Nooit te laat voor ware liefde

De families in Honderd jaar eenzaamheid waren gedoemd, en zouden geen tweede kans meer krijgen. In zijn jongste roman, Herinnering aan mijn droeve hoeren, met tal van thematische verwijzingen naar vroeger werk, toont Gabriel García Márquez zich van een heel andere kant....

Een stokoude man die zich voorbereidt op het einde van zijn leven, wil nog één keer uit de band springen en stort zich in een drieste onderneming: 'Op mijn negentigste verjaardag wilde ik mij een nacht van dwaze liefde met een jonge maagd cadeau doen.'

Om aan zijn stoutmoedige wens te voldoen roept hij de hulp in van zijn oude vriendin Rosa Cabarcas, de uitbaatster van het populairste bordeel van de stad, waar hij zijn leven lang al tot de stamgasten behoort. Zij klaart de haastklus en weet nog voor dezelfde avond een ongerept exemplaar op de kop te tikken. De oude man spoedt zich nerveus naar het bordeel, maar wanneer hij de kamer waarin het meisje ligt te slapen binnengaat, raakt hij van slag. Van de wilde liefde die hij zichzelf had beloofd, komt niets terecht. Hij raakt zo in de ban van het slapende meisje dat hij slechts naar haar kan kijken. Uiteindelijk valt hij aan haar zijde in slaap.

De volgende avond geeft hij zichzelf een herkansing, met identiek resultaat. Maar hij is meer dan content, ontdekt het geluksgevoel in de 'zelfgekozen mislukking', dat hij meer plezier beleeft aan het vrijwillig afzien van actie dan in het bevredigen van zijn verlangens. Hij blijft ontmoetingen organiseren met het meisje, dat altijd slaapt en van wie hij de naam niet wenst te weten. Het onvermijdelijke gebeurt: de oude man wordt, voor het eerst in zijn lange leven, stapelverliefd.

Zijn gezapige bestaan komt volledig op zijn kop te staan en hij gedraagt zich als een doorsnee verliefde puber. De relatie als je het zo mag noemen duurt een heel jaar en eindigt na een uitbarsting van jaloezie, wanneer de man ontdekt dat het meisje zich heeft laten kopen door een ander. Maar zijn leven is voorgoed veranderd. Hij is niet langer de negentigjarige die de dagen tot zijn dood telt, maar een herboren mens die er zeker nog tien jaar tegenaan kan, ten minste tot zijn honderdste.

De moraal van het verhaal: het is nooit over of te laat, ook na een leven van negentig min of meer trieste jaren kan een mens plotseling de ware liefde ontdekken. De oude man is gered op het moment dat de laatste bel al nadrukkelijk klinkt. Memoria de mis putas tristes (Herinnering aan mijn droeve hoeren) is een celebratie van het leven en, ondanks de verraderlijke titel, een door en door optimistische roman.

Gabriel García Márquez laat zich in zijn eerste fictiewerk in ruim tien jaar van zijn vertrouwde goede kant zien. De liefde, en vooral de liefde waarvan de vervulling een mensenleven op zich laat wachten, is een vast thema in het oeuvre van de Colombiaanse grootmeester. Het lijkt geen toeval dat hij het thema van 'de oude man en de maagd' opnieuw heeft willen vertellen nu hij zelf op de leeftijd van 77 is aanbeland.

Het is natuurlijk een klassiek literair thema, en García Márquez maakt er geen geheim van dat zijn nieuwe roman gezien moet worden als een eerbetoon aan en variatie op Het huis van de schone slaapsters van de Japanse schrijver Yasunari Kawabata. 'Het enige boek dat ik zelf geschreven had willen hebben', zei hij ooit.

Het is niet de eerste keer dat hij zich eraan waagt. In 1982, kort voor hij de Nobelprijs kreeg, schreef hij al een eerste versie, nadat hij tijdens een vliegreis urenlang naar een slapend meisje had zitten kijken. Die versie, Het vliegtuig van de schone slaapster, kreeg later een plaats in de bundel Twaalf zwerfverhalen. En wat te zeggen van het verhaal Duurzame dood voorbij de liefde uit de al in 1972 verschenen bundel De ongelooflijke maar droevige geschiedenis van de onschuldige Eréndira en haar harteloze grootmoeder, dat opent met de zin: 'Senator Onésimo Sánchez had nog zes maanden en elf dagen om te sterven toen hij de vrouw van zijn leven ontmoette.' Met die vrouw, 'het mooiste meisje van de wereld', slaapt de senator omarmd zonder haar maagdelijkheid te schennen.

Herinnering aan mijn droeve hoeren is een 'toevalsboek', heeft García Márquez gezegd. De tekst was bedoeld als een van de drie verhalen voor een bundel, maar bleek gaandeweg uit te groeien tot een weliswaar korte, maar voldragen roman. Dat overkomt hem niet voor het eerst. Ook De kolonel krijgt nooit post, misschien wel zijn beste boek, werd in de steigers gezet als een verhaal, maar toen de schrijver de tijdelijke beschoeiing weghaalde, bleek er een roman te zijn ontstaan. Niet ongebruikelijk bij de Colombiaan is ook dat gepubliceerde verhalen in een later stadium als raderen van een roman terugkeren. Ze maken alle immers deel uit van 'het universum García Márquez'. En wil het cliché niet dat alle grote schrijvers in feite telkens hetzelfde boek schrijven?

In Herinnering aan mijn droeve hoeren belandt de lezer weer midden in dit universum. Het wemelt van de verwijzingen naar zijn eigen werk: de postboot op de rivier; de hangmat waarin de hoofdpersoon zijn siësta's doet; de enorme lekkages in het huis na een noodweer; de dag van de ondertekening van 'het verdrag van Neerlandia dat een eind maakte aan de Oorlog der Duizend Dagen en zoveel burgeroorlogen van de vorige eeuw'; de driehonderd meisjes met het kruis van Aswoensdag op het voorhoofd; Casilda Armenta, de oude hoer bij wie de hoofdpersoon vaste klant was geweest, die herinnert aan Clotilde Armenta in Kroniek van een aangekondigde dood.

Of de obsessie van het nauwkeurig geven van data. 'Ik ben gestopt met roken vandaag 33 jaar, twee maanden en zeventien dagen geleden', zegt de verteller in de nieuwe roman. In Liefde in tijden van cholera moest Florentino Ariza '51 jaar, negen maanden en vier dagen' wachten op zijn geliefde.

In de niet met name genoemde Caribische stad, die zo vaak het toneel is in het werk van García Márquez, hangt een bekend dreigend sfeertje, dat niet wordt uitgewerkt maar steeds terloops wordt aangestipt: er zijn politiepatrouilles die burgers aanhouden, op de krant waarvoor de hoofdpersoon columns schrijft, is een censor actief. Ook de dood mag niet ontbreken. In de boeken van de schrijver uit het meest gewelddadige land van Latijns Amerika tref je altijd wel iemand die met open mond naar een lijk staat te kijken. In dit geval is het de oude man die in het bordeel geconfronteerd wordt met de mysterieuze moord op een bekende bankier: 'Het enorme kadaver, naakt, maar met de schoenen aan, had de bleekheid van een gestoomde kip in het met bloed doordrenkte bed.'

De titel van het boek zet de lezer op het verkeerde been. Zeker, er worden enkele hoeren opgevoerd wier levensloop niet bepaald een toonbeeld van geluk is. Maar meer dan van een 'herinnering aan mijn droeve hoeren' is er sprake van de herinneringen van een droeve hoerenloper, een man die zijn leven lang alleen relaties tegen betaling heeft gehad. Om precies te zijn: 514 vrouwen tot zijn vijftigste, daarna is hij gestopt met tellen.

De verteller is een middelmatig man, zo middelmatig dat hij het niet eens de moeite waard vindt zijn naam te geven. Hij scheept ons af met Mustio Collado, wat zoiets betekent als verlepte heuvel, en wat de bijnaam is die zijn leerlingen hem achter zijn rug om gaven toen hij lang geleden leraar Latijnse en Spaanse grammatica was. Hij was ook, vertelt hij, een middelmatig journalist die op de plaatselijke krant werkte als 'opblazer van telexberichten', een functie die bestond uit 'het in inheems proza reconstrueren en aanvullen van nieuwsberichten uit de wereld'.

Een eenzaam man, 'lelijk, verlegen en anachronistisch', die nooit liefdesrelaties of vriendschappen heeft gehad, en moederziel alleen woont in het huis waar hij is geboren en zijn ouders zijn gestorven, 'en waar ik mij heb voorgenomen te sterven, alleen, in hetzelfde bed waarin ik ben geboren'. Kortom, een man met de persoonlijkheidstrekken die Gabriel García Márquez zichzelf zo gaarne toedicht: verlegen, eenzaam en triest.

Als zo vaak balanceert García Márquez ook in zijn nieuwe roman op de grens van het sentimentele. De treurigheid van het leven van zijn hoofdpersoon is om te huilen, en het kost hem de grootste moeite niet voortdurend de huilebalk uit te hangen. Maar de meesterhand van de schrijver met zijn humor houdt hem steeds keurig in bedwang als hij de grens dreigt te overschrijden: 'Voor ik de deur uitging keek ik in de spiegel van de wastafel. Het paard dat me van de andere kant aankeek, was niet dood maar luguber.'

De verteller zou de wereld niets hebben mee te delen, zou in al zijn droevigheid ongehoord het graf in kunnen gaan, ware het niet dat de vlam van de liefde in de laatste minuut alsnog had toegeslagen. 'De herinnering aan mijn liefde, dit boek, is het enige dat ik heb na te laten.' Maar dat is niet niets. Wat begint als een afscheidsritueel van het leven, niet zo vreemd voor iemand van negentig, loopt uit op een celebratie van het leven, een nieuw begin dat zelfs bij het luiden van de laatste bel mogelijk blijkt te zijn.

De oude baas verandert in een opgewonden jonge hond. Hij geeft zijn vervallen koloniale huis een flinke beurt, sleept zijn schilderijen en muziek naar het kot in het bordeel waar hij zijn slapende geliefde ontmoet. De fantasie slaat met hem op hol, en hij begint zelfs te geloven dat het jonge meisje inmiddels bij hem in huis woont. Waarschijnlijk toch een ouderdomskwaal, relativeert hij later, want op zijn leeftijd is het moeilijk onderscheid te maken tussen wat hij zich herinnert en wat hij verzonnen heeft. Zelfs de saaie zondagsrubriek die hij ondanks zijn jaren nog altijd voor de krant mag schrijven, verandert in een gepassioneerde column waarop de verliefde lezers in de stad massaal reageren.

De hoerenmadam Rosa Cabarcas, zijn Celestina, kan het gedrag van haar klant niet helemaal volgen. Je bent nu echt oud, concludeert ze, wanneer de man na zijn eerste ontmoeting met de maagd bekent dat hij haar met geen vinger heeft aangeraakt. Als Rosa beseft dat zij van doen heeft met een tot over zijn oren verliefde bejaarde, geeft zij hem nog een welgemeend advies: 'Ga niet dood voor je het wonder van neuken uit liefde hebt geprobeerd.' 'Seks is de troost die iemand heeft wanneer de liefde niet bereikbaar is', antwoordt hij onverstoorbaar. Maar wanneer hij ten slotte uit jaloezie ten prooi valt aan een woedeaanval en het halve bordeel kort en klein slaat, ziet de koppelaarster eindelijk het licht: 'Mijn God, wat zou ik niet gegeven hebben voor een liefde als deze!'

Gabriel García Márquez werd beroemd met Honderd jaar eenzaamheid, de exuberante roman die hem voorgoed het stempel magisch-realisme opdrukte. Herinnering aan mijn droeve hoeren hoort bij het deel van zijn oeuvre dat bestaat uit korte, zeer ingehouden geschreven romans. Honderd jaar eenzaamheid is een feestelijk boek dat echter uitloopt op een apocalyps: 'De geslachten gedoemd tot honderd jaar eenzaamheid kregen geen tweede kans op aarde.'

In Herinnering aan mijn droeve hoeren zet García Márquez die door hem gecreëerde wereld volledig op zijn kop. Hier wordt wel degelijk een tweede kans geboden. De vergelijking dringt de schrijver zelf op met zijn slotwoorden: 'Dit was eindelijk het echte leven, met mijn hart in veiligheid, en veroordeeld te sterven uit liefde in de gelukkige agonie van een willekeurige dag na mijn honderd jaren.' De trieste García Márquez is op zijn oude dag een optimist geworden. Zijn hoofdpersoon gaat vrolijk op weg naar de honderd jaar, maar met zijn eenzaamheid is het gedaan.

Gabriel García Márquez: Memoria de mis putas tristes. Mondadori; 109 pagina's; ¿ 20,75. ISBN 84 397 1165 4.. De vertaling verschijnt eind november bij Meulenhoff onder de titel Herinnering aan mijn droeve hoeren (¿ 16,95; ISBN 90 290 760 70).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden