Interview

'Nostalgie is een valstrik'

Alle schrijvers zijn megalomaan, maar de Franse nog iets erger. Aldus de Franse schrijver Laurent Binet. Een gesprek over opgeblazen ego's, salonsocialisten en de tanende invloed van de Franse filosofie.

Laurent BinetBeeld Bart Koetsier

Op pagina 322 van De zevende functie van taal staat de grote filosoof Michel Foucault zich af te trekken voor een poster van Mick Jagger, ergens op de campus van de Amerikaanse Cornell University. 'Dat is waar gebeurd. Het is me verteld door een hoogleraar van Cornell', zegt Laurent Binet, in een rustig café in het deftige 16de arrondissement van Parijs.

Een paar bladzijden verder bereikt het boek zijn absurdistische climax, als de werkelijk bestaande feministische filosofe Judith Butler de fictieve politie-inspecteur Jacques Bayard penetreert met een voorbinddildo, nadat zij hem bij wijze van voorspel het verschil tussen de taalhandelingen illocutie en perlocutie heeft uitgelegd. In deze scène komen de verschillende draden uit Laurent Binets krankzinnige komedie samen: de mengeling van fictie en werkelijkheid, van farce en filosofie.

In 2010 brak Binet mondiaal door met HhhH (Himmlers hersens heten Heydrich), waarin hij het verhaal van de moordaanslag op SS'er Reinhard Heydrich op postmoderne wijze vervlocht met zijn eigen worsteling om waarheidsgetrouw over de geschiedenis te schrijven. In De zevende functie van taal speelt hij op een andere manier met werkelijkheid en fictie. Op basis van een ware gebeurtenis construeert hij een geestig, exuberant en allengs krankzinniger plot.

Op 25 februari 1980 wordt de grote taalkundige Roland Barthes - bekend van zijn vergelijking van de Citroën DS met een middeleeuwse kathedraal - op straat in Parijs overreden door een bestelbusje. Hij komt net terug van een lunch met de toenmalige socialistische presidentskandidaat François Mitterrand. Tot zo ver is alles waar. Vervolgens verzint Binet dat Barthes vermoord is, omdat hij zou beschikken over de magische zevende functie van de taal, waarmee toehoorders betoverd kunnen worden.

De knorrige inspecteur Bayard moet de moord oplossen, geholpen door de jonge semiologiedocent Simon Herzog. Hun James Bond-achtige reis voert ze van Parijs naar Bologna, de Verenigde Staten en Venetië. Onderweg komen ze de kopstukken van de French Theory tegen: Michel Foucault, Jacques Derrida, Gilles Deleuze, Julia Kristeva. Plus een aantal buitenlandse grootheden als Umberto Eco, Noam Chomsky en John Searle.

De French Theory stelde, heel simpel gezegd, dat taal een instrument is waarmee de heersende macht haar normen oplegt. Deze gedachte was rond 1980 razend populair op de Amerikaanse universiteiten, zeker in vakken als vrouwenstudies, genderstudies, homostudies of black studies. Volgens de aanhangers van de French Theory 'ontmaskerden' Foucault of Derrida de conservatieve academische machthebbers, die de stem van zwarten, vrouwen of homo's zouden onderdrukken met hun canon van Dode Witte Mannen.

Binets verzinsels nemen soms groteske vormen aan. Zoals de Logos Club, een intellectuele variant op de film Fight Club, waar denkers met elkaar in duel gaan. Bij wie verliest, wordt een vinger afgehakt. Of erger. Toch is de Logos Club een grap die serieus genomen moet worden, zegt Binet: 'De essentie van het denken is het dispuut. Wie slaagt erin zijn interpretatie van de werkelijkheid te laten zegevieren? In zekere zin zijn filosofen altijd met elkaar in oorlog geweest.'

Boek cover HhhH

Aanvankelijk dacht ik een satire over duistere Franse filosofen te lezen. Maar u bewondert denkers als Foucault, Derrida en Deleuze.

'Absoluut. Dat neemt niet weg dat ik ze soms erg ingewikkeld vind. Van Deleuze, moet ik bekennen, begrijp ik soms helemaal niets. Niettemin heb ik pagina's gelezen die me meesleepten, zonder dat ik er iets van snapte. Maar je kunt heel goed mensen bewonderen en tegelijkertijd bespotten. Alleen wordt dat in Frankrijk niet zo goed begrepen, omdat de filosofen in kwestie er bijna heilig zijn.

'Er zit een komische dimensie in mijn boek. Maar het is veel meer dan een grap. Er zit heel wat filosofie in. Ik had de ambitie om tegelijkertijd een theoretisch boek te schrijven en een roman policier waarbij je zin hebt om bladzijden om te slaan. Daardoor hebben sommige critici gezegd dat het boek een goedkope grap is, andere dat het veel te ingewikkeld was. Dat is de prijs die ik voor mijn ambitie heb moeten betalen.'

Voor De zevende functie van taal heeft u even grondig onderzoek gedaan als voor HhhH.

'Gedurende vijf jaar heb ik alleen French Theory gelezen. Ik heb me helemaal ondergedompeld in het universum van deze denkers.'

Wat heeft het voor zin om onderzoek te doen voor een verhaal dat totaal absurd is? Welke lezer gelooft dat Foucault heeft staan masturberen als u ook schrijft dat de filosofe Judith Butler een fictieve politieman penetreert?

'Ik ben ervan overtuigd dat de lezer bij veel anekdotes zal denken: Binet overdrijft. Maar de meeste anekdotes in het boek zijn echt gebeurd. Dat vind ik amusant. Het maakt deel uit van het spel. Ik wilde een fictie bouwen op basis van ware gebeurtenissen.'

Wordt de French Theory nog altijd bestudeerd?

'In de Verenigde Staten wel, in Frankrijk veel minder. Frankrijk heeft een moeilijke verhouding tot denkers als Foucault en Derrida. Ze maken deel uit van het nationale erfgoed, maar hun namen zijn bekender dan hun ideeën.

'In de Verenigde Staten werd HhhH ontvangen als een postmoderne roman, maar in Frankrijk viel die term helemaal niet. Bij De zevende functie van taal concentreerde de Franse kritiek zich helemaal op mijn satire van de literair-filosofische wereld van Saint-Germain-des-Prés. Dat is de dorpse kant van Frankrijk.'

De schrijver Philippe Sollers, in Frankrijk heel bekend, wordt beschreven als een ijdele windbuil.

'Hij verweet me een fascistisch boek te hebben geschreven. Wij Fransen houden er niet van om bespot te worden. Als schrijver maak ik natuurlijk ook een beetje deel uit van het literaire milieu. Het is een wereld die ik karikaturaal en niet erg sympathiek vind. Een milieu van opgeblazen ego's. Alle schrijvers zijn megalomaan, maar Franse schrijvers nog iets erger. Ik heb Bret Easton Ellis ontmoet, die ik als de grootste levende schrijver beschouw. Vergeleken met Franse auteurs is hij een man van grote eenvoud. De minste Franse schrijver denkt dat hij de Nobelprijs gaat winnen. Ze beschouwen zichzelf allemaal als grote literatoren. Aan de Franse schrijverswereld zit een aristocratische kant die heel onplezierig is.'

U beschrijft de glorietijd van de Franse filosofie. De huidige generatie filosofen kent geen wereldsterren als Foucault of Derrida.

'Ten tijde van Foucault en Derrida werd gezegd: we hebben geen Sartre of Camus meer. Er wordt altijd gezocht naar klonen, maar zo werkt het niet. Je moet de opvolgers ergens anders zoeken. Er zijn nog steeds veel interessante Franse denkers, maar dat zijn tegenwoordig eerder de economen. Thomas Piketty. Of Frédéric Lordon, wiens colleges bomvol zitten. Hij is een beetje een rockster. Op Facebook vertellen mensen: wauw, ik ben bij Lordon geweest en het was geniaal. Nostalgie is menselijk, maar het is een valstrik. Natuurlijk heeft Frankrijk aan invloed verloren. Maar niets kan eeuwig duren. Johan Cruijff is ook dood.'

Uw boek eindigt met de verkiezing van de socialist François Mitterrand tot president in 1981. Hoe kijkt u op die periode terug?

'Ik kan me 1981 nog goed herinneren, ik was toen 8 jaar. Men had het idee dat men aan de dageraad van een grote verandering stond. Dat was waar, maar het was een heel andere verandering. We dachten dat het socialisme triomfeerde, maar wij Fransen, die altijd een beetje op afstand van de rest van de wereld staan, zagen de zegetocht van het neoliberalisme, van Reagan en Thatcher, niet aankomen. De verkiezing van Mitterrand in 1981 was een magisch, maar ook een ironisch moment. Een groot misverstand. Daarna kreeg je de gauche caviar, de rijke socialisten. Aan het einde van het boek krijgt Simon Herzog een aanbod van Jacques Séguéla, de grote reclameman achter de campagne van Mitterrand, die later aanhanger van Sarkozy zou worden. Séguéla belichaamt alles wat er sinds 1981 is gebeurd, het carrièrisme, het cynisme. Van hem is de in Frankrijk heel bekende uitspraak: Als je op je 50ste geen Rolex hebt, is je leven mislukt.'

CV

Laurent Binet werd in 1972 geboren in Parijs. Hij studeerde taalkunde en was enige tijd leraar aan een middelbare school. In 2010 brak hij door met HhhH (Himmlers hersenen heten Heydrich), dat ook in Nederland goed verkocht werd. Hij volgde in 2012 de verkiezingscampagne van François Hollande en schreef er een boek over, Rien ne se passe comme prévu ('niets loopt zoals voorzien'). In 2015 verscheen La septième fonction du langage, waavoor hij de Prix du Roman Fnac en de Prix Interallié kreeg. Het boek verschijnt in het Nederlands als De zevende functie van taal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden