Nuances en de Oranjes

Vandaag verschijnt een mediarapport over de Mabel-affaire. Volgens Dorine Hermans en Daniela Hooghiemstra is royaltyberichtgeving altijd onevenwichtig...

De leden van de koninklijke familie zijn bewoners van een bijzonder eiland: het laatste stukje Nederland waar mensen ook erfelijke instituten zijn. De berichtgeving over dat eiland kent grofweg twee varianten. In de eerste is het eiland mooi: er wonen unieke, getalenteerde mensen die schitterende kleren dragen, lieve kinderen hebben en altijd gelukkig zijn. In de tweede is het eiland lelijk; achter de mooie façade gaan slechte mensen schuil.

Geen van beide varianten doet recht aan de werkelijkheid.

De bewoners van het koninklijke eiland worden geacht onfeilbaar te zijn. Daarmee begint het probleem. Alle bewegingen van de familie, hoe klein ook, zijn nieuws. Voor de leden van de koninklijke familie is het de kunst in het zoeklicht te gaan staan zodra zij kunnen schitteren, en vervolgens weg te duiken. Maar de media willen juist weten wat zich afspeelt in hun schuilplaats.

Zelfs de leden van de familie die al meer dan een eeuw dood zijn, ontkomen niet aan dit spel, zo hebben wij onlangs gemerkt. Toen uitgeverij Bert Bakker ons vroeg in de reeks Ooggetuigen een bundeling te maken van stukken waarin tijdgenoten de eerste drie Oranje-koningen beschrijven, dachten wij niet dat wij ons daarmee veel op de hals haalden. Wij dachten dat de zoeklichten op het eiland van meer dan honderd jaar geleden inmiddels niet zo fel meer brandden en dat het spel daar nu wel zo’n beetje was uitgespeeld.

Een week na de verschijning van het boek koos koningin Beatrix echter positie. Via de Rijksvoorlichtingsdienst meldde zij dat wij ‘selectief’ gebruik hadden gemaakt van de bronnen uit haar archief en dat daardoor een ‘eenzijdig beeld’ was ontstaan van haar voorvaderen. De koningin vond dat de bundeling ooggetuigenverslagen ‘geen recht’ deed aan de ‘persoonlijkheden van de koningen’ en aan hun ‘verdiensten voor ons land’ (Binnenland, 22 november).

Met het ‘beeld’ van de koningen hadden wij ons niet bezig gehouden. In de Ooggetuigen-reeks gaat het niet om beeld, verdiensten of tekortkomingen. Bij de bundeling ging het om sfeertekening, schrijfstijl, humor, nabijheid en levendigheid. Het gaat om de beschrijving, niet om het oordeel. Ons commentaar bestond uit een korte uitleg van de gebeurtenissen, gebaseerd op al bestaande literatuur. Natuurlijk zochten we ook spannende stukken uit. Maar of die positief of negatief zijn, blijft vaak in het midden. Willem II had ‘onnatuurlijke lusten’, zoals de liefde tussen mannen in de 19de eeuw werd genoemd. Noemen we dat anno 2007 negatief?

Het eerste signaal dat het wellicht om brandbare materie ging, was dat we een streng contract moesten ondertekenen om de archieven in het Koninklijk Huis te mogen bekijken. Desgevraagd moest inzage worden verstrekt in de gemaakte aantekeningen en wij mochten deze aantekeningen niet aan derden laten zien. De directeur van het Huisarchief had bovendien het recht, als het manuscript klaar was, publicatie te verbieden. Omdat hij geen enkel bezwaar maakte, kregen wij opnieuw de indruk dat het explosie-gevaar in de geschiedschrijving over de koningen inmiddels geweken was.

Maar de media zagen toch wel been in de dode koningen. Vooral het feit dat wij ook in het privéarchief van de koningin hadden mogen kijken, vonden journalisten bijzonder. En dode koningen bleken nog krantenkoppen te genereren als: ‘Willem II uit de kast’.

Na de interventie van de koningin beseften wij pas echt dat de oude koningen nog meespeelden in de eredivisie. Met alle verwarrende consequenties van dien. Premier Balkenende keek heel ernstig toen hij tijdens zijn wekelijkse gesprek op televisie verklaarde dat ‘er twee schrijfsters zijn geweest’ die in hun boek ‘een wel heel erg negatief beeld’ hadden geschetst.

Door de regeringsbemoeienis kwam het boek plotseling in een ander daglicht te staan. Het was een ‘schandaalboek’ geworden. ‘Schunnig’ zelfs, volgens een recensent. Woedende Oranjefans bestookten ons met telefoontjes, brieven en e-mails over dit ‘scabreuze’ werk. Anderen snelden juist handenwrijvend naar de boekwinkel, om thuis teleurgesteld te constateren dat het boek toch niet de ondermijnende inhoud had waar zij op hadden gehoopt. Weer anderen dachten dat een poging was ondernomen een standaardwerk te schrijven. Waarom is hier geen ‘bronnenkritiek’ toegepast? vroeg een recensente. ‘Er staat niets nieuws in’, mopperde een medewerker van de RVD.

Wij zagen verbaasd toe hoe de misverstanden zich opstapelden. Wij weten nu een beetje hoe het is als er zo veel zoeklichten op je gericht staan dat alles uit proportie raakt. Maar de media de schuld geven van de uitvergroting die plaats heeft zodra de koninklijke familie ergens het onderwerp van is, is net zoiets als spiegels kwalijk nemen dat mensen te dik zijn. Als 19de-eeuws eiland in een moderne samenleving staat het koningshuis boven de normale verhoudingen. Dat heeft zijn charme, maar maakt van de berichtgeving over dit eiland een uitputtend spel, dat onmogelijk kan leiden tot een evenwichtig beeld van de bewoners.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden