Column

Olive Kitteridge voelt als een ingewikkelde vriendin

'Je moet altijd éérst het boek lezen, en dan pas de film kijken', vertelde mijn moeder mij toen ik nog klein genoeg was om adviezen van mijn ouders ter harte te nemen. Ik houd me er, als het even kan, nog steeds aan; niet uit een soort calvinistisch het-lekkerste-voor-het-laatst-bewaren, maar omdat het mij niet lukt om een boek in mijn eigen hoofd te verfilmen als ik het die acteurs op het scherm al heb zien doen.

Frances McDormand in de miniserie Olive Kitteridge.

Olive Kitteridge (Elizabeth Strout, 2008) won nogal wat chique literatuurprijzen, dus welgemoed zette ik me aan het lezen. Wat een heerlijk boek! Het is niet zozeer een roman als wel een reeks korte, met elkaar samenhangende verhalen, die zich afspelen binnen het tijdsbestek van een kwart eeuw, vanaf de jaren '70, in een winderig kustdorpje in New England, rond het merkwaardige personage Olive Kitteridge.

Olive is bot, boertig, groot, dik, eeuwig in de overgang, en volgens de huidige maatstaven waarschijnlijk depressief te noemen. Ze lijdt daar niet noemenswaardig onder, waarschijnlijk omdat ze, zoals wel meer chronisch depressieven, niet beter weet. Met voorspoed gaat ze wat onbeholpen om, maar in tegenspoed weet ze zich dapper te weren, zonder compassie met mensen die dat níet kunnen. Ze heeft een gecompliceerde verhouding met haar goeiige man Henry; hij is dol op haar, ('He wanted to put his arms around her, but she had a darkness that seemed to stand beside her like an acquaintance that would not go away') maar haar onmiskenbare wrevel jegens deze brave, bevlogen drogist slaat pas écht om in vertedering als hij na een beroerte blind en apathisch in een verpleeghuis belandt.

Ook de relatie met haar enige zoon is ambivalent, en eigenlijk met alle andere personages in het boek. ('She didn't like to be alone. Even more, she didn't like to be with people'). Het aardige in Olive Kitteridge is dat ook al die andere personages rond Olive aan het woord komen: in sommige van die korte verhalen speelt Olive de hoofdrol, in andere slechts een kleine bijrol. Dat wisselende perspectief kan in andere boeken vaak storen, maar in dit geval werkt het heel goed; elk nieuw verhaal belicht niet alleen een nieuw, uiterst raak getypeerd personage ('All these lives', she said, 'all the stories we never know'), maar voegt ook een extra laag toe aan Olive zelf. Aan het eind van het boek houd je van haar als van een wat ingewikkelde, maar dierbare vriendin. Of misschien zelfs zoals van jezelf; een bescheiden 'Je suis Olive Kitteridge' kon ik tijdens de lezing niet onderdrukken, al ben ik een heel ander type. Ook dat getuigt van Strouts vakmanschap.

Toen het boek uit was, bekeek ik de film, of eigenlijk is het een miniserie van vier keer een uur. Ook die was prachtig, met de toch al zo fijne Frances McDormand als een verbijsterend overtuigende Olive. Ze is geknipt voor die rol, alleen is ze helemaal niet dik. Dat ergerde me een beetje, maar ja, je kunt van die arme Frances ook nauwelijks verwachten dat ze op haar leeftijd 30 kilo aankomt, want die krijg je er nooit meer af.

Door dit alles meegesleept, las ik onmiddellijk daarna het nieuwste boek van Elizabeth Strout, My Name is Lucy Barton. Ik kon bijna niet geloven dat het van de zelfde schrijfster was. Ik vond er geen flikker aan.

Vreemd. Heel vreemd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.