ColumnMerlijn Kerkhof

Om kwaliteit gaat het écht niet bij de Raad voor Cultuur

Het zou best kunnen dat ze een klein beetje overdrijven, maar ook als je er een tonnetje afhaalt, is het een indrukwekkend aantal. Volgens het Koornetwerk Nederland, dat zich weer baseert op de European Choral Association, zijn er 1,7 miljoen samenzingende Nederlanders. Meer dan de helft daarvan zingt in koorverband. Treurig dat die mensen door de coronamaatregelen voorlopig niet mogen zingen, maar daar gaat het nu even niet om.

Vorige week verscheen het advies dat de Raad voor Cultuur eens in de vier jaar uitbrengt aan de minister. Dat gaat over welke orkesten, festivals, musea, dansinstellingen, et cetera, moeten worden gesubsidieerd via de Culturele basisinfrastructuur (BIS). Het advies bepaalt in grote mate wat we de komende jaren horen en zien. Tot de verliezers behoort het Scapino Ballet, dat op veel aandacht mocht rekenen.

Ook de koorwereld krijgt een trap in de rug. Was er voor deze subsidieronde speciaal een categorie ‘Muziekensembles en koren’ opgetuigd, besloot de Raad in zijn oneindige wijsheid om maar één koor toe te laten, het Nederlands Kamerkoor (NKK). Het andere excellente kamerkoor, het door recensenten even hoog aangeslagen Cappella Amsterdam, kwam dus niet door de ballotage. Rockband De Staat wel.

Kortom: tien procent van Nederland zingt, maar voor de toplaag heeft de Raad nauwelijks oog. En wie nou denkt dat de zangers van het NKK nu wel in hun handen zullen wrijven, heeft het mis. Alleen het Koor van de Nationale Opera en het Groot Omroepkoor (GOK), dat via de mediabegroting wordt gesteund, kunnen het zich permitteren om zangers in vaste dienst te nemen. Ook het GOK is trouwens de laatste jaren aangepakt, zo moest het door bezuinigingen van 2013 terug van 74 naar 59 fte aan zangers. Make het Omroepkoor groot again.

Dan zijn de orkesten – sorry: orkestvoorzieningen, in goed beleidsjargon – toch een stuk beter af. Behalve die orkesten die artistiek echt afwijken van de norm, want het Orkest van de Achttiende Eeuw en het Amsterdam Baroque Orchestra – pioniers in het spelen op historisch instrumentarium, instituten die de Nederlandse oude muziek een internationaal elan geven – komen ook niet in de BIS. Zij hadden ook in de ensemblecategorie aangevraagd.

Raadsvoorzitter Marijke van Hees beweerde dat artistieke kwaliteit het belangrijkste criterium is geweest. Ik vraag me dat af: daar wordt in de individuele adviezen namelijk vaak maar kort en in algemeenheden over gesproken. De minister heeft een (best flink) aantal speerpunten benoemd – kwaliteit, vernieuwing, eerlijke betaling, educatie, diversiteit, regionale spreiding – die in het advies waar nodig worden ingezet als stokken om mee te slaan.

Het resultaat bij de ensembles is dat de organisaties die aan het langste eind trekken, de clubs zijn die engagement tonen of samenwerken met salonfähige artiesten uit de kaartenbak van DWDD. De meeste winnaars hebben hier al lang geleden op voorgesorteerd. Het meest relevante verschil tussen het NKK en Cappella Amsterdam in het licht van dit advies, bijvoorbeeld, is niet zozeer dat Cappella-dirigent Daniel Reuss een homogenere koorklank nastreeft, maar dat het NKK samenwerkt met Spinvis en een programma maakte over dementie.

Ensembles en koren worden zo gewogen op basis van hun extra’s, hun buitenkant; niet op waar ze écht in uitblinken, niet op wat ze het diepst van binnen zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden