Boeken

Om wild van te worden: de tomeloze ‘anti-biografie’ van avant-gardeschilder Natalja Gontsjarova ★★★★☆

Het eerbetoon van de Russische schrijver Marina Tsvetajeva aan haar indrukwekkende landgenoot is voor het eerst in het Nederlands vertaald.

null Beeld Floor Rieder
Beeld Floor Rieder

Ze had nog nooit zo’n enorm ik ontmoet. Noch bij schilders, noch bij schilderessen, was dichter Marina Tsvetajeva (1892-1941) zo’n indrukwekkende persoonlijkheid tegengekomen als Natalja Gontsjarova (1881-1962), de Russische avant-gardekunstenaar. Het was alsof ze voor een berg stond. De twee troffen elkaar voor het eerst in 1928 in Parijs, waar ze om verschillende redenen waren beland. De een was er naartoe gevlucht nadat het Rode Leger de Witten had verslagen, de ander werkte aan een artistieke carrière en was op uitnodiging van Diaghilev naar Parijs gekomen.

Of het door de naam van de schilder kwam, die bij Tsvetajeva het beeld opriep van die andere Natalja Gontsjarova, Poesjkins noodlottige vrouw, of door de geweldige doeken van Gontsjarova in Parijs, of simpelweg door die enorme persoonlijkheid – wat de reden ook was, de dichter besloot een tekst over de schilder te schrijven. Ze noemde het een schets, alsof ze wist dat ze zo’n ‘ik’ alleen maar bij benadering kon beschrijven. Het groeide echter uit tot een boek, een biografie zo je wil, een waanzinnig eigenzinnige tekst waarvan nu voor het eerst een prachtige Nederlandse vertaling is verschenen.

Marina Tsvetajeva Beeld
Marina Tsvetajeva

Het is, in alle eerlijkheid, een boek om wild van te worden. Het weigert ook maar enige concessie te doen aan de regels van het genre. En dat begint al bij de allereerste zin. ‘Nee, geen steeg, maar een bergkloof’, schrijft Tsvetajeva over haar bezoek aan de rue Visconti 13, de smalle straat op de Rive Gauche waar Gontsjarova haar atelier had. Het haast religieuze beeld vormde aanleiding voor een reeks rappe associaties die via de tralies voor de huizen naar een gevangenis en zelfs een dierentuin voert en uitmondt in reflecties over wonen, de wind en de zee (‘de wind is overal en overal betekent niet wonen – maar zijn’).

De schilder bleef ondertussen onbereikbaar, en de biograaf restte niets anders dan zelf te verdwijnen. Wat achterbleef was de wervelwind van haar associaties, gedachten en indrukken – een poëtische storm eerder dan een sereen portret. Wie wil weten wat er in het hoofd van een van de grootste dichters van de twintigste eeuw gebeurde, moet dit boek zeker lezen. Mijn exemplaar zag in ieder geval al binnen twee, drie bladzijden zwart van de potloodstreepjes en dan las ik nog geen woord over Gontsjarova.

Wat komen we wél te weten over de meester van het Russisch modernisme? Dat valt werkelijk niet zo eenvoudig te zeggen. Tsvetajeva geeft op spaarzame momenten de broodnodige biografische gegevens. Zoals het feit dat Gontsjarova uit Toela, in het hart van Midden-Rusland kwam. Of dat ze beiden in dezelfde straat in Moskou hebben gewoond. Maar uiteindelijk is Tsvetajeva helemaal niet geïnteresseerd in hoe het leven van Gontsjarova zich tot op dat moment had ontvouwen. Over de kindertijd en jeugd kom je nauwelijks iets te weten en dat is een bewuste keuze van de dichter. Ze lijkt er alles aan te doen om maar niet over het leven van de schilder te hoeven schrijven. Daarbij ontwikkelt ze een theorie van levensgebeurtenissen waaruit duidelijk wordt dat het leven vooral níét aan de hand van uiterlijke gebeurtenissen moet worden beschreven.

Vanuit die gedachte schreef ze een soort anti-biografie, waarin wel iets van een levensfilosofie wordt verwoord, maar toch zeker geen levensschets van de schilder. Het enige wat Tsvetajeva wil weten is: ‘hoe het leven Gontsjarova belemmerde om Gontsjarova te worden.’ Waaraan ze dan direct nog toevoegt dat het leven zelf voor een kunstenaar eigenlijk altijd één grote ongunstige omstandigheid is. Het is een uitspraak die misschien nog wel meer op het leven van Tsvetajeva zelf van toepassing was.

Wel schrijft ze over de vrouw die slechts in naam de dubbelganger van de eigenlijke protagonist was. Natalja Gontsjarova, de jonge vrouw die met de beroemde Poesjkin trouwde, van wie ze overigens niet hield, behoorde tot het geslacht van schoonheden die zijn geschapen om te ruïneren. Tsvetajeva noemt haar zelfs een ‘dood en verderf zaaiende plek’. Helemaal ongelijk had ze daarin niet, want de affaire die zij met de man van haar zus onderhield zou uiteindelijk leiden tot Poesjkins dood. De arme dichter kon de geruchten over de escapades van de vrouw niet langer verdragen, daagde zijn rivaal uit tot een duel en verloor. En dus concludeert Tsvetajeva dat de ene Gontsjarova Rusland droevig maakte en de andere dat land blijdschap bracht.

Want die tweede Gontsjarova, die brenger van vreugde, deed dat op een manier die zijn weerga niet kende. Zij creëerde uitzonderlijk krachtige werken waarvan ze al in 1913 met zo’n achthonderd (!) stukken de misschien wel grootste tentoonstelling van een avant-gardekunstenaar ooit hield. Wat een doeken heeft ze gecreëerd; geen ‘isme’ dat ze niet beheerste, en geen ‘isme’ waarbij ze aansluiting zocht. Ze was een volstrekt autonoom scheppend wezen; in de ogen van de dichter was ze een figuur groter dan god. Ze had dan ook geen behoefte aan een rustdag en werkte alle zeven dagen van de week door.

Een echte kunstkenner was Tsvetajeva niet en dat is maar goed ook. Haar ‘mengeling van gerechtelijk onderzoek en horoscoop’, zoals ze zelf het boek karakteriseerde, leest soms meer als een poëtische inventaris van woorden en hun betekenisvelden, dan als een biografische of kunsthistorische analyse van Gontsjarova. Een toonaangevend criticus uit die tijd merkte eens op dat je heel erg van Tsvetajeva’s poëzie moet houden om haar haar proza te vergeven. Aan hem zou je alleen maar één zin uit dit boek willen voorlezen: ‘Als de wereld, zoals hij zich aan ons toont, behalve zijn voltooiing nog iets goddelijks heeft, dan is dat – het bedenken ervan.’ Je hoeft niet eens van poëzie te houden om dit boek nooit meer weg te willen doen.

Marina Tsvetajeva: Natalja Gontsjarova – Haar leven en werk. Uit het Russisch vertaald door Jos Holtzer en Lena Lubotsky. Uitgeverij Pegasus; 256 pagina’s; € 37,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden