Ode aan het Prinses Margrietkanaal

Dyn wide loften, de sinne oer it waad/ Boerepleatsen yn it beam mesaad/ De âlde toer dy’t tolve oere slacht/ De fiere lûden yn de stille nacht/ Fryslân do libbest, do libbest yn myn hert/ Al bin ik fier fan dy, ferjit my net (Baukje Wytsma)Zet 84 schrijvers aan een...

Zet 84 schrijvers aan een vaarweg en je krijgt* een biografie van de waterweg. In dit geval van het Prinses Margrietkanaal, dat Friesland en Groningen verbindt, van Lemmer tot Delfzijl. Voor het project ‘Woordenstroom’, een initiatief van de beide noordelijke provincies, brachten de 84 op 1 september een middag door aan het water, ieder op een andere plek. Lokale beroemdheden, landelijke namen, vrijwel allemaal schrijvers die ‘iets’ hebben met de regio.

Veel stukken gaan over voorbijglijdende boten en over mensen die voorbijkomen en verhalen vertellen, wat mooie citaten oplevert. ‘De vaarweg is mijn levensader’, mijmert de 79-jarige Keimpe Jaarsma tegen Henk van der Veer.

Niet iedereen kan even goed tegen rust. Pieter Verhoeff noemde zijn bijdrage ‘Niks te beleven.’ Arie Storm meldt: ‘11.40. Ik wil naar huis, het is hier veel te koud.’

Veel schrijvers worden filosofisch. Jan Heida bijvoorbeeld meldt enthousiast in trance te blijven: ‘Van mij hoeft er geen eind aan het kijken, luisteren, observeren, overdenken en in alle rust genieten te komen. Mijn openingszin is vandaag geland. “Ankerplaats voor de dolende zielen, zwerfoord voor vastgeroeste meningen, herberg voor varenden en voortvarenden.’’’

Sommigen vertellen een persoonlijk verhaal. Jannie Regnerus zoekt haar pake (vader) Sierd op in het bejaardentehuis. Pake, inmiddels 93, vertelt trots over de tijd dat hij sluiswachter was bij Lemmer. Op zijn kamer hangt een foto van pake, trots saluerend bij zijn sluis. Boven het bed een A-viertje waarop staat dat de familie de was doet. De bijdrage ademt weemoed en vergankelijkheid.

Veel schrijvers noteren namen van schepen. De Klaasje Maria doet denken aan de dorpsgek die tijdens de Elfstedentocht in alle elf steden werd geïnterviewd, omdat de regionale krant in elke stad een verslaggever had staan die dacht een bijzondere invalshoek te hebben.

Bijzonder is de bijdrage van Vincent Bijlo. ‘Als je niks ziet, waarom zit je hier dan?’, vraagt een voorbijganger hem, om te vervolgen met: ‘Nee, je hebt gelijk, er valt hier ook niks te zien.’ Bijlo beschrijft de geluiden als muziek. ‘De klaagzang van de vaarweg. Een lamentatie voor Grijs* Het heeft iets sacraals, het landschap wordt haast bewierookt. Het zingt de lof van de industriële afwerkplek.’

De vormgeving valt tegen. Het idyllische landschap is op geen enkele foto te zien, terwijl het onderwerp zich bij uitstek leent voor beelden van golven, wolken en een eenzame reiger. De omslag is een schematische weergave van de vaarweg, met een overzicht van waar welke schrijver zat, en ook het fotokatern toont alleen medewerkers.

Het boek is een momentopname, aangezien alle beslommeringen op dezelfde dag zijn neergepend. Dus niet slechts de biografie van een route, maar ook van een dag: 1 september 2006, zwaarbewolkt, 14 tot 22 graden. Bij een staalblauwe lucht of een zware storm had alles er anders uitgezien.

Karin Sitalsing

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden