Obsessief op zoek naar zuiverheid

Postuum..

amsterdam J.D. Salinger was beroemd om zijn beknopte maar meesterlijke oeuvre én om de ijzeren consistentie waarmee hij zich afschermde van elke vorm van publiciteit. Sinds de publicatie van The Catcher in the Rye, in 1951, werd Salinger als een van de groten van de Amerikaanse letteren beschouwd. De roman, over de zoekende, provocerende maar ook vertederende adolescent Holden Caulfield, geldt als een moderne klassieker en de hoofdpersoon heeft een archetypische, onsterfelijke status verkregen die misschien nog het best vergelijkbaar is met die van Huckleberry Finn.

In de jaren na de publicatie van zijn debuutroman bevestigde Salinger zijn reputatie met de verhalenbundels Nine Stories (1953), Franny and Zooey (1961) en Raise High the Roof Beam, Carpenters and Seymour: An Introduction (1963). Daarna stokte de reeks boekpublicaties en nadat in het weekblad The New Yorker in 1965 het verhaal ‘Hapworth 16, 1924’ was verschenen, werd het stil rond Salinger.

Al in 1953 was hij verhuisd van New York naar het dorpje Cornish in New Hampshire. Nadat een interview dat hij daar aan een plaatselijke krant had gegeven in diverse landelijke bladen verscheen, verbrak hij de contacten met de buitenwereld en werd hij de legendarische kluizenaar die de media tot het einde toe bleef fascineren.

Jerome David Salinger werd op 1 januari 1919 geboren uit, naar hij geloofde, een Joodse vader en moeder. Pas na zijn bar mitswa hoorde hij dat zijn moeder eigenlijk van katholieke, Schots-Ierse komaf was en na haar huwelijk de naam Miriam had aangenomen.

Salinger groeide op in Manhattan en begon rond zijn 15de verhalen te schrijven. Hij stuurde ze naar The New Yorker, die in december 1941 één ervan accepteerde: ‘Slight Rebellion off Madison’. Het vertelde over een jongen, Holden Caulfield geheten, die wegliep van school. Toen in dezelfde maand Japan Pearl Harbor aanviel, werd het verhaal onpublicabel geacht: weglopers pasten niet in het nieuwe politieke klimaat. Uiteindelijk verscheen het pas in 1946, waarna er alsnog een warme band tussen Salinger en The New Yorker ontstond.

In 1942 werd Salinger opgeroepen voor militaire dienst. Hij nam twee jaar later onder meer deel aan de landing op Utah Beach en vervolgens aan de Slag om de Ardennen. Kort na de Duitse capitulatie bracht hij enige tijd door in een ziekenhuis met wat tegenwoordig een posttraumatisch stresssyndroom zou worden genoemd. ‘Je krijgt de lucht van verbrand vlees nooit helemaal uit je neus, hoe lang je ook leeft’, zou zijn dochter Margaret hem later citeren.

In 1945, nog gelegerd in Duitsland, trouwde Salinger met een vrouw van wie niet veel meer bekend is dan dat ze Sylvia heette en een Franse arts was. Ze volgde hem naar de Verenigde Staten, waar het huwelijk spoedig spaak liep. In 1955 trouwde Salinger Claire Douglas, met wie hij een dochter en een zoon kreeg. Elf jaar later gingen ze uiteen. Begin jaren zeventig had Salinger een een relatie met de toen 18-jarige Joyce Maynard, die daarvan in 1998 tamelijk geruchtmakend verslag deed in At Home in the World. Salinger trouwde nog een derde keer, in de jaren negentig, ditmaal met de verpleegster Colleen O’Neill, die vijftig jaar jonger was dan hij.

De publicatie van ‘A Perfect Day For Bananafish’ in 1948 kan als de doorbraak van Salingers schrijverschap worden beschouwd. De redactie van The New Yorker was dermate onder de indruk van dit verhaal – waarin met Seymour voor het eerst een lid werd opgevoerd van de familie Glass, die zo’n centrale rol speelt in de boeken na Catcher – dat men ‘het eerste recht van weigering’ bedong. Sindsdien publiceerde Salinger nog bijna uitsluitend in het New Yorkse tijdschrift.

Hoewel de grootheid van The Catcher in the Rye vrijwel van meet af aan werd onderkend, was de bewondering aanvankelijk niet anoniem. James Stern, criticus van The New York Times, schreef een negatieve bespreking in de vorm van een pastiche, daarbij het taalgebruik van Holden Caulfield imiterend (het stuk is nog altijd op de site van de krant te lezen). Het zal de verkoop van het boek slechts hebben bevorderd: de roman stond dertig weken lang in de New York Times-bestsellerlijst en is sindsdien een everseller. Wereldwijd werden naar schatting meer dan 65 miljoen exemplaren verkocht en alleen al in de VS gaan er jaarlijks nog zo’n 250 duizend over de toonbank. Salinger heeft zijn hele leven moeiteloos van de royalty’s van slechts vier boeken kunnen leven.

Al in de late jaren veertig deed Salinger zich kennen als een obsessief zoeker naar wat je ‘spirituele verlossing’ zou kunnen noemen. Hij flirtte in de loop der jaren onder meer met zenboeddhisme, Kriya yoga, Dianetics en Christian Science, alsook met acupunctuur, macrobiotiek en homeopathie.

Hoewel hij toen hij zijn laatst gepubliceerde werken schreef al in de 40 was, wordt Salingers oeuvre zo goed als geheel bevolkt door jonge mensen: adolescenten, intelligent en vroegwijs, begiftigd met een scherpe tong en een goed ontwikkeld gevoel voor humor. Ze staan voor puurheid en zuiverheid, terwijl volwassenen vals en onecht zijn. Het zijn de ouderen die de jongeren corrumperen.

Salinger mag dan sinds 1965 niet meer hebben gepubliceerd, in de loop der jaren hebben hijzelf en anderen laten weten dat hij gestaag is doorgegaan met schrijven. ‘Ik houd van schrijven en ik verzeker u dat ik het met regelmaat doe’, liet de schrijver in 1980 aan de Boston Sunday Globe weten. Biograaf Ian Hamilton citeert een anonieme bron die zegt dat Sallinger ‘ten minste twee full-length manuscripts’ in zijn kluis bewaarde, en eind jaren negentig circuleerde het gerucht dat het om niet minder dan zestien boekmanuscripten zou gaan.

Toen Salingers dochter Margaret in 2000 haar herinneringen publiceerde (Dream Catcher), bevestigde zij dat het huis in Cornish een uitvoerige literaire nalatenschap bevat, zorgvuldig door de auteur geordend ‘zodat stommelingen het niet zouden weggooien en slimmeriken er niet door in de war zouden worden gebracht’.

De schrijver zou zijn werk zelfs met kleuren hebben gemarkeerd: de rood gemarkeerde werken zouden zonder wijzigingen moeten worden gepubliceerd, de blauw gemarkeerde zouden eerst moeten worden geredigeerd.

Als Salinger niet vlak voor zijn dood van gedachten is veranderd, kunnen we de komende jaren dus een keur aan publicaties verwachten. En aangezien hij in de kracht van zijn schrijversleven is gestopt met publiceren, ligt het voor de hand dat zich in de kluis in Cornish een boel moois bevindt – al menen sommige critici dat het werk van Salinger in de jaren zestig al signalen van verval vertoonde.

Vaststaat dat Salinger van grote invloed is geweest op latere schrijvers. Van Richard Yates tot Haruki Murakami en van Joost Zwagerman tot Ronald Giphart hebben auteurs zich aan hem schatplichtig verklaard. Ook Philip Roth, Sylvia Plath, Jay McInerney en Dave Eggers zijn met Salinger in verband gebracht.

Schrijvers van Salingers statuur sterven niet als ze ophouden met publiceren. En ook niet als ze doodgaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden