OEFENING IN BESCHEIDENHEID

In Frankfurt doet de kunst voor een keer haar best om niet op te vallen. De curatoren van de tentoonstelling Nichts willen de kijker prikkelen door die op rantsoen te zetten....

DOMENIEK RUYTERS

Lastig, zo’n titel: Nichts. In het trappenhuis van de Schirn Kunsthalle vraagt een suppoost aan een Japanse vrouw die de weg kwijt is waar ze heen wil. De vrouw wil naar de tentoonstelling over Berlijn en Parijs, elders in het gebouw, waarop de suppoost zegt dat ze dan verkeerd zit. ‘En wat is dat dan?’, vraagt ze terwijl ze naar de nabijgelegen ingang van de tentoonstelling wijst. ‘O, dat is niets’, antwoordt de suppoost. ‘De tentoonstelling’, voegt hij er haastig aan toe.

Nichts is een speelse provocatie die Max Hollein, de brutale directeur van de Frankfurtse Schirn Kunsthalle, wel is toevertrouwd. Overal in de stad hangen de posters waarop in strakke koeienletters staat aangekondigd dat er deze zomer ‘niets’ in Schirn te zien is. Alleen de net iets te mooie vormgeving van de letters verraadt dat een gang naar de kunsthal geen vergeefse moeite is.

Nichts is een thematentoonstelling van het soort waarmee de Schirn de afgelopen jaren naam heeft gemaakt: trendy, populair en breed neergezet. Hollein kiest vaak voor onderwerpen waar musea hun vingers nog niet aan willen branden. Zo deed hij Shopping toen elke tweede kunstenaar met zijn werk een uitspraak over de economie wilde doen, romantische schilderkunst toen de kunstwereld het romantische schilderen begon te herontdekken en jeugdcultuur toen iedereen de mond vol had van teenage aesthetics.

Hollein speelt graag voor trendwatcher, maar wel een van niveau. Bij elke tentoonstelling wordt een degelijke catalogus gepubliceerd. Zoals het hoort bij trends wordt Nichts door Schirn vermarkt in de overtreffende trap. In het persbericht wordt gerept van het ‘toenemend’ belang van ‘stilstand, leegte, stilte’ in reactie op de door beelden gedreven samenleving van vandaag. Kunstenaars voelen zich bedreigd door de beeldenvloed en zetten zich ertegen af, in beelden die weinig tot niets te melden hebben.

Hollein en zijn curator van dienst, Martina Weinhart, hebben een tentoonstelling gemaakt van beelden die tot het bot zijn uitgekleed. Wit is de voertaal van dit antispektakel, wit de kleur van de omgeving, van vloer tot plafond. En wit is de kunst, voor zover waarneembaar. In Frankfurt doet de kunst voor een keer haar best om niet op te vallen, en ik moet bekennen dat ze daar heel erg goed in slaagt.

De oefening in bescheidenheid begint direct al in de eerste zaal, waar men vergeten lijkt de kunst op te hangen. Plaklettertjes op de wand vermelden de namen van diverse kunstenaars, maar verder is er niets te zien. De nummers bij de namen verwijzen naar geluidsfragmentjes die te horen zijn op een audiotour van Karin Sanders waaraan zo’n 41 kunstenaars hebben meegewerkt, onder wie Joep van Lieshout, Lawrence Weiner en Roni Horn. Er zitten sound pieces bij, een enkeling beschrijft nauwkeurig het maakproces van een schilderij en sommige kunstenaars houden een gloedvol betoog (anti-Bush, anti-traditie, pro-paradijs).

Een van de deelnemers maakt van de gelegenheid gebruik om uit te leggen waar het bij dit soort ‘beeldloze’ kunst van Sanders (c.q. de tentoonstelling Nichts) eigenlijk om gaat. Hij refereert aan de componist John Cage die de volte van het niets traceerde in 4.33, een ‘compositie’ die bestaat uit vier minuten en 33 seconden stilte. Echt stil wordt het natuurlijk nooit gedurende die minuten, maar daar was het Cage ook om te doen: het horen van het geluid in de omgeving en jezelf.

Hollein en Weinhart geloven in de methode van Cage. De uitgebeende beelden dienen van ons bewuste consumenten maken, die zich niet langer gedachteloos laten vollopen met alledaagse beeldpulp, maar die elk beeld weer leren koesteren als een kostbaar kleinood. Nichts is voor alles een oefening in scherpzinnigheid, die naar de mening van de curatoren kennelijk slechts geprikkeld wordt als je de kijker op rantsoen zet.

En dus is het in Nichts hongerlijden voor de kijkgrage tentoonstellingsbezoeker. Wat bijvoorbeeld te denken van de tekeningen van Spencer Finch, die laten zien hoe een vel papier eruit ziet als het een dag in de zon gelegen heeft, een uurtje in de wind gehangen heeft en wat sneeuwvlokjes erop heeft gekregen? Of neem het evenzo blanco papier van Tom Friedmans 1.000 Hours of Staring, waarnaar de kunstenaar, u raadt het al, naar eigen zeggen duizend uur heeft gekeken alvorens hij het inlijstte en exposeerde.

Iets meer informatie biedt de rechthoekige vernislaag die Karin Sanders op een wand heeft aangebracht. Die glimt tenminste en spiegelt een beetje. In vergelijking met lege vellen papier is dat al heel wat. Nog exuberanter, althans naar de maatstaven van Nichts, is Joëlle Tuerlinckx die twee tentoonstellingswanden verschoof waardoor er een nutteloze tussenruimte ontstaat, volgens haar ‘der harte Kern des Nichts’.

Tegenover het millimeterspektakel van Sanders en Tuerlinckx komt een geluidwerkje van Martin Creed over als grove provocatie. ‘Pffttt’, klinkt het elke paar seconden uit een boxje, een tikkeltje brutaal. Het schijnt Creed zelf te zijn, die de tentoonstelling en de kunst van een treffend commentaar voorziet. Grappig is ook Jeppe Hein, die een lege ruimte exposeert waar sensoren een virtuele kubus bewaken. Als je te ver naar binnen loopt, begint een pieper onbedaarlijk te piepen.

De tentoonstelling bestaat uit twee delen. Naast de zaal met hedendaagse beeldontkenners is er een zaaltje met referentiefiguren uit de jaren zestig. Het zijn de iconen van de conceptuele kunst die bekend staan als de meest radicale beeldontkenners in de kunst van de laatste veertig jaar. Zij, zo heet het sinds die tijd, kozen voor het idee boven het beeld in een poging het nieuw leven in te blazen in informatieve tijden.

De zaal klassiekers is een museaal juweeltje en de redding van de tentoonstelling. Er hangen belangrijke werken die in bijna elk kunsthistorisch overzicht te zien zijn, zoals Zen for TV van Nam June Paik, een deel uit Art as Idea as Idea van Joseph Kosuth en John Baldessari’s klassieker everything is purged from this painting but art, no ideas have entered this work. Het is te veel om op te noemen.

De oudjes en hun radicale methodes om de zichtbaarheid van het beeld ter discussie te stellen doen het goed in Frankfurt. Des te pijnlijker is het falen van de nieuwste generatie. De inventieve manier waarop de eerste generatie conceptuele kunstenaars het gehele kunstbedrijf aan een kritische analyse onderwierpen, ten koste van alles en iedereen, soms zelfs van zichzelf en het beeld, is, hoe gedateerd misschien ook, van een radicaliteit en intelligentie waar de jonkies in Frankfurt niet echt aan kunnen tippen.

Die scheve verhouding is niet de bedoeling geweest van de makers van de tentoonstelling. In de catalogus probeert Weinhart traditielijnen te construeren tussen oud en jong, in een poging bepaalde strategieën van toen te actualiseren. Erg overtuigend klinkt het allemaal niet. Creed en Hein kunnen de vergelijking aan, maar de rest delft het onderspit of heeft helemaal niets met jaren-zestigstrategieën te maken. Tegenover de principiële analyse uit de jaren zestig stellen zij een meer lichtzinnig beeld, dat soms verhalend, soms poëtisch en soms gewoon kolderiek van karakter is.

Bij de generatie van nu lijkt de keuze voor het niets geen strategische zet, maar meer een stilistische act, zeg maar gewoon lifestyle. Het is een esthetisch en symbolisch niets dat hier wordt uitgebeeld in een passende minimalistische setting. Wit is hier het ultieme zinnebeeld van niets. En dat terwijl wit alle kleuren van het spectrum in zich herbergt, en dus niet niets is, maar alles.

Het niets van nu heeft daarmee iets anorectisch. Het is een geval van cosmetische uithongering, zonder fundamentele consequenties voor de kunst of de kunstenaar. Radicaal is het zeker, zoals anorexia dat ook is, maar dan alleen radicaal op persoonlijk niveau. Als kunst blijft het werk keurig binnen de lijntjes, is het zelfs nogal oubollig en oppervlakkig.

Nichts is geen goede tentoonstelling. De catalogus rept van allerlei interessante werken waarin de complexiteit van het niets in de kunst op veelzijdige en niet noodzakelijk lege wijze wordt aangekaart. Je vraagt je af waarom die niet in de tentoonstelling zijn opgenomen. In plaats daarvan trakteert de Schirn op een moralistisch statement dat, zoals het hoort bij moralistische statements, volkomen eendimensionaal is.

De keuze voor het niets is in Frankfurt geen echte keuze voor niets, maar een keuze voor volte – voor inhoud en de diepere kwaliteiten van de waarneming, die niet enkel visueel van karakter hoeft te zijn. Beeldonthouding wordt hier voorgesteld als loutering, een vorm van visueel vasten met goede hoop op een verdiepend inzicht. Het is op zijn zachtst gezegd een nogal optimistische en saaie opvatting van niets. Alsof de curatoren doodsbang zijn geweest voor de echte leegte – een klassiek geval van horror vacui.

Want wat nou als het niets precies dat is: niets? Dat soort niets bestaat, in en buiten de kunst, reken maar. Het is een niets dat niet wit is, maar zwart, dat geen openingen biedt of licht uitzendt, maar dat alles in zich opzuigt en nooit meer loslaat. Het is een snijdend, cynisch en zwelgend niets dat genadeloos de vinger op de zere plek van de kunst legt, door te laten zien hoe nietig het beeld geworden is in de hedendaagse beeldcultuur, bijvoorbeeld door het in waanzinnige hoeveelheden te multipliceren. Het is het niets van de chaos, van de wanorde, het vormeloze, het 65 kanalen-en-niets-op-de-tv-niets. En het is het niets van een religieus fundamentalisme, van censuur, van geweld, van een hedendaags iconoclasme dat overal de kop opsteekt. Over dit nare negatieve niets hoor je niks in Frankfurt. Daar zit men liever op een witte wolk, mijmerend over de eventuele gelukzaligheid van een artistiek dolce far niente.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden