Nostalgische boeken over het dagelijks leven

Nostalgische boeken over het dagelijks leven

Wie eet er nog een boterham met tevredenheid, wie gaat er nog koelkastloos door het leven, wie wast er nog zijn condoom? Twee pubicaties uit 2014 markeren een nostalgiehype, maar zonder de valse langs-het-tuinpad-van-mijn-vader romantiek.

In de bioscoop mocht je nog roken. Automobilisten kropen gerust met een slok op achter het stuur. Vrouwen namen of kregen ontslag als ze zwanger raakten. Een koelkast was een overbodige luxe. Homo's waren van de verkeerde kant en condooms gingen na gebruik in de was. De lucht was schoon en de seks vies. Het is voorbij, voorgoed voorbij en dat willen we weten ook.

Vooruitgang

Niet uit nostalgie, maar uit nieuwsgierige verwondering schreef Han Lörzing (1946) Jaren van Verandering. Jaren van vooruitgang, noemt hij ze. Niks goeie ouwe tijd. Lörzing hoort tot 'de generatie van na de oorlog' die de veranderingen aan den lijve heeft ondervonden. Het jaar 1945, het einde van de Tweede Wereldoorlog, is zijn ijkpunt.

Nederland ging toen weer aan het werk, waar een legertje koffiejuffrouwen drie keer per dag rondkwam met een grote ketel. 's Morgens koffie, 's middags thee, ook als je thee haatte. Werkloosheid bestond nauwelijks, het leven was sober en eenvoudig en op zaterdag werd het loon uitgereikt in een doorzichtig cellofaanzakje.

Lörzing, landschapsarchitect en stedebouwkundig onderzoeker, hanteert jaartallen als opmaat naar de recente geschiedenis. In het jaar 1949 bijvoorbeeld begon de campagne om Nederland aan het bier te helpen. We dronken gemiddeld tien liter per jaar per persoon en dat was te weinig. 'Het bier is weer best', luidde toen de slogan, die later een opvolger kreeg in 'glaasje op laat je rijden' tot de huidige slogan 'Geen 18, geen druppel'. De achterstand was snel ingelopen.

In 1968 ging de eerste metro rijden. Het prinselijk paar Beatrix en Claus opende in Rotterdam het kortste lijntje van de wereld, tegen elkaar aangedrukt op een hard plastic bankje. Voor de oorlog kende Nederland een dicht railnet met stroom-, benzine-, diesel- en elektrische trams. De streektram verdween het eerst. Het langst spoorde 'de Blauwe Tram' tussen Volendam en Scheveningen, via Amsterdam, Haarlem, Leiden, Den Haag met zijtakken naar de kustplaatsen.

Lörzing schuwt uitweidingen en anekdotes niet, wat zijn boek, de soepele verteltrant daargelaten, soms tot huiswerk maakt. De journaliste Annegreet van Bergen blijft in Gouden Jaren dicht bij huis. Dit persoonlijke perspectief, de directe toon en niet op de laatste plaats de heerlijke foto's, maken van Gouden jaren een publiekstrekker. Het boek stoomde in het najaar van 2014 de toptien van best verkochte boeken binnen.

Beeld Mai/Hollandse Hoogte
Beeld Mai/Hollandse Hoogte

Schuifkaas

Van Bergen draagt haar boek op aan Gerritje Schukkink, haar oma die op zestigjarige leeftijd overleed. Zij zou 'haar ogen niet hebben geloofd als ze ook maar een glimp had opgevangen van de manier waarop haar zestigjarige kleindochter leeft'. Zelf staat Van Bergen versteld van de rijkdom waaraan we gewend zijn geraakt.

Wie eet er tegenwoordig nog een boterham met tevredenheid of een boterham met schuifkaas? Bij haar thuis kwamen de pannen op de keurig gedekte tafel. Vader sneed het vlees en kreeg een onsje meer. Met haar laatste stukje vlees maakte Van Bergen haar bord schoon van jus en aardappelresten, omdat de yoghurt in hetzelfde bord moest. De rijke bovenlaag was anders dan nu dik. De visboer op de markt in Enschede riep niet voor niks dat hij makrelen met 'buiken als burgemeesters en ruggen als kamelen' te koop had.

In vriesnachten stonden 's morgens de ijsbloemen op de ruiten. Het water in het wijwaterbakje en het waterbakje voor het kunstgebit was bevroren en er kwamen jassen op bed als extra dekens. Nederland stookte op kolen, in de herfst door de kolenboer in jutezakken geleverd en in de kelder opgeslagen. Uit de kraan kwam koud water. Vlak na de oorlog bleven waterstokers lang bestaan, de winkels waar mensen hun warme water konden kopen.

Moeders waren 's ochtends druk met het opmaken van de bedden. De kookwas ging in een grote ketel op het vuur. In de winter hingen de onderbroeken te drogen bij de kachel, de witte lakens lagen in de zomer op de 'bleek', de eerste wasmachines hadden een losse centrifuge. En waar is de mattenklopper gebleven? Sokken stoppen doet bijna niemand meer, laat staan dat kinderen op school gaten moeten knippen in de zelf gebreide lap om de kunst van het verstellen onder de knie te krijgen.

Damesverband zag er ooit uit als een verfrommeld gastendoekje aan een gordeltje. Een plastic slip was er tegen het doorlekken. Maar over die dingen sprak een net meisje niet in de tijd dat het wc-papier aanvoelde als schuurpapier.

Zo wandelt Van Bergen door de afgelopen halve eeuw. Ze noemt haar ontdekkingen behalve verrassend ook 'groots'. Misschien iets te euforisch voor haar feest der herkenning, maar een feestje mag het gerust worden genoemd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.