Interview

Olivier B. Bommel is back

Hoe ga je te werk als je een nieuwe Bommel mag maken? Kruip je in het hoofd van de legendarische Marten Toonder of kopieer je diens stijl? De Volkskrant vroeg Henrieke Goorhuis en Henk Hardeman naar hun aanpak.

Die oude heer Bommel, met zijn hangwangen, rimpels en geruite jas, die beer waarmee hele generaties tussen 1942 en 1986 opgroeiden, die is ineens getekend door de 26-jarige striptekenaar Henrieke Goorhuis. Na Bommels geliefde Doddeltje is ze de eerste vrouw die aan de beer mocht zitten, en dat deed ze voor een speciale gelegenheid: morgen verschijnt, voor het eerst in dertig jaar, een nieuw lang verhaal over Olivier B. Bommel en zijn vriend Tom Poes.

Het lastpak is geschreven door jeugdboekenschrijver Henk Hardeman (55) - 'Niet kinderboekenschrijver zeggen, want dan denken ze dat ik voor kleuters schrijf' - en het is een echt herfstig Bommelverhaal geworden: heer Bommel komt in problemen, Tom Poes lost het voor hem op, butler Joost neemt ontslag, burgemeester Dickerdack is zijn opportunistische zelf, het waait dat het een aard heeft en kasteel Bommelstein staat weer eens op instorten.

Alleen het gifgas, dat maakt het van nu. Vermeend gifgas, een vreemdeling, de verwijzing naar de paranoia van nu, of in de woorden van Hardeman: 'Dat iedere gek die een ander neersteekt wel een terrorist zal zijn, en IS er als de kippen bij is om elke aanslag op te eisen. Die realiteit is in het boek terecht gekomen.'

Henk Hardeman en Henrieke Goorhuis, de scheppers van een nieuw Bommelverhaal.Beeld Marcel Wogram

Hoe je een niet van echt te onderscheiden Bommel maakt en er toch iets van jezelf in legt: met die vraag zijn Hardeman en Goorhuis uitgenodigd voor een gesprek.

Maar eerst komen in het Amsterdamse restaurant waar we hebben afgesproken een paar oude Bommels op tafel. Het leeftijdsverschil van dertig jaar valt direct weg en de Bommelwetenswaardigheden buitelen over elkaar heen. Het gaat over hoe lang Marten Toonder mensen heeft willen laten geloven dat hij al die tienduizenden tekeningen zelf maakte, over de tekenaars in zijn studio, Piet Wijn, Dick Matena, Fred Julsing, en wie van hen de beste was.

Dan laat Henrieke Goorhuis zien hoe rond het hoofd van Tom Poes was toen Fred Julsing hem in de jaren zestig tekende en dat het daarna steeds langer en dunner werd. Beiden houden het meest van de Bommels die eind jaren zestig, begin zeventig werden gemaakt - later worden de tekeningen zeurderiger, de karakters chagrijniger. Goorhuis reageert als door een wesp gestoken als haar de vraag wordt voorgelegd waarom zij als twintiger warmloopt voor een verhaal dat anno 2016 best oubollig kan worden genoemd. Oké, zegt ze, misschien is ze 'wat conservatief'. 'Maar lees die verhalen, en je wordt vanzelf wel fan.'

Hardemans en Goorhuis' avontuur begon twee jaar geleden met kinderboekenschrijfster Floortje Zwigtman en haar post op Facebook over vergeten woorden. Het komt om precies te zijn allemaal door één woord: zwijmelgeest. Hardeman las het, en meteen schoot er een titel in zijn hoofd: Heer Bommel en de zwijmelgeest. Vervolgens begon hij te tikken. Voor de gein, gewoon om te kijken of hij kon schrijven als Marten Toonder, een eerste alinea.

'Met bevriend collegaschrijver Bies van Ede, ook Bommelfan, werd het al snel een wedstrijdje. Ieder een alinea, elkaar een beetje aftroeven, en voor we het wisten waren het een paar pagina's en kreeg ik er zo'n lol in dat ik dacht: ik wil best een heel verhaal schrijven. Ik heb de pagina's opgestuurd naar de Toonder Compagnie. Of we niet iets voor hen mochten doen?' Hij kreeg als antwoord: het is een heel leuk verhaal, maar nu even niet. 'Maar wie schetst mijn verbazing, toen er een jaar later een aankondiging volgde van een schrijfwedstrijd voor een nieuw lang Bommelverhaal.'

Een maand later was Het lastpak af. Henrieke Goorhuis was toen nog niet in beeld; ze werd door de Toonder Compagnie gevraagd toen Hardeman de wedstrijd al had gewonnen, in de zomer van 2015.

Hoe zijn jullie te werk gegaan?

Hardeman: 'Toen ik met het verhaal begon, had ik me één ding voorgenomen: ik ga me niet verliezen in het typische taalgebruik van Marten Toonder. Ik wilde gewoon een goed verhaal schrijven. Ik heb geen research gedaan, om niet al te veel beelden en zinnen in mijn hoofd te hebben. Ik ben gewoon begonnen na de laatste strip van Toonder. Bommel is getrouwd met Doddeltje, ze wonen samen op Bommelstein. Ik verbeeldde me dat Bommel in de tuin stond en zich te pletter verveelde omdat hij niks meer meemaakte. En wat kon er dan beter gebeuren dan dat iemand kwam aanlopen die zijn zorgen wegnam? Ik had ook meteen een beeld in mijn hoofd, van een groot pak. Zo'n pak dat Obbe Zwavel, de vreemdeling in het verhaal, op zijn rug draagt. Dat pak zuigt alle zorgen van de bewoners van Rommeldam op. Maar dat heeft niet alleen voordelen, zal al snel blijken.

'Weet je, zo'n Bommelverhaal schrijft zich bijna vanzelf. Door alle vaste elementen die in elk verhaal zitten. Doordat de personages zulke duidelijke karakters hebben dat ze altijd maar op één manier op elkaar kunnen reageren. Toen ik op driekwart was, heb ik er een paar Bommels op nageslagen. Toen bleek dat ik op de goede weg zat. Bommel was in mijn jeugd zo alomtegenwoordig; zijn wereld, zijn taal, zijn personages zaten gewoon in mijn hoofd.'

Goed gereedschap

Dat Marten Toonder (1912 - 2005) niet alles zelf deed, is inmiddels bekend. Piet Wijn en Fred Julsing waren in de jaren zestig en zeventig zijn vaste tekenaars. Toonder werkte hun tekeningen bij en inkte ze in.

Henrieke Goorhuis deed het voor Het lastpak allebei. 'In het begin kostte het inkten van één tekening me wel vier uur. Tot iemand me een nieuwe penseel aanraadde: een Windsor Newton, serie 7 (foto links). Die absorbeert zo veel meer dat ik hem maar een paar keer in de inkt hoef te dopen. Daardoor ben ik drie keer zo snel gaan werken.'

Was het tekenen ook zo gemakkelijk?

Goorhuis: 'Ik was best lang bezig de strips van Toonder te bestuderen. Niet alleen omdat ik zijn werk wilde eren. Ook omdat je eerst drie, vier verhalen moet lezen voor je dingen gaan opvallen. Dat de beentjes van heer Bommel als hij staat altijd tegen elkaar aan zijn getekend. Dat Joost voetje voor voetje zet en nooit waggelt. Dat de stadspoort van Rommeldam altijd anders is. Kasteel Bommelstein trouwens ook. Dat zijn dingetjes die mij opvallen en dat maakt mij hier geschikt voor: als ik me ergens in verdiep, stort ik me er volledig in. Dan denk ik een half jaar aan niks anders.'

Anders dan Henk Hardeman is Henrieke Goorhuis niet met de strips van Bommel en Tom Poes opgegroeid. 'Ik leerde hun personages kennen door het hoorspel dat Radio 1 uitzond, tussen 2007 en 2009, elke nacht tussen kwart voor 1 en 1 uur. Daar bleef ik voor op. Dus ik kende de stemmen eerder dan de plaatjes: Mark Rietman als heer Bommel en Jacob Derwig als Tom Poes. Nog steeds hoor ik hen als ik de verhalen lees.'

Hoe kwam de Toonder Compagnie bij jou terecht?

'Ik ben bij het grote publiek nog niet bekend, maar in de stripwereld kent iedereen me omdat ik al sinds mijn 16de alle stripbeurzen afloop. Daar val je op, als enige meisje tussen tweeduizend mannen. Iemand van het stripmuseum in Groningen gaf mijn naam door aan mensen van Toonder, en die vroegen of ik een proefstrook wilde tekenen. Die stuurde ik in met het idee: het zal wel niks worden. Ik onderschat mezelf altijd een beetje.'

Wie staat sneller op papier: heer Bommel of Tom Poes?

'Tom Poes heb je sneller getekend, maar je zit er heel snel naast. Zijn neusje bijvoorbeeld is zo klein, als je dat een halve millimeter te hoog plaatst, zit je er al naast. Ik vind het moeilijker Tom Poes iets eigens mee te geven. Hij heeft een perfect rond hoofdje en helemaal geen rimpeltjes, dus die kun je geen expressie geven. Terwijl je Bommel elke rare bek kunt laten trekken die je wilt.'

Waaraan kan een leek zien dat jouw Bommel van jou is, en niet van Marten Toonder?

'Ik heb geprobeerd Toonder zo veel mogelijk te benaderen. Wat het tot mijn stijl maakt, zijn schoonheidsfoutjes. Maar die maken het ook leuk.'

Hardeman: 'Henrieke heeft Bommel jonger gemaakt. Minder rimpelig en uitgezakt.'

Goorhuis: 'Alle dieren die ik teken, ook in mijn andere werk, hebben iets aandoenlijks. Ik hou van aaibaar.'

Zijn er al plannen voor nieuwe verhalen?

Hardeman: 'Ik zou over een paar jaar best nog eens een verhaal willen schrijven. Maar ik wil ook gewoon verder met mijn eigen boeken.' Volgens Goorhuis staat er bij de Toonder Compagnie nog iets op stapel. 'Maar daar mag ik niks over zeggen. Het is iets waardoor de jonge generatie ook weer in aanraking zal komen met Bommel.'

Ze gaat dus door, met het verzamelen van tekeningen uit oude Bommelverhalen. Goorhuis' laptop staat voor driekwart vol met Bommelfiguren. 'Ik ben bezeten van mijn werk. Dat maakt me goed, omdat ik zo perfectionistisch ben. Maar het slokt me ook helemaal op. Ik kan zelfs niet naar die ene reclamespot luisteren waarin Jacob Derwig vraagt: hoe word je schathemeltjerijk? Dan denk ik alleen maar: 'Tom Poes, wat zeg je nou toch?'

Het lastpak, De Bezige Bij, €14,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden