O, DIE NEGERS VAN CATFISH ROW

Dirigent John Mauceri heeft de originele Porgy and Bess op cd gezet. Geweldige muziek, vond componist Gershwin zelf. Maar op het verhaal was veel kritiek....

O wat is dat erg als Porgy uit beeld verdwijnt, zijn Bess achterna. Daar gaat de kreupele Porgy, moederziel alleen in zijn karretje, helemaal naar New York. Dag Porgy.

Hartverscheurend is het slot. Ook wanneer je het beeld zelf moet verzinnen, zoals bij de ‘spectacular world premiere’ van de ‘originele versie zoals bij de eerste prductie in 1935’ van George Gershwins Porgy and Bess. Die staat op een nieuwe dubbel-cd, gerealiseerd onder leiding van John Mauceri.

Volgens deze Amerikaanse dirigent bestaan er twee soorten probleem-opera’s: vergeten opera’s, en opera’s die repertoire hebben gehouden. Alle opera’s dus, grapt Mauceri enigszins dubbelop in het tekstboek, doelend op ‘duizenden’ kleine en grotere reconstructies die hij, voortbordurend op speurwerk van Amerikaanse musicologen, in de nieuwe cd-versie van Porgy and Bess heeft verwerkt.

Maar het lijdt geen twijfel dat Gershwins eerste en laatste opera Porgy and Bess, die volop repertoire heeft gehouden in allerlei twijfelachtige en minder twijfelachtige versies, ook in ander opzicht tot de omstreden gevallen hoort. De acteur Sydney Poitier, die ooit Porgy speelde in een filmvertolking waar de zanger en acteur Harry Belafonte feestelijk voor bedankte, heeft later danig spijt gehad van de rol waarmee hij wereldfaam verwierf (en waarin zijn stem werd ‘gedubbeld’ door een professionele bariton).

Wie die film van Otto Preminger nooit heeft gezien – hij is bijna nergens meer te traceren, maar naar het schijnt is een nieuwe dvd-uitgave op komst – kan zich misschien de getroffenheid herinneren waarmee vaders en moeders ooit thuis kwamen van de bioscoop, Summertime neuriënd en vingerknippend op de melodieën van I got plenty of nuttin’ en It ain’t necessarily so. Onder Haarlemse kinderen (niet te verwarren met die uit Harlem) heette het epos vrij spoedig Vorkie en Mes.

Het nam niet weg dat diezelfde film, muzikaal gearrangeerd door André Previn en uitgebracht in 1959 door Sam Goldwyn, ruim voor de opkomst van de Black Panthers al uit de roulatie verdween wegens vermeend racisme en kleinerend-sentimentele effecten. Want o, die ‘negers’ van de Catfish Row in Charleston, die gokken, erop los slaan, dingen doen zonder te trouwen, zich met nuttin’ de koning te rijk wanen en niet I love you zeggen maar ‘I loves you’ en ‘You is my woman now’. En o, die nare Sporting Life, met zijn trucjes en danspasjes en dat witte spul waarmee hij de arme Bess meelokt naar de grote stad terwijl haar Porgy in de cel zit.

Het was de grote zang- en dansvirtuoos Sammy Davis junior, tussen haakjes, die de filmvertolking van de gepommadeerde cocaïnehandelaar Sporting Life voor zijn rekening nam. Liefhebbers die dat alleen van horen zeggen hebben, hebben allicht een mindere god op witte schoenen met gaatjes zien rondstappen. Talloze musicalversies en met ‘originele Broadway-artiesten’ opgetuigde prutproducties reizen nog altijd over de wereld.

Porgy and Bess. ‘Deze muziek is zo geweldig, ik kan haast niet geloven dat ik haar zelf gecomponeerd heb’, jubelde George Gershwin over zijn opera, kort voor zijn vroegtijdige dood. De verkrachtingen die hele stoeten van producenten, bewerkers, regisseurs en ad hoc-musici voor zijn operapartituur in petto hadden, kon hij in 1937 nog amper bevroeden.

De dirigent Lorin Maazel, die na vier decennia van wereldwijde Porgy and Bess-verminking de primeur had van een ‘originele’, ongecoupeerde Porgy and Bess op de plaat, met volledig gezongen dialogen in plaats van musicalgesprekjes, heeft Gershwin wel vergeleken met Verdi. ‘Vanwege zijn compassie met individuen.’ Omdat Gershwin ook de psyche van zijn personages begreep, voegde Maazel er een vergelijking met Mozart aan toe. Alsof dat nog niet genoeg was, liet hij ook de namen Bellini en Moesorgski vallen.

Dat lijkt allemaal wat overdreven, voor een opera die uitmunt door melodische vondsten (‘Bellini’) en Moesorgskiaanse folk spirit, maar die ook gebukt gaat onder een overdaad aan randpersonages en subplots, met plompverloren doodslag en uit het niets opduikende kwaaie pieren.

Het is ook niet alleen de burgerrechtenbeweging geweest die iets op Porgy and Bess tegen had, en het waren niet alleen zwarte genieën als Paul Robeson en Duke Ellington die zwarte collega’s zagen optreden in een liefst ferm te ontmaskeren toonbeeld van ‘schoensmeernegroïsme’. De Amerikaanse componist en criticus Virgil Thomson beschouwde Porgy and Bess als ‘kromme folklore’ en als een half way opera. Toen het stuk in de jaren veertig via een hardhandige musicalversie van Cheryl Crawford zijn gezongen dialogen verloor, met behoud van het verhaal en een fraaie verlanglijst aan geliefde songs, vond Thomson dat eigenlijk een prima idee.

Zwarten moorden, gokken en zijn kinderachtig (bij)gelovig, een jood zet het op muziek en in de zaal klappen de gojs. Dat is, in zijn extreemste vorm, het Porgy-spookbeeld. Ellington en Robeson hebben het aardig gerelativeerd door zelf Porgy and Bess-nummers op het repertoire te nemen. Ook Sammy Davis junior, bekeerd tot de joodse religie, heeft het zijne aan de relativeringsgeschiedenis bijgedragen: hij weigerde, een schuimbekkende Otto Preminger ten spijt, als Sporting Life mee te acteren tijdens een Porgy-filmdraaidag die samenviel met het joodse feest Jom Kippoer. De oude Sam Goldwyn gaf hem knarsetandend zijn zegen. Wat Sammy en Sam zich nog niet realiseerden – Gershwins biograaf Edward Jablonski heeft pas later de vinger op dit soort dingen gelegd – is dat het spotlied It ain’t necessarily so van de gepommadeerde Sporting Life verwant is aan joods-liturgische melodiek.

Maar het Porgy-spookbeeld is ook wel onderstreept – door treurige bijkomstigheden. De witte ‘Jazz Singer’ en acteur Al Jonson, onsterfelijk geworden als schoensmeer-Blackface, probeerde al de rechten te kopen van het toneelstuk dat Dubose Heyward in de jaren twintig baseerde op zijn eigen Porgy-roman. Toen Gershwin in 1930 van de New Yorkse Metropolitan Opera een compositieopdracht kreeg voor Porgy, zag Gershwin daar geen gat in: zwarten mochten destijds bij de Met niet naar binnen. De zwarte bariton Todd Duncan, hoofdrolzanger in de allereerste geënsceneerde Porgy and Bess van 1935, was na de eerste Broadway-reeks ook Porgy in een reisproductie. Hij was woest toen zwarten en blanken in het gesegregeerde Washington niet samen in de zaal mochten zitten en leidde een staking van de hele cast. Die had het al niet begrepen op het woord nigger in de tekst, en overstemde dat tijdens voorstellingen gretig met gehum en gedruis.

Maar Porgy and Bess zelf? Wie de opera Lulu ziet, zal niet beweren dat Alban Berg ‘de vrouw’ voor eeuwig als hoer heeft weggezet, en tegen de componist Mascagni wordt ook maar zelden ingebracht dat zijn opera Cavalleria rusticana de boeren van Italië door het slijk haalt.

Gershwin, die zelf het oor te luisteren legde bij blues- en spiritualzangers in South-Carolina, en zijn Franse vrienden Milhaud en Ravel ooit meenam naar Harlem om ze naar ‘echte’ jazz te laten luisteren, kan evenmin van aapjeskijken worden verdacht. Zijn glorie en mindere glorie liggen op het gebied van de muzikale smaak. Zijn cross-over avant la lettre is gevoed met liefdevolle verkenningen van het gebedslied, van het feestlied, van de straatroepen van visvrouwen en de honeyman. Wat de soms geforceerd-Pucciniaanse, soms danig gekunstelde gezongen dialogen in Gershwins Porgy and Bess betreft: er zijn componisten geweest (Wagner, Verdi, Strauss) die minder op dreef waren in hun opera-eersteling.

Zo kan de nieuwe, muzikaal niet onaardige maar ook niet ronduit verbijsterende uitvoering met Alvy Powell (Porgy), Marquita Lister (Bess) en het Nashville Symphony Orchestra in de ‘wereldplaatpremière à la 1935’ onder John Mauceri worden opgevat als document van een belofte: de belofte van een groot opera-oeuvre, in de knop gebroken door Gershwins hersentumor. Musicologisch gaat het in deze ‘oorspronkelijke versie’ wel weer anders dan anders: in oerversies wordt vaak elke vergeten snipper die nog te vinden is opnieuw ingeplakt. Van Porgy and Bess gingen ‘complete’ operaversies al in Houston (1976), in New York (1985), Glyndebourne (1986) en Londen.

Voor Mauceri’s uitvoering is van de weeromstuit het mes gezet in Porgy: de musicologen Charles Hamm en Wayne Shirley baseerden zich op veranderingen en coupures die Gershwin zelf heeft aangebracht toen zijn opera in 1935 in première moest gaan op Broadway. Vlakgom, knipschaar en lijmkwast hanteerde hij zowel met het oog op de muzikaal-dramatische voortgang als op de laatste treinen naar de suburbs. Zo is een aria van Porgy over buzzards er weer uit, en verdween het herhaalgedeelte van een spiritual waarin tweemaal boenkerdeboenk een trein naar het Beloofde Land op gang kwam.

Om het nog wat ingewikkelder te maken: in het Londense Savoy Theatre gaat volgende week een Porgy-productie in première met succesnummers, koren én gezongen dialogen, geregisseerd door Trevor Nunn – en door dezelfde Nunn weer teruggeperst naar musical-format.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden