaar op pad: 'Als ik dan toch nooit een gezin zou hebben, kon ik best een woonboot kopen.'

Zelf groeide hij op in een gezin waarvan de spil, zijn moeder, wegviel toen hij 3 was. Zij had de drie kinderen gewild, maar de vader moest ze opvoeden. Dat lukte niet helemaal; ze kregen weinig aandacht en moesten veel zelf uitzoeken. Tekenend is een herinnering aan de dag waarop Jelle, 10 jaar, wegliep met zijn twee zussen. Na een uur lopen besluiten ze terug te gaan. 'We hadden ons doel toch al bereikt, door onze vader ongerust te maken.' Maar de vader zit in zijn kamer te werken en heeft niets gemerkt. Die verwaarlozende opvoeding heeft hem ook veel gebracht, vindt de zoon. Zij heeft een overlever van hem gemaakt.

Maar er zijn grenzen. Zoals die keer dat de vader zich meldde als vrijwilliger voor een reis naar Mars. 'En wij dan? vroeg ik hem daarna. Wat denk je dat je kinderen ervan vinden als je daar in je eentje op een dorre planeet woont en nooit meer terugkomt? Hij haalde zijn schouders op.'

De liefde van de zoon is hartverscheurend: 'Hij ging op de divan liggen, en ik kroop bij hem. Ik hield hem vast, moest huilen en zei hem dat ik zo verschrikkelijk veel van hem hield. Hij zei niks, maar hield mij vast en dat was genoeg.' As in tas is zo laconiek geschreven dat het nauwelijks opvalt hoe essentieel de scènes zijn die hij beschrijft, en dat er geen slechte of overbodige zin in staat.

Oberhausen

Dat geldt helaas niet voor Oberhausen van Maarten Moll. Of Molls vader model heeft gestaan voor de vader in deze roman, die na een ongeluk in Helsinki in coma ligt, weet ik niet. Maar we leren hem niet kennen en dat is geloof ik ook niet de bedoeling. De verteller wil zijn vader, die hem heeft gevraagd zijn biografie te schrijven, eigenlijk niet doorgronden.

Als ik het goed begrijp, gaat dit boek over de werking van het geheugen. Wat willen en kunnen we ons herinneren van een geliefde naaste? De verteller wil een mysterie scheppen rondom een wonderlijke man, die niet veel van zichzelf prijsgaf en enkele geheimen had. Hij wil krampachtig literatuur van hem maken. Een man die met paarden zwom. Een man met geurend haar, die voor zijn kapper shampoos testte. Een vader wiens mooie handen en Johnny Weissmuller-benen de zoon uit duizenden zou herkennen maar over wie hij zegt: 'Ik had geen idee wat hij met zijn leven had gedaan.' Eigenlijk is zijn niet-mysterieuze versie veel interessanter: een man die zijn vrouw aanbad, en die het nooit verder bracht dan tot onbeduidend kachelverkoper. De enige momenten waarop het verhaal vleugels krijgt, is als de mannen samen hun geliefde spelletje doen: alfabetische lijstjes maken van voetballers en filmsterren. Dan is er ineens intimiteit.

De man die in coma ligt, zal de biograaf niet verder helpen. De zoon leest dagelijks aan het bed een stukje voor uit het vorderende boek, aan dovemansoren. Die gekozen constructie legt een deksel op de doos met mogelijke verhalen. In de loop van 288 pagina's komen we de vader noch de zoon nader. De leegte wordt opgevuld met veel literaire verwijzingen, zinnetjes tussen haakjes of gewoon met omhaal van woorden. 'Het overhemd had de bijna onnatuurlijke kleur blauw van luchten en zwembadwater die je ziet in reisfolders over zuidelijke landen', schrijft Moll, waar 'het overhemd had de kleur van zwembadwater' had volstaan.

God sta me bij

De journalist die geheimen van zijn overleden vader ontsluiert in God sta me bij want ik ben onschuldig van Arjan Visser is er wél op gebrand alle feiten te achterhalen. Of misschien kunnen we zeggen: journalist Arjan Visser die twee verhalen op het spoor is, over zijn in de fruithandel sjoemelende vader en zijn zus die wordt verdacht van drugshandel. Want het is de vraag waarom dit boek een 'roman' moet heten - het veranderen van een paar namen maakt van werkelijkheid nog geen fictie. 'Dit boek is gebaseerd op feiten en verhalen', schrijft Visser in het nawoord, rijkelijk vaag.

In dit boek zien we Visser aan het werk, aan dit boek. Juist omdat het om zíjn vader en zus gaat, is de verteller zo voelbaar gedreven. Hij heeft het zeurende gevoel iets belangrijks uit hun leven te hebben gemist, en dat zit hem dwars. Hij houdt van zijn vader en van zijn zus, hun ontsporingen raken ook zijn bestaan. Ook al denkt hij een buitenstaander te zijn, hij hoort bij hen.

Visser schrijft een soepel, leesbaar proza. Hij fabriceert geen literaire zinnetjes, maar observeert goed: 'Er werd veel gesnauwd, maar vaker nog hield men zich doof en stom. Een gevangenis is net zoiets als een ziekenhuis, maar dan zonder medelijden.'

Als fictie zou dit thrillerachtige verhaal over twee 'zaken', die allebei niet helemaal tot ontknoping komen, rommelig zijn. Het zou al te toevallig zijn dat zowel vader als dochter zich met duistere zaken in Spanje hebben beziggehouden. We komen er niet achter of de vader in Spanje een kind heeft verwekt. Dat geeft niet. Het gaat niet om de ontknoping, maar om de zoektocht. Die onthult veel over een gelukkig gezin met zes kinderen in de jaren zeventig, over de veranderende moraal en de alles bedekkende liefde van een moeder. Juist als non-fictie is dit boek geslaagd.

Hamvraag

De vaderboeken passen in een bredere trend. Ook veel theater- en documentairemakers kiezen hun stof dicht bij huis: het leven van hun vader of moeder. Ofwel: de bronnen van hun eigen bestaan. De vraag naar de eigen identiteit is na twee millennia christendom, waarin het ego er weinig toe deed, de hamvraag geworden. Dat minithema roept genoeg vragen op: waarvoor leef ik, heeft mijn leven zin? Hoe ben ik zo geworden? Waar kom ik uit voort? Doe ik het beter dan mijn ouders?

Het volgende vaderboek is al in aantocht: in april verschijnt een boek van journalist Marcel van Roosmalen, over, jawel, zijn overleden vader: De man achter het gordijn. Over 'een zoon die zijn vader te laat leert kennen', vertelt de tekst in de catalogus. Dat klinkt vertrouwd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.