Omineuze dagen in een hotel

Achter een hotelreceptie zit een getergde hoteleigenaresse haar nagels te vijlen. Ze koestert 'afgunst en nijd tegen elk teken van levendigheid'. Niet ideaal als je een hotel runt. Bovendien ligt in een van de kamers een lijk en komen er vreemde geuren uit de keuken. De Duitse Julia Franck vergaarde roem met haar roman De Middagvrouw (2007), maar debuteerde al in 1997 met het recentelijk vertaalde De nieuwe kok, waarin ze zes omineuze dagen in het hotel beschrijft.


De hotelgasten en het personeel hebben een hoog Fawlty Towers-gehalte: er is de weerzinwekkende en hulpbehoevende Madame Piper, de kruiperige, 'sorry' mompelende bediende Berta en natuurlijk 'de nieuwe kok', die voor de nodige reuring zorgt. Zij figureren samen in een klucht waaraan de futloze hoteleigenaresse, die het liefst op haar kamer blijft, niet mee doet.


Franck werkt de karakters op een onberispelijke manier uit en beschrijft geraffineerd hoe de hoteleigenaresse de greep op haar hotel verliest tot ze nog maar één uitweg ziet: de fik erin. Toch leest De nieuwe kok als een stijloefening die weliswaar keurig maar ook bloedeloos wordt uitgevoerd. Er ontbreekt een gloed, een vonk. Uiteindelijk is het vooral het verhaal waar een beetje fik in moet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden