Nooit meer hersteld van Busken Huet

Zelf beschouwde hij zijn leven als mislukt, maar Conrad Busket Huet (1826 -1886) heeft de Nederlandse literatuur wel een schitterende verzameling literaire kritieken nagelaten – geestig en scherpzinnig, erudiet, consequent, in een nog altijd modern aandoend Nederlands geschreven....

Twee zaken hebben de omvangrijke productie van de 19de-eeuwse criticus en cultuurhistoricus Conrad Busken Huet (1826) bepaald: zijn zeer grote ambities en het gebrek aan evenwicht tussen zijn verdiensten en inkomen. Zijn ambities, zowel literaire als maatschappelijke, heeft hij niet kunnen verwezenlijken, zijn schulden heeft hij niet kunnen aflossen. Dat hij zijn leven ten slotte als mislukt beschouwde, is niet verwonderlijk. Dat hij zich in het verkeerde land geboren achtte, evenmin. Hij stierf aan zijn schrijftafel met daarop een net begonnen artikel – het was 1 mei 1886, hij werd 59 jaar

Achttien jaar had hij buiten Nederland doorgebracht: tien jaar in Nederlands-Indië, als hoofdredacteur de meeste jaren van het door hemzelf opgerichte Algemeen Dagblad van Nederlandsch-Indië, met de stichting waarvan hij voor zichzelf alle ruimte schiep tot publicatie van zijn literaire kritieken (de Nederlandse literatuur zou vanuit Indië beoordeeld gaan worden) en zijn (conservatieve) politieke artikelen. In 1878 keerde hij terug naar Europa, hij vestigde zich in Parijs, van waaruit hij zijn krant in Indië bleef leiden.

In de laatste drie jaar van zijn leven schreef hij zijn cultuurhistorische studie Het land van Rembrand, dat hem meer lof bezorgde dan al zijn vroegere werk. Hij schreef het werk letterlijk op afstand van Nederland. Afstand is karakteristiek voor hem: het maakte zijn blik en pen scherper, zijn geest kritischer, zijn onbehagen tegenover met de name de literaire cultuur van zijn geboorteland groter.

Hij heeft de Nederlandse letterkunde van zijn tijd voor het grootste deel in vaak superieure hekeling vernietigd, de buitenlandse en vooral de Franse zo gepropageerd, dat de restjes eigen literatuur alleen nog maar wat konden nasmeulen. Hij liet een nagenoeg verlaten Nederlands literair landschap achter. Van zijn oordelen zijn weinigen in beroep gegaan. Liefde voor de literatuur dreef hem, naar zijn zeggen, maar hij moest ten slotte vaststellen dat zijn veldslag weinig veranderd had. Naar eigen maatstaven was de Nederlandse literatuur misschien iets, naar internationale maatstaven (die hij zei te hanteren) was ze niets.

Teruggaand in de tijd vond hij ook de oudere literatuur van zijn land een mindere. De Staalmeesters en Java waren de grote prestaties van de zogenoemde Gouden Eeuw. Cats heeft hij in een van zijn eerste kritieken zo afgebeuld, in zulke geestige taal, dat hij, die de huiselijkheid tot de erfzonde van de Nederlandse poëzie had gemaakt, nooit meer is opgestaan. Hooft had hij het hoogst, Vondel vond hij groot maar (toen al!) onleesbaar. Zelden heeft iemand bijna zijn leven lang zoveel tot zijn verdriet moeten lezen als Conrad Busken Huet. Het duidelijke plezier dat hij in het schrijven vond, moet bijna alles vergoed hebben.

Predikant

Predikant
Huet stamde uit een geslacht van Hugenoten. Dat hij theologie ging studeren, was haast vanzelfsprekend: de Waalse kerk in Nederland kende heel veel Huets als predikant. Zijn afkomst en zijn kerk lieten hem al vroeg delen in de Franse taal en cultuur. Hij werd tot vreemdeling gedoopt. In 1851, 25 jaar oud, werd hij predikant van de Waalse gemeente in Haarlem. Hij preekte er bijna tien succesvolle jaren het geloof dat hij steeds meer begon te verliezen. Het modernisme, dat het protestantisme een eeuw eerder heeft geraakt dan het katholicisme, maakte zijn christendom zo vrijzinnig, dat hij ten slotte agnosticus werd en de laatste van zijn kerkelijke jaren het ongeloof preekte. Nadat hij de Waalse kerk had verlaten, hield hij nog geruime tijd op zondag toespraken in het Haarlemse Concertgebouw. Intussen was hij in dienst getreden van de Opregte Haarlemsche Courant.

Predikant
Hij kon het vermoeden: zijn mooiste sociale jaren waren voorbij, hij raakte steeds meer contacten en vrienden kwijt. Aan zijn isolatie heeft zijn huwelijk met Anne Dorothée van der Tholl veel bijgedragen. De eens gevierde student en gevierde predikant werd een buitenstaander, een ideale positie overigens voor de criticus die achter de preekstoel ongeduldig wachtte. De godsdienst werd de literatuur. In de kunst had hij ‘het ideaal teruggevonden, hetwelk onder de puinhopen der kerk begraven en vernietigd werd’, heeft zijn vrouw geschreven.

Predikant
De – mislukte – hervormer van de godsdienst werd een gedreven hervormer van de literatuur. Ook dat zou ten slotte mislukken – Nederland bleef Nederland. Maar het heeft de Nederlandse literatuur een schitterende verzameling literaire kritieken opgeleverd, geestig en scherpzinnig, erudiet, consequent, in een nog altijd modern aandoend Nederlands geschreven. (Hij heeft op foto’s ook een modern gezicht, met moderne arrogante trekken zelfs.) Zijn invloed werkt tot vandaag door. Men kan zeggen dat de Nederlandse literatuur van de 19de eeuw zich nooit van Huet heeft hersteld.

Predikant
Het proces van enfant chéri tot enfant terrible is door Olf Praamstra indrukwekkend precies en zeer helder beschreven in Busken Huet – Een biografie. Wat, naar zijn eigen zeggen, zijn uitgangspunt is geweest – ‘Huets leven te beschrijven vanuit de permanente wisselwerking tussen hem en zijn omgeving’ – is hier schitterend gerealiseerd; hetzelfde geldt voor het hoofdstuk over Huets medewerking en redacteurschap van De Gids (hier en het hele verdere boek door krijgt men heel scherpe portretten van Potgieter, die Huet in feite het graf in bewonderd heeft).

Vijanden

Vijanden
Bijna het hele boek is ook een demonstratie van Huets talent om vrienden te maken, die te verliezen en zich vijanden te maken (van vriend en bewonderaar tot kwaadaardige vijand – tot de dood – ontwikkelde zich Multatuli). Zowel de vaak meedogenloze kritieken als zijn artikelen over geloof en politiek isoleerden hem. Huet had geen inzicht in de uitwerking van wat hij schreef, hij miste ook tact, en de gevoeligheid van anderen ontging hem. Hij heeft een groot deel van zijn leven achter gesloten gordijnen gelezen en geschreven.

Vijanden
Het is voor het beoogde wisselwerkingskarakter van de biografie jammer dat Huet zeker vanaf zijn verblijf in Indië, maar al eerder, nauwelijks meer een andere omgeving heeft dan zijn vrouw en zijn zoon Gideon, die met een egghead in 1860 werd geboren en met een ontroerend egghead in 1921 in Parijs zou sterven, wees tot na zijn dood. De drie leken te leven om elkaars opvattingen te steunen. Oude opvattingen meestal, want Huets literaire inzichten vertoonden geen of nauwelijks ontwikkeling: zijn grote voorkeuren – auteurs uit het midden van zijn eeuw – bleven dat. Hij stond stil, als de conservatief die denkt dat hij om zijn behoudzucht vooruitstrevend is. Het moet gezegd worden: het verhaal van de laatste twintig jaar – van 39 tot 59 – is er een van droevig makende stilstand.

Vijanden
Misschien daardoor is het tweede deel van de bewonderenswaardig geordende, meer historische dan psychologische biografie minder boeiend. De omvangrijke levensbeschrijving lijkt dan te lang. Het deel over de latere jaren is ook – onvermijdelijk – meer op het werk dan op dat nauwelijks schuivende leven geconcentreerd. Dat Huets kritische loopbaan afgesloten werd met stukken over de groten van de wereldliteratuur – Homerus, Vergilius, Milton – is veelzeggend: hij had over het nieuwe weinig of niets meer te zeggen. Maar hij was ook op de leeftijd gekomen dat er voor de criticus (naar Connolly’s uitspraak) alleen maar meesterwerken mogen verschijnen. Die waren alleen nog in het verleden te vinden!

Kwaadaardig

Kwaadaardig
Praamstra promoveerde in 1991 op een voortreffelijke dissertatie over de kritieken van Huet. Gezond verstand en goede smaak was de bijna opgewekte en zorgeloze titel (aan Huet ontleend). Die titel liet zich al door de studie weerspreken, na de biografie is hij bijna ongeldig. Huet was – zeker in zijn intenties – soms kwaadaardig, hij was vaak een bittere pessimist, wiens gal over te bespreken boeken liep.

Kwaadaardig
Schulden en ambitie is een noodzakelijke toevoeging na deze in veel opzichten zeer geslaagde biografie van een van de levendigste geesten uit onze 19de eeuw. Historisch hoogtepunt is het vinden door de auteur van het recept van de broodpudding waarop Gideon in de Rode Zee in 1868 – de familie is op weg naar Indïe – werd getrakteerd.

Kwaadaardig
Veel gaat over geld en zaken. Hoeveel esprit ook, een van de grote Nederlandse schrijvers blijft een Hollandse handelaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden