Poëzie Goed en slecht

November nodigt uit tot slecht én goed rijm

De emmer bij Gerrit Achterberg rijmt niet, ziet Arjan Peters. Bij Anton Korteweg kwam hij een andere emmer tegen.  

Beeld Getty / bewerking Studio V

Om op bruikbare ideeën te komen voor een sinterklaasvers heb je meer aan een rijmwoordenboek dan aan Gerrit Achterberg, die kon er met de pet naar gooien. In Autodroom (1954) schreef hij: ‘Wegen die ik niet wist dat verder konden/ hebben hun col de wolken in gevonden’, en dat was heel wat jaartjes vóórdat John Ewbank iedereen liet gruwen van de regel ‘de dag die je wist dat zou komen’, uit het veelgesmade Koningslied (2013).

In Achterbergs laatste bundel Vergeetboek (1961) staat een van zijn sterkste staaltjes van rommeldichten, in November’. Let op:

‘De nederige dagen van november
zijn weer gekomen, grijze als een emmer;

tevreden met het licht dat minderde
op de gezichten van de kinderen’

Zou Achterberg soms novemmer hebben gezegd, of ember? Hij klungelt nog even door:

‘De protestantse dagen van november
dragen geen heiligen op de kalender.’

Kniesoor die daarop let.

‘Toon van november knalt het jagersschot.
Verder en verder valt een deur in ’t slot’

Ja hoor, een schot dat een toon knalt, en een deur die maar in het slot blijft vallen. In de poëzie mag alles. Maar omdat Gerrit niet een beetje beter dicht, gooi ik nu dan zijn Vergeetboek dicht.

Om de emmer opnieuw tegen te komen. In een gedicht van Anton Korteweg, opgenomen in zijn ‘autotopografische bloemlezing’ Nooit eens lekker nergens, waarin hij alle pleisterplaatsen uit zijn leven, onderweg ‘naar waar helemaal niks meer te bleven valt, heeft gerangschikt (Meulenhoff; € 19,99). Jarenlang was Korteweg directeur van Letterkundig Museum, en reisde uit dien hoofde dikwijls het land af, om bij boekpresentaties en op begrafenissen onder zachte dwang, of voor een zacht prijsje, de verlangde nalatenschappen van schrijvers te verwerven.

Het vers ‘Eigen schuld’, speelt in zijn woonplaats Leiden:

‘Als ik een bosje ranonkels
bij Kulk op het Levendaal
op hun bolle, lichtgroene benen
opgewekt in een emmer zie staan,
weet ik dat ze haastig en graag
hun vrolijke, blozende knoppen
als ik ze in huis heb gehaald
laten hangen. Om mij te foppen.

Dus koop ik ze toch
en knak ik voor straf
al hun koppen eraf.’

Dat is een lekker lopend rijtje: knoppen-foppen-koop-koppen. Dan kun je nog zo’n blije ranonkel zijn, het blijft oppassen. Juist als de dagen grijze als een emmer zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden