Noten en een deur

Een groepsreis kriskras door het thuisland van Bach die 28 juli precies 250 jaar dood is. Na Dresden: Leipzig. Bach is van Leipzig....

Nicoline Baartman

NA de kilte van Dresden doet zijn aanwezigheid hier nogal overweldigend, zelfs luidruchtig aan. In de gekste gedaanten stormt hij op je af: van straatgitarist met gettoblasterbegeleiding tot lijdzaam bedelaar op de trap van de Thomaskirche, iedereen is vervuld van Bach. En anders staart hijzelf je wel aan, vanaf een wapperend vaandel, een boekomslag (óók Maarten 't Hart: Bach und Ich), een foldertje of de sokkel voor diezelfde Thomaskirche.

Alles goed en wel, toch is Bach van Leipzig, wil het Bach Festival Leipzig 2000 maar zeggen. Vrijdag ging het officieel van start, de hele week volgen concerten en andere feestelijkheden. Zelfs het piepkleine Apothekenmuseum doet mee. Daar zal een 'wetenschappelijke' expositie antwoord moeten geven op vragen met betrekking tot lijden en overlijden van de gevierde componist. (Was het wel staar of was het diabetes?)

)

Johann Sebastian Bach woonde vanaf 1723 tot aan zijn dood in Leipzig. Hij was als cantor in dienst van het stadsbestuur, dat hem overigens niet altijd even welgevallig was. Aan de Thomasschule gaf hij les, de koorschool die tot op de dag van vandaag voortbestaat.

In Bachs tijd was het één complex: kerk- en school. Maar de Thomasschool is afgebroken. Leider, zegt de dame van het Bachmuseum Leipzig. Leider, zegt ze nog een keer en kijkt ons veelbetekenend aan. Wat ze bedoelt, valt ook in sommige Duitse kranten te lezen: erg behoedzaam is Duitsland niet met de erfenis van zijn toondichter omgesprongen.

Een deur is alles wat rest van Bachs dagelijkse bedoening, buiten de noten dan. Een deur! Geen tafel, geen stoel, nog geen inktpotje. Het enige wat werd 'gered' toen de Thomasschule in 1902 tegen de vlakte ging: de deur van de woning van de cantor. Achter glas is hij in het museum opgehangen.

Ze dríjft ons bijna verder, in sneltreinvaart door het museum heen, bespraakt en efficiênt, want er wacht weer een groep. En toch overkomt het haar. Onverhoeds schiet ze uit haar rol van professional, wanneer ze over de voormalige Bachkerken van Leipzig komt te spreken, wijzend naar historische afbeeldingen ervan. Ja, ook de Paulinerkirche hoorde daartoe. Ook die is er niet meer.

Opgeblazen, zegt ze. Onbeschadigd, helemaal intact was de kerk na de oorlog overeind gebleven, maar hij moest zonodig plaatsmaken voor een lelijk DDR-universiteitsgebouw. 'Ik ben in die kerk getrouwd. Mijn man en ik, we hebben erbij staan kijken toen hij in 1968 werd opgeblazen. Maar we durfden niets te doen, niet te protesteren - tóen nog niet.'

Ook Bach is dus nog niet klaar met zijn verleden. Hij mag hier op het festival alomtegenwoordig zijn, op koffiemokken, paraplu's én in ontroerende muziekuitvoeringen die eigenlijk kerkdiensten zijn: over zijn nagedachtenis en de poging tot reconstructie van de historische figuur hangt ook nog een duister DDR-wolkje.

In ons reisgezelschap hebben zich intussen een Einzelgänger losgemaakt - die bezoekt liever het Stasi-museum dan weer een concert. We raken dus aan elkaar gewend. Ieder heeft een vaste plaats in de bus, dat schijnt zo te horen. Er zijn netelige kwesties aan de orde gesteld en ook alweer opgelost. Om er een te noemen: is het wel gepast, op Bachreis met een linnen tas van het North Sea Jazz Festival over de schouder?

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden