NOS Journaal

Laroes' boek heeft maar soms het venijn dat hij ook als hoofdredacteur van het Journaal tentoonspreidde

Wie na negen jaar als hoofdredacteur van het NOS Journaal een boek wil schrijven, heeft de keus uit minstens drie mogelijkheden. Hij kan zijn journalistieke memoires vastleggen, vol knusse nostalgie naar zijn begintijd als 17-jarige regelcorrespondent van het Brabantse dagblad De Stem en vol bravoure over zijn latere journalistieke stunts, van zijn persoonlijke onderhandelingen met WikiLeaks-oprichter Julian Assange tot zijn overwinning op het ministerie van Defensie, dat in kort geding onthullingen van het NOS Journaal over het Iraakse schietincident van marinier Eric O. wilde blokkeren.

Hij kan ook gedegen verslag doen van de interne gang van zaken op de redactie van het Journaal (inclusief de val van zijn voorganger), van de enorme organisatorische klus om radio, televisie, teletekst en internet te integreren tot NOS Nieuws en de strijd die hij tijdens zijn hele hoofdredacteurschap moest voeren met de Haagse politiek, die niet alleen permanent wilde bezuinigen op de publieke omroep, maar ook heeft ontdekt dat geld een geschikt wapen is om wraak te nemen op onwelgevallige programma's.

Of hij kan zijn licht laten schijnen over het zorgelijke heden en het onzekere perspectief van de journalistiek in het algemeen, na het wegvallen van drie traditionele monopolies: het monopolie om als eerste nieuws te brengen, het monopolie op de productie van nieuws en het monopolie op de definitie van nieuws - allemaal kwijtgeraakt aan internetsites, bloggers, hackers en twitteraars.

Hans Laroes (1955), hoofdredacteur van het Journaal van 2002 tot 2011, heeft met De littekens van de dag alle drie tegelijk willen doen. Het resultaat is even onevenwichtig als wisselend van kwaliteit.

Zijn journalistieke jongensjaren worden met vaart en flair beschreven, tot en met het schokkende moment in oktober 1991, toen hij als politiek verslaggever van het NOS Journaal op het Binnenhof een mes in zijn rug kreeg van een psychisch gestoorde WAO'er. Zijn moeizame interne manoeuvres als hoofdredacteur lezen al minder meeslepend (al krijgt de deconfiture van Nico Haasbroeks hoofdredactionele bewind wel kleurrijke aandacht).

Echt moeizaam wordt de lectuur wanneer Laroes aan het bespiegelen slaat over wezen en toekomst van de journalistiek. Hij haalt van alles overhoop, citeert menige internationale autoriteit, maar voegt weinig toe aan wat anderen eerder over deze thema's te berde hebben gebracht.

Tijdens zijn hoofdredacteurschap was Hans Laroes nooit bang om in kranten en weekbladen tegelijk bloemrijk en venijnig uit te halen als het Journaal werd bekritiseerd. Dat columnistische talent treedt gelukkig ook in dit boek hier en daar aan de dag. Bijvoorbeeld wanneer hij de staf breekt over het nieuwe fenomeen dat programma' als DWDD hebben gecreëerd: De Deskundige die Nergens Iets van Weet.

'Voor mij was Prem Radhakishun het grote voorbeeld van die ontwikkeling', schrijft Laroes (hij durft kennelijk Jan Mulder niet te noemen). 'Naast de drie eeuwenoude traditionele standen is er een vierde bijgekomen: de Opgewonden Stand. Hij vindt van alles en neemt iedereen de maat.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden