Oh,oh, ADO

Achter de duinen groeit de angst dat zich opnieuw magere jaren aandienen voor ADO Den Haag. Terwijl aan de rand van de stad een nieuw stadion verrijst, bungelt de club onder in de eredivisie....

De avond die ADO moest redden was geen succces. In de Houtrusthallen was een inzamelingsactie georganiseerd om een faillissement van de Haagse voetbalclub te voorkomen. Onder leiding van presentator Kees Jansma werden Hagenaars met liefde voor het geelgroene shirt aangespoord de club financieel bij te staan. 'Het was een in-trieste avond', zegt de Haagse ex-wethouder Pierre Heijnen. 'Ik zat tussen bewoners van Spoorwijk die dubbeltjes en kwartjes uit hun portemonnee haalden. Er waren onvoldoende mensen die met substantiële bedragen over de brug kwamen. De belangstelling was zo gering. Er werd twee ton opgehaald, veel te weinig.'

Het doet Heijnen, van jongs af ADO-fan, nog steeds pijn als hij terugdenkt aan die mislukte bijeenkomst in 1993. FC Den Haag, zoals ADO toen heette, was gedegradeerd naar de eerste divisie, torste een miljoenenschuld en dreigde zijn licentie voor het betaald voetbal kwijt te raken.

Heijnen: 'In het officiële Den Haag had ADO weinig steun. Dat was de scheiding tussen de hoeden en de petten. ADO was van de petten en daar stond het Den Haag van de hoeden met zijn rug naartoe. Het is het drama van Den Haag.'

Schrikbeeld

Halverwege de jaren negentig werd de club met veel moeite en hulp van met name zakenman John van Ringelenstein, miljonair geworden op de beurs, alsnog op het nippertje voor ondergang behoed. In 2003 keerde ADO Den Haag na elf jaar afwezigheid terug in de eredivisie, en na een periode van aanzienlijke leegstand zijn de tribunes inmiddels weer behoorlijk gevuld. Maar achter de duinen groeit de angst dat opnieuw magere jaren aanbreken.

Weer bungelt het elftal onder in de eredivisie. En weer gaat de aandacht uit naar de Haagse supporters, die vooral in de jaren tachtig de club met hun vandalisme veel schade berokkenden. Trainer Frans Adelaar stapte vorige maand op nadat ADO-fans tijdens een wedstrijd tegen Vitesse het veld waren opgelopen, boos over de tegenvallende prestaties. De hoofdsponsor, zorgverzekeraar DSW, liet na die gebeurtenis zijn bedrijfsnaam van de ADO-shirts verwijderen uit vrees voor imagoschade.

Dat terwijl een paar kilometer verderop, in de oksel van het Prins Clausplein, een nieuw stadion voor ADO verrijst. Het glanzende onderkomen volgend seizoen inwijden als eerste-divisieclub is een schrikbeeld in de residentie. Degradatie betekent minder publiek, minder inkomsten, minder uitstraling en vooral: minder topvoetballers, want de begroting bepaalt het niveau van de spelers.

Het nieuwe ADO-stadion is juist bedoeld als impuls om het Haagse profvoetbal op te stoten naar een stabiele positie in de middenmoot van de hoogste klasse. Het moet recht doen aan een club die kan bogen op een veelbewogen geschiedenis van ruim honderd jaar. Een club die namen heeft voorgebracht als Aad Mansveld, Dick Advocaat, Tscheu La Ling, Lex Schoenmaker, Martin Jol. Een club die ooit (1970) zeventien weken achtereen ongeslagen bovenaan stond in de eredivisie. Die niet onverdienstelijk Europees voetbal heeft gespeeld.

Als iemand kan getuigen van ADO's successen in de jaren zestig en zeventig is het Pierre Heijnen. Hij zag hoe Mansveld in 1975 in het Zuiderpark tegen West Ham United een hattrick scoorde. Drie goals in 39 minuten! Als kind al zat hij op de tribune. 'Mijn ouders woonden in de naoorlogse bouw in het zuidwesten van Den Haag. Op zondag, na het kerkbezoek, liepen we met geelgroene vlaggen over de Hengelolaan naar het Zuiderpark. De stroom mensen werd dikker naarmate je dichterbij kwam. Vanaf de Hoefkade in de Schilderswijk kwamen nog meer mensen. Een geweldig feest! Ik heb Tscheu La Ling zien spelen, Harry Heijnen, Theo van den Burch. Als de kale Van den Burch een bal had gekopt, riep het hele stadion: Krijte, Theo, Krijte.'

Vaders en zonen

ADO mag een indrukwekkende historie hebben, wat begroting en imago betreft blijft de club danig achter bij de concurrentie in de andere grote steden. Hoe is die achterstand toch te verklaren? Heijnen: 'Den Haag heeft een minder robuust bedrijfsleven dan Amsterdam of Rotterdam. Er zijn wel multinationals, zoals Shell, en internationale instellingen, maar die hebben weinig oog voor de plaatselijke voetbalclub. Den Haag is bovendien een stad van de landelijke overheid, en die investeert nu eenmaal niet in ADO.'

Dit neemt niet weg dat Heijnen ervan uitgaat dat met het nieuwe stadion meer belangstelling kan worden gewekt. Optimisme is er ook bij VVD-wethouder Sander Dekker van onderwijs, jeugd en sport, die op de tiende verdieping van het hagelwitte Haagse stadhuis uitlegt dat ADO met zijn nieuwe stadion een club moet worden die niet alleen Den Haag maar de hele Haagse regio bedient. Op de tribunes moeten meer vaders met hun zonen komen. Het midden- en kleinbedrijf moet worden gelokt.

Het zit de wethouder niet lekker dat door zo'n 'akkefietje' met Vitesse na jaren van rust het oude beeld van de stad met zijn onhandelbare hooligans meteen weer de kop opsteekt. Daarmee wordt goed werk tenietgedaan. ADO doet met zijn maatschappelijke activiteiten veel voor Den Haag: immigranten kunnen kennismaken met de club, met schoolbezoek proberen ADO-spelers een rolmodel te worden voor de jeugd, er is een club voor de allerjongste voetbalfans en nog veel meer.

Hoe aantrekkelijk het nieuwe stadion ook moge worden, een deel van de supporters heeft het er moeilijk mee. Zij willen geen vak achter een doel, geen vaste zitplaatsen en een groter supportershonk. Dekker: 'Ze krijgen een mooie plaats, maar het stadion moet gedeeld worden met meer mensen. Een paar honderd supporters zeggen: het is onze club. Maar de club is niet alleen van hen, die is van alle Hagenaars.'

Het is onheilspellend duister in de hoek naast het Zuiderpark Stadion, waar zich op een doordeweekse avond tweehonderd supporters hebben verzameld. 'Een lichie kon er geeneens vanaf.' Via een krakerige megafoon geeft een spreker te verstaan dat de jongens van de Noord-tribune zich belazerd voelen door het 'kankâh-bestûh', dat aangifte heeft gedaan na de gestaakte wedstrijd tegen Vitesse. Instemmende samenzang is de reactie: 'Kankâh-bestûh, kankâh-bestûh, kankâh, kankâh, kankâh-bestûh.'

Onder de toehoorders zijn nogal wat jongens die een stadionverbod boven het hoofd hangt, nu ADO samen met de politie bezig is zoveel mogelijk hooligans te identificeren. Aan hen het advies: 'Alles ontkennen en nooit zeggen wie je bent, ook al sta je op de foto. Zeg maar dat het de kerstman is.' De spreker kondigt aan dat er plannen zijn 0m het nieuwe stadion te 'bezetten'.

Tussen de zwarte jacks en capuchons valt Peter Molog met zijn bruine jas uit de toon. Als de stereotiepe hardcore fan - jong, laag opgeleid en licht ontvlambaar - al bestaat, dan beantwoordt Molog niet aan dat beeld. Hij is opgegroeid in de Schilderswijk en sinds zijn jeugd ADO-fan, maar hij is 53 jaar en werkt als leerkracht op een basisschool in een van de betere wijken van Den Haag. Wat zoekt hij bij deze grimmige vergadering? Omdat rustig praten met een verslaggever hier niet vanzelfsprekend is, volgt het antwoord een paar dagen later. Bij hem thuis, aan de keurige Laan van Meerdervoort.

Molog: 'Ik zal niet ontkennen dat ik het spannend vind om daarbij te zijn. Maar ik wilde vooral weten wat er aan de hand is. Ik vraag me af of die jongens bezig zijn hun eigen glazen in te gooien. Met hun plannen om de bouw van het nieuwe stadion te hinderen ben ik het niet eens. Maar dat het bestuur aandringt op strenge straffen begrijp ik ook niet. Het is jarenlang rustig geweest in het Zuiderpark en bij de bezetting van het veld is niets kapot gemaakt. Bovendien stond driekwart van de Zuid-tribune te klappen toen die jongens het veld opliepen.'

Nederlands elftal

Vrijwel elke thuiswedstrijd is Molog te vinden op de Noord-tribune, die steevast zijn visitekaartje afgeeft met geel-groene rookpotten, het confetti-kanon en spreekkoren, al dan niet kwetsend. 'Ik sta daar ook uit nostalgie. Het doet me denken aan mijn jeugd in de Schilderswijk. De kameraadschap, de concentratie op het spel. Als de scheidsrechter een foute beslissing neemt, vind ik hem ook een enorme hufter. Mijn zoon schrikt soms als hij mij zo heftig ziet reageren. Hij is met andere codes opgegroeid.'

Onveilig voelt hij zich niet. 'Mij overkomt niets. Ik weet wanneer het link wordt; de tweede natuur van een jongen uit de Schilderswijk. Ik kijk altijd om me heen.'

Mijmeren over vroeger doet hij graag. 'Van ome Koos kregen wij een leren bal. Daarmee werden wij in de Trooststraat de jongens met de leren bal. Met ome Koos en mijn moeder gingen we naar Holland Sport, in Scheveningen. Maar toen ik 15 was, fietste ik langs het Zuiderpark waar het Nederlands elftal een oefenwedstrijd speelde. Het licht was aan, waanzinnig! Vanaf dat moment wilde ik naar ADO. Ik kan me Harrie Heijnen nog goed herinneren. Die vent kon zo hard lopen, dat als hij aan de bal was, iedereen schreeuwde: Hekken dicht!'

Steven (15) is ook regelmatig bezoeker van de Noordzijde. Hij moet rekening houden met een stadionverbod, want hij liep bij Vitesse mee het veld op en hij heeft zichzelf al gezien op een foto die toen is gemaakt. Steven is niet zijn echte naam, die heeft hij liever niet gepubliceerd. Zijn ouders, die de voetbalkaartjes betalen, weten niet dat hij bij incidenten betrokken was.

In een schoolpauze legt hij uit waarom hij zo graag tussen de jongens van de harde kern zit. 'Er is altijd sfeer. Je hebt het altijd naar je zin. Het is verslavend. Je hoeft niet eens naar het voetbal te kijken.' Steven komt met een 'klote-gevoel' thuis als er een wedstrijd is verloren. Confrontaties met supporters van andere clubs boezemen hem geen angst in. 'Bij thuiswedstrijden ben je altijd met meer jongens dan de tegenstanders. En bij uitwedstrijden zit de mobiele eenheid er meestal tussen.'

Stanley (19) kan alleen maar jaloers zijn op jongens als Steven. Hij bekijkt de wedstrijden vanaf de Zuid-tribune omdat zijn ouders liever niet hebben dat hij 'op Noord' gaat zitten. 'Het is daar veel gezelliger, daar zingen ze altijd. Dat zou ik ook wel willen, maar ik zit tussen al die saaie mensen', sombert hij in zijn slaapkamer met ADO-behang.

Gekleineerd

'ADO Den Haag is een volksclub en dat moet zo blijven.' Henk Bres, voormalig hooligan die het met zijn ongepolijste tv-optredens tot bekende Nederlander bracht, voelt ondanks zijn leeftijd (54) en inmiddels wat minder wild bestaan, de stemming op de Noordzijde haarfijn aan. 'We laten wel toe dat pedofielen meedoen aan de verkiezingen, maar als een paar jongens het veld oplopen valt de hele wereld over ze heen. Adelaar werd helemaal niet bedreigd. Hij zat gewoon te lachen op de bank. En later op de televisie zat hij er als een huilende hoer bij.'

In onvervalst Haags spuwt Bres zijn gal over de pogingen van het ADO-bestuur om in het nieuwe stadion meer publiek uit de zakelijke, culturele en ambtelijke wereld aan te trekken. Kwade genius in zijn ogen is vice-voorzitter John van Ringelenstein, ondanks diens verdiensten voor de club. 'Hij speelt de bobo en ik ben voor hem een gewone lul. Van Ringelenstein wil van ADO een soort Ajax maken, waar zaken worden gedaan in de business club. Als het aan Ringelenstein ligt, zitten we straks allemaal met een stropdas op de tribune. En dan moeten we zeker tegen elkaar zeggen (overdreven bekakt): 'Jongens, geef die bal een pets.'

'Demonisering is een te groot woord, maar de supporters worden gekleineerd. Die jongens zijn er altijd, ook als het slecht gaat met ADO. Er zijn heel wat wedstrijden gewonnen door het zingen en springen op de tribune. Daardoor lopen de spelers harder.'

Boosheid maakt plaats voor weemoed als Bres herinneringen ophaalt. 'Gingen we naar Ajax in De Meer en dan namen we condooms mee. Die pisten we vol, een knoop erin en dan gooiden we die dingen naar het vak van de Ajax-supporters. De condooms spatten uit elkaar op de hekken en dan zaten die gasten met een drijfnat pak. En wij maar roepen: 'Haagse zeik, Haagse zeik.''

Eerste divisie

André Brand, commercieel directeur van ADO Den Haag, loopt door het betonnen geraamte van het nieuwe stadion, waar de grasmat temidden van alle bouwactiviteiten al glimmend groen ligt te zijn. Hij wijst aan waar de business units, de business club en de residentie club komen. En die 'hele mooie plek' waar de vaste supporters straks zullen zitten. Op de galerij onder hun tribune kunnen ze rondhangen, eten, drinken. In het supportershome kunnen ze vergaderen. Wordt ADO in zijn nieuwe behuizing van de hoeden of van de petten? 'ADO moet een volksclub blijven', zegt hij net als Henk Bres. 'Maar in dit stadion zullen we niet tolereren dat een kleine groep zorgt voor onrust.'

Er komen strikte, maar klantvriendelijke

veiligheidsmaatregelen, vertelt Brand. Onderzoeksinstituut TNO ontwikkelde een hightechsysteem om het publiek via gezichtsherkenning snel toegang tot het stadion te verlenen en ongewenst bezoek buiten te houden. Van de tribunes, die plaats bieden aan 15 duizend toeschouwers, worden voortdurend opnamen gemaakt, zodat raddraaiers snel kunnen worden geïdentificeerd. Als de kostbare - 2,5 miljoen euro - techniek meewerkt, wordt het ADO-stadion het veiligste van Nederland.

ADO Den Haag huurt het stadion van de gemeente, die de bouwkosten (30 miljoen) voor haar rekening heeft genomen. Verder betaalt de gemeente jaarlijks zo'n tweehonderdduizend euro voor de maatschappelijke activiteiten van de club. De financiële vooruitzichten zijn bij overleven in de eredivisie ongetwijfeld veelbelovend, maar hoe ziet de boekhouding eruit als de club naar de eerste divisie afzakt? Brand: 'Ook bij degradatie is het financieel rond te krijgen. Sportief gezien kan ik ervan wakker liggen, maar bedrijfsmatig hoef ik me geen zorgen te maken. In het nieuwe stadion wordt meer omzet gemaakt dan in het oude.'

Na de verloren wedstrijd tegen NEC stroomt de business lounge van het Zuiderpark Stadion vol. Pierre Heijnen en André Brand drinken er een biertje. Theo van den Burch (63) is er ook, net als de zoon van wijlen Aad Mansveld. Sponsors kunnen zich opgeven om in de winterstop met de selectie mee te gaan op trainingskamp in Turkije, waar de 'basis zal worden gelegd voor een goede tweede seizoenshelft'. Een zanger met begeleiding op band zingt Zij gelooft in mij. Een trouwe bezoeker - Bacardi-cola in de hand - analyseert zoals alleen een Hagenaar dat kan: 'We staan stijf onderaan, maar met uitzicht op het linkerrijtje.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden