Ode aan de kindergeest

WHERE THE WILD THINGS ARE..

Een monsterklus was het, de verfilming van Where the Wild Things Are, Maurice Sendaks klassieke prentenboek uit 1963. Jarenlange voorbereidingen, twijfels over de haalbaarheid en eindeloze vergaderingen gingen eraan vooraf. Hoe moeizamer de film op gang kwam, hoe hoger de verwachtingen werden.

Dat is niet zo vreemd. Het boek, in het Nederlands vertaald als Max en de maximonsters, is niet alleen enorm geliefd, maar ook nauwelijks verfilmbaar. Het wordt bevolkt door fantastische monsters, kent als enige held een kleine jongen in een wolfspakje, en telt maar een paar honderd woorden tekst.

Hoe maak je daar een lange speelfilm van? Spike Jonze, regisseur van Being John Malkovich en Adaptation, durfde het aan. Met goedkeuring van de inmiddels 81-jarige Sendak en hulp van schrijver Dave Eggers bouwde hij het verhaal over het jongetje Max uit tot een groots avontuur.

Max is wild en onbezonnen, maar ook gevoelig. Wanneer zijn oudere zus hem negeert, zijn leraar op school vertelt dat de zon doodgaat en zijn moeder te weinig tijd voor hem heeft, wordt het hem te veel. Hij rent boos zijn huis uit en vlucht. Met een bootje vaart hij naar een eiland waar enorme monsters wonen. Ze dreigen Max op te eten, maar bedenken zich op tijd en kronen hem tot koning.

De eerste twintig minuten van Where the Wild Things Are zijn realistisch en ijzersterk. Na Max’ aankomst op het eiland wacht een verrassing: de enge monsters blijken kinderachtige zeurpieten, die niet samen door één deur kunnen. ‘Het is moeilijk om familie te zijn’ is de les die de film in dit gedeelte te bieden heeft. De scènes waarin Max probeert te bemiddelen tussen de klagende en ruziënde beesten, zijn niet de beste.

Groepstherapie voor een stel manisch-depressieve reuzen, daar heeft het lang uitgesponnen middendeel van Where the Wild Things Are wel iets van weg. Gelukkig ontbreken woeste feest- en vechtpartijen niet. Naar de geest van het boek zijn de monsters ook onbehouwen en grof.

Jonze wilde geen kinderfilm maken, maar een film die kinderen serieus neemt en hen toont zoals ze zijn: soms uitgelaten, soms ook triest en tobberig. Daarin is hij volledig geslaagd. Vooral in de schitterende vormgeving is Where the Wild Things Are een ode aan de avontuurlijke kindergeest. Tegenover de zwakke delen van het scenario staan minstens zoveel scherpe observaties, geestige dialogen en fantasierijke invallen.

Dat over elk detail is nagedacht, is te zien. De acteurs, de aankleding en de locaties zijn van grote klasse. Het is vooral bewonderenswaardig hoe Jonze bij die niet aflatende reeks van beslissingen de sfeer van zijn film heeft weten te bewaken. Van begin tot eind is Where the Wild Things Are een feest van de verbeelding met een serieuze, melancholieke ondertoon. Dichter bij de belevingswereld van een 8-jarige jongen kun je niet komen, en je moet een hart van steen hebben om daar niet door te worden geraakt.

Pauline Kleijer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden