Omfloerste stemmen uit de Georgische traditie

Van de Europese volkspolyfonieën is de Georgische misschien wel de oudste. Al in de 4de eeuw voor Christus wordt er melding van gemaakt door de Griekse historicus Xenofon. Maar of de bizarre dissonanten die deze zangtraditie zo exotisch maken, toen al werden gebezigd, blijft gissen. Xenofon tekende slechts op dat de Georgiërs zich al zingend voorbereidden op de strijd.

Ton Maas

Een markant verschil met de volkspolyfonieën van bijvoorbeeld Sardinië is de klankkleur van de stemmen. Terwijl het eilandvolk op zoek lijkt naar boventonen door zo veel mogelijk ‘randjes’ aan de stem te laten, streven de Georgiërs naar sonoriteit en homogeniteit door de registers heen, net als in de klassieke westerse zangkunst. De stemmen klinken warm en rond, soms zelfs een beetje omfloerst. Waar de Sardijnse zangtraditie is ontwikkeld in de open lucht, is de Georgische juist geoptimaliseerd voor gebouwen met een ruimtelijke akoestiek. De bijna duizend jaar oude Pieterskerk is dan ook een droomlocatie voor een concert als dit. Alleen de toelichtingen bij de stukken waren slecht verstaanbaar. En ook bij enkele ritmische, met handgeklap begeleide liederen, werkte de galm van de kerk als dikke stroop. Wonderlijk genoeg gold dat niet voor het getokkel op de Georgische luiten: de driesnarige panduri en de viersnarige chonguri. Hun heldere klank bleef tot achterin de kerk intact.

Van de tien zangers waren er slechts zes aanwezig. Misschien waren de overige vier wel thuisgelaten om het dynamisch bereik nog enigszins binnen de perken te houden, want voor nog meer stembandkracht leek tijdens de heftigste passages geen plek meer onder het gewelf.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden