architectuur

Nu te bezoeken: deze vijf Nederlandse, iconische gewonemensenhuizen

Stadsgezicht van woonwijk de Kiefhoek in Rotterdam, ontworpen door de architect J.J.P. Oud. Op de foto hoek Hendrik Idoplein en de 2e Kiefhoekstraat. Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Stadsgezicht van woonwijk de Kiefhoek in Rotterdam, ontworpen door de architect J.J.P. Oud. Op de foto hoek Hendrik Idoplein en de 2e Kiefhoekstraat.Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Tussen de vele museumhuizen die Nederland rijk is, staan ook vijf wereldberoemde woningen voor de gewone man. Architectennetwerk Iconic Houses zet ze met vijf andere museumhuizen deze maand in de schijnwerpers.

1 miljoen. Als er nu over woningbouw wordt gesproken, gaat het vooral over dat getal: het aantal huizen dat moet worden gebouwd om de woningnood te lenigen. Onbesproken daarbij blijft de vraag welke buurten die huizen vormen en hoe mensen willen wonen.

Dat is betreurenswaardig en vreemd, aangezien Nederland een internationaal gewaardeerde traditie heeft hoog te houden in steden- en woningbouw. Denk aan woningbouwcomplex het Schip in Amsterdam of de nieuwe stad Nagele in de Noordoostpolder, mijlpalen in de ontwikkeling van de volkshuisvesting. Tijdens de zogeheten Iconic Houses-maand juli is er nu de kans ze te bezoeken en zelf te ervaren wat er zo bijzonder is aan deze huizen.

Iconic Houses is het platform dat architectuurhistoricus Natascha Drabbe in 2012 oprichtte. Ze wilde een overzicht bieden van de beroemdste huizen ter wereld, zodat je die op vakantie kunt bezoeken. Inmiddels zijn 150 museumhuizen aangesloten, van Frank Lloyd Wrights Fallingwater tot het cilindrische Melnikovhuis in Moskou. Er kwam een lijst met Icons at Risk om de aandacht te vestigen op met sloop bedreigde woningen. Daarnaast is Iconic Houses een netwerk voor eigenaren en directeuren om kennis te delen over renoveren, fondsenwerving en exploitatie.

Netwerken was door corona het afgelopen jaar niet mogelijk. Om de gederfde inkomsten te compenseren bedacht Drabbe de openhuismaand. Tien aangesloten Nederlandse museumhuizen zijn in juli te bezoeken. Vijf ervan zijn gebouwd voor ‘de gewone man’. Voor deze opdrachten werden destijds de beste architecten aangetrokken die het experiment niet hoefden te schuwen. Het resultaat: een collectie gebouwen die tot op de dag van vandaag ontwerpers inspireert. Dit zijn de vijf iconische gewonemensenhuizen.

Een krotwoning die het Amsterdamse stadsbestuur met de bouw van de beroemde Amsterdamse-Schoolwoningen tot het verleden wilde laten behoren. De woning is nog te zien in het Museum Het Schip in Amsterdam. Beeld Jan Reinier van der Vliet
Een krotwoning die het Amsterdamse stadsbestuur met de bouw van de beroemde Amsterdamse-Schoolwoningen tot het verleden wilde laten behoren. De woning is nog te zien in het Museum Het Schip in Amsterdam.Beeld Jan Reinier van der Vliet

Het Schip, Amsterdam

1921, Michel de Klerk

Om te begrijpen wat er bijzonder is aan de op het eerste gezicht nogal gewone modelwoning in het Amsterdamse Museum Het Schip moet je vooraf een kijkje nemen in de krotwoning die in een container op de binnenplaats is nagebouwd. Zo krijg je een indruk van de sloppenwijken waarin arbeiders begin 20ste eeuw woonden. Hele gezinnen leefden in één kamer en sliepen in één bed, met de baby in een la onder het bed: het ‘ondergeschoven kind’. De kist met gat in de hoek is de poepdoos. Het verwondert niet dat in de krottenwijken allerlei ziekten rondwaarden.

Het Amsterdamse-Schoolmuseum Het Schip, in Amsterdam-West. Beeld
Het Amsterdamse-Schoolmuseum Het Schip, in Amsterdam-West.Beeld

Om mensen gezond te laten wonen, wat de prioriteit was van het gemeentebestuur, werden woningcorporaties opgericht en kwam in 1901 de Woningwet. Daarin werd onder meer vastgelegd dat de keuken afgescheiden moest zijn van de woonkamer en slaapkamer.

De appartementen in het Schip hadden ook aparte slaapkamers voor de kinderen – een luxe. ‘Arbeiderspaleizen’ werden ze genoemd. Het paleisgevoel wordt versterkt door het torentje op het gebouw, waaronder de modelwoning zich bevindt. Dat torentje heeft geen woonfunctie; het is een lege ruimte, ontworpen als stedenbouwkundig accent. Zoals de kerktoren het centrum van een dorp markeerde, zo konden de bewoners hier trots op het torentje wijzen en zeggen: dat is onze wijk.

De Kiefhoek in Rotterdam. Beeld Ossip van Duivenbode
De Kiefhoek in Rotterdam.Beeld Ossip van Duivenbode

De Kiefhoek, Rotterdam

1930, J.J.P. Oud

Wie voordat hij museumwoning De Kiefhoek binnengaat een rondje door de gelijknamige Rotterdamse wijk loopt, ervaart nog altijd de frisse wind die architect J.J.P. Oud met het Nieuwe Bouwen liet waaien in de Nederlandse woningbouwarchitectuur. De eengezinswoningen zijn het tegenbeeld van de Amsterdamse-Schoolarchitectuur van Het Schip: hier geen versieringen en baksteen, maar gevels van spierwit stucwerk met dunne stalen kozijnen. Dit was moderniteit, dit was vooruitgang.

Oud ontwikkelde een gestandaardiseerde plattegrond, zodat er seriematig, en daarmee betaalbaar, gebouwd kon worden. Anders dan bij Het Schip in Amsterdam, dat vanuit het straatbeeld is ontworpen, zie je in deze modelwoning dat de architect ook dacht vanuit het interieur. De huizen zijn klein maar praktisch, met ingebouwde kasten en een kapstok met hoedenplank. Interessant detail: op de bovenverdieping kreeg het raam een extra hoge borstwering, om te voorkomen dat je eroverheen zou hangen om met de buurman of -vrouw aan de overkant te kletsen – dat gold als ongepast. Het toont hoe de architect met zijn ontwerp niet alleen de woonkwaliteit voor, maar ook het gedrag van bewoners wilde verbeteren.

Vooraanzicht van een woning in De Kiefhoek in Rotterdam Beeld Ossip van Duivenbode
Vooraanzicht van een woning in De Kiefhoek in RotterdamBeeld Ossip van Duivenbode

Ouds plan om de woningen een badkamer te geven, bleek voor dat moment een tandje te modern: jezelf wassen deed je in het badhuis. Voor het wassen van textiel ontwierp de architect een platje boven in de woning, dat gebruikt werd als slaapplek voor kinderen.

Woningen van Cornelis van Eesteren in Amsterdam-West. Beeld Monique van Dongen
Woningen van Cornelis van Eesteren in Amsterdam-West.Beeld Monique van Dongen

Van Eesteren Museumwoning, Amsterdam

1952, Nielsen, Spruit & Van de Kuile

De revolutie van deze maisonnette, onderdeel van een bakstenen blok van vier verdiepingen, schuilt allereerst in de plek waar hij staat: de Amsterdamse Tuinstad Slotermeer. Stedenbouwkundige Cornelis van Eesteren stapte hier af van het klassieke gesloten bouwblok waarmee Amsterdam tot dat moment was gevormd. De ba sis voor dit stadsdeel waren portiekflats, die Van Eesteren vrij in het groen plaatste, om ‘licht, lucht en ruimte’ in de appartementen te brengen.

De keuken van de Van Eesteren-museumwoning. Beeld Adelheid Vermaat
De keuken van de Van Eesteren-museumwoning.Beeld Adelheid Vermaat

Slotermeer is de eerste Tuinstad uit Van Eesterens Algemeen Uitbreidingsplan, waarmee Amsterdam in omvang verdubbelde. Als gevolg van de economische crisis in de jaren twintig was in daaropvolgende decennia nauwelijks gebouwd. Daardoor, en door de verwoestende bombardementen in de Tweede Wereldoorlog, was de woningnood in de jaren vijftig hoog. Er moesten snel en veel huizen komen, waarbij vooral werd gebouwd met prefabelementen.

Vernieuwend aan deze woning is ook het prefabinterieur met Bruynzeelkeuken en Tomado-wandrekken. Het design, nu populair retro, gold destijds als ultramodern. De inrichting geeft een tijdsbeeld van hoe mensen op interieurgebied werden ‘opgevoed’ door meubelfabrikanten als Pastoe en Artifort, die hun producten presenteerden in het tijdschrift Goed wonen. Als alternatief voor de zware, gecapitonneerde sofa’s kwamen ze met meubels met een uit bui­zen sa­men­ge­steld frame, licht in gewicht, makkelijk schoon te maken en eenvoudig te verplaatsen.

Museumhuis Polman in het dorp Nagele in de Noordoostpolder. Beeld Arjan Bronkhorst
Museumhuis Polman in het dorp Nagele in de Noordoostpolder.Beeld Arjan Bronkhorst

Museumhuis Polman, Nagele

1956, Lotte Stam-Beese en Ernest Groosman

De doorzonwoning: menig Nederlander is erin opgegroeid. Zo gewoon is het huis waarmee in de jaren zestig wijken zijn volgebouwd, dat je bijna zou vergeten welke geweldige kwaliteit zo'n huis biedt, met daglicht en uitzicht naar twee kanten.

Nagele is de plek waar dit type woning in 1956 werd ‘uitgevonden’ door architect Lotte Stam-Beese. Het eerste modernistische dorp van Europa was een van de stedenbouwkundige experimenten die in de jaren vijftig werden losgelaten op het nieuwe land in de Flevo- en Noordoostpolder. De woningen waren bedoeld voor landarbeiders die op de aardappelvelden werkten.

De keuken van de doorzonwoning in Nagele. Beeld Arjan Bronkhorst
De keuken van de doorzonwoning in Nagele.Beeld Arjan Bronkhorst

Stam-Beese wilde licht en lucht in de huizen brengen, maar moest wel een scheiding tussen woon- en eetkamer maken, zoals vastgelegd in de Woningwet. Haar oplossing: de tussenwand van glas maken. Zo ontstond de voorloper van de doorzonwoning, die later een open keuken kreeg.

Anno nu wil stedenbouwkundig experiment Nagele zichzelf opnieuw uitvinden, als proeftuin op het gebied van verduurzaming. In 2016 kreeg het dorp geld, ter compensatie van het windmolenpark dat aan de rand van de Noordoostpolder werd gebouwd. Besloten werd om dat te investeren in het opwekken van duurzame energie. De Coöperatieve Vereniging Energiek Nagele schreef in 2016 een prijsvraag uit om het dorp energieneutraal te maken. De eerste stap is inmiddels gezet: de platte daken liggen vol met zonnepanelen.

Interieur van een Diagoonwoning in Delft. Beeld Antoine van Leeuwen
Interieur van een Diagoonwoning in Delft.Beeld Antoine van Leeuwen

Diagoonwoning, Delft

1971, Herman Hertzberger

Tot de jaren zestig waren het vooral de woningcorporaties en architecten die bedachten hoe de gewone man moest wonen. Dat veranderde in de jaren zeventig, toen provo’s en krakers zich fel verzetten tegen de stadsvernieuwing, waarvoor sociale huurwoningen werden gesloopt. Tegelijk daarmee deed de inspraak zijn intrede. Tegen deze achtergrond ontwikkelde architect Herman Hertzberger zijn filosofie ‘ruimte maken, ruimte laten’. Hij wilde gebouwen ontwerpen die mensen zich kunnen toe-eigenen. De Diagoonwoning in Delft, die bewoners naar eigen inzicht kunnen afbouwen en aanpassen, is daarvan een sprekend voorbeeld.

Het oorspronkelijke plan was een wijk te bouwen met 324 van deze huizen, die in verschillende configuraties kunnen worden geschakeld. De bewoners zouden met hun buren de openbare ruimte inrichten. Maar de gemeente durfde het experiment niet aan. Corporatie Bouwfonds realiseerde, om de oplevering van de vijftigduizendste wederopbouwwoning te vieren, alsnog acht huizen.

De Diagoonwoning is vernoemd naar zijn diagonale zichtlijnen. Die resulteren erin dat je, als je door het huis loopt, steeds een ander beeld ervaart. ‘Het huis heeft een prachtige ruimtelijke werking en lichtval’, zegt architect Robert von der Nahmer, die in 2015 de woning heeft gekocht.

Interieur van een Diagoonwoning in Delft. Beeld Antoine van Leeuwen
Interieur van een Diagoonwoning in Delft.Beeld Antoine van Leeuwen

Dit idee van een aanpasbaar huis heeft de weg geplaveid voor de vandaag zo populaire klusloft. ‘Het verschil’, zegt Von der Nahmer, ‘is dat flexibiliteit nu vaak gelijk wordt gesteld aan een neutrale ruimte. Hertzberger vond juist dat je specifieke ruimten moest creëren die bewoners aanzetten iets te doen. Het mocht zelfs irritatie opwekken.’ Zo maakte hij vloeren met niveauverschillen en wordt het dakterras is toegankelijk via een scheepsladder en ophaalbrug. ‘De ruimte blijft verrassen’, zegt Von der Nahmer, ‘en dat is de reden dat mensen hier lang blijven wonen. In dit huis ga je gewoon zitten en genieten.’

Naast deze vijf woningen zijn deze maand nog vijf iconische huizen met korting te bezoeken: De Dageraad in Amsterdam, het Van Doesburg-Rinsemahuis in Drachten, Huis Sonneveld in Rotterdam, het Van Schijndelhuis in Utrecht en het Wall House #2 in Groningen.

Binnenkijken in een haaienbek

Omdat tijdens de lockdown de internationale congressen van Iconic Houses niet konden doorgaan, kwamen de museumhuisdirecteuren op het idee elkaar tijdens een livestream door hun woningen rond te leiden. De digitale tours waren zo’n succes dat ze ermee doorgaan: tweewekelijks wordt online een ‘open huis’ georganiseerd voor leden. De bewerkte opnamen zijn voor 15 euro te koop op de website. Een van de huizen die je zo vanuit je luie stoel kunt bezoeken, is het spectaculaire Casa Orgánica in Mexico-City (1984, architect Javier Senosiain) dat de vorm heeft van een haai met opengesperde bek.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden