NOOIT AFLATENDE INTENSITEIT

Het geluidsdocument is van grote rijkdom, maar het begeleidend tekstboekje over Kondrasjin en Sjostakovitsj lijkt een perfecte weerspiegeling van de nieuwe besmuiktheid in het Rusland van Poetin....

Scherpte in de muzikale mededeling. Een onontkoombare voortgang. Rare opnamen, niet zelden met een disbalans van luide houtblazers. Maar ook: nimmer wegebbende intensiteit. Finale grimmigheid. De legendarische dirigeerkunst van Kiril Kondrasjin heeft zelden zo’n hoogtepunt gehad als in de Vierde Symfonie van Sjostakovitsj, opgenomen in Moskou anno 1966 door de toenmalige staatsplatenmaatschappij Melodyia.

‘De gewaarwording dat muziek op het moment zelf ontstaat: het is moeilijk, maar absoluut nodig dit principe uit te werken’, dicteerde Kondrasjin kort voor zijn dood in 1981 aan een levenspartner, de Nederlandse Nolda Broekstra. Zij tekende het op in haar boek Kirill Kondrashin over dirigeren.

Sjostakovitsj voltooide zijn Vierde in 1936, een jaar van massamoord en culturele repressie. Het stuk lag een kwarteeuw ongespeeld in zijn la. De componist was wegens een onwelgevallige opera (Lady Macbeth) onder vuur komen te liggen van de partijtop, en trok zijn Vierde terug na de eerste repetitie. Het was Kondrasjin die Sjostakovitsj’ grilligste symfonie uiteindelijk ten doop zou houden. In 1961 pas, met een jong orkest in de grote zaal van het conservatorium in Moskou.

Daarover lees je bitter weinig in het houterig gestileerde Melodyia-tekstboekje bij D.D.Sjostakovitsj/Symfonieën/K.P.Kondrasjin, een geluidsdocument van grote rijkdom dat onlangs op de Amsterdamse redactietafel belandde, als een licht vertraagde toegift bij het Sjostakovitsj-jaar 2006. Complete symphonies op 11 cd’s: een opmerkelijke bonus is David Oistrach, solist in het Vioolconcert nr 2, waarvan Kondrasjin eveneens de première dirigeerde. Maar over de bizarre intriges die de eerste uitvoering van Sjostakovitsj’ Dertiende omringden, een première die zich in 1962 onder leiding van Kondrasjin afspeelde, lees je al helemaal niks.

Luisterrijk is de gecontroleerde woestheid van de solo-bas Artur Eizen en het mannenkoor in de opname die Melodyia maakte in 1967. Strak staat de boog in Kondrasjins orkest (dat nu eens ‘Moscow State Philharmonic Orchestra’ heet en dan weer ‘Moscow Philharmonic Symphony Orchestra’). Typisch Kondrasjin is het onbarmhartige tempo in het slotdeel.

Maar over de dirigent die van de Dertiende afzag (Mravinski): geen woord van Melodyia. Over de zanger die zich terugtrok (Vedernikov), over diens vervanger (Netsjipailo), die vlak voor de première van hogerhand werd weggecommandeerd: geen commentaar. Noch over de dappere, bij de autoriteiten onbekende vervanger-vervanger (Gramadski) die Sjostakovitsj’ declamatie tegen het Sovjet-antisemitisme, gedicht door Evgeni Jevtoesjenko, uiteindelijk voor zijn rekening zou nemen. Het tekstboekje lijkt een perfecte weerspiegeling van de nieuwe besmuiktheid in het Rusland van Poetin.

Sjostakovitsj-opnamen van Kondrasjin werden al eerder gecompileerd. Maar de oudere uitgaven zijn uit de handel, zoals die van de Duitse maatschappij BMG, die na de val van het Sovjetimperium Melodyia-opnamen opkocht. BMG kwam met een verzameling in 1994, het jaar waarin Kondrasjin 80 zou zijn geworden als hij niet kort na zijn vlucht naar Nederland door een hartaanval was getroffen, na een concert in de Zaterdagmatinee.

Melodyia mist anno 2006/07 een kans. Niet in de klank maar in de verbale begeleiding. ‘Onverwachte dingen bij concerten’ brengt Kondrasjin ter sprake in de optekeningen van Nolda Broekstra, gepubliceerd in 1983. ‘Je komt vermoeid op het concert, daarbij brengt iemand je nog uit je humeur door een onaangenaam gesprek of telefoontje. Je denkt, vandaag wordt het concert slecht. En plotseling heeft de muziek je te pakken. Dat is het grootste geluk.’

Het lijkt wel of Kondrasjin daar refereert aan de première van Sjostakovitsj’ Dertiende. Volgens Boris Schwarz, een Russische auteur die naar het Westen uitweek, was het plein voor het Moskouse conservatorium afgezet door politie, was de spanning in de zaal om te snijden, was de respons van ongekende davering, verdween de Dertiende na twee uitvoeringen voor jaren van het repertoire, en viel er nergens een partituur te bekijken.

Kondrasjin, zo herinnert Broekstra zich, vertelde haar wel hoe hij vlak voor het premièreconcert gebeld werd door een lid van de Sovjetregering. ‘Voelt u zich wel goed? Bent u wel in staat te dirigeren?’ Broekstra: ‘Een rechtstreekse bedreiging van het Politburo. Iedereen stond te trillen op zijn benen.’

Kondrasjin leidde in 1978 de dirigentencursus van de NOS in Hilversum. Broekstra was zijn tolk. In datzelfde jaar vroeg Kondrasjin asiel aan en werd hij dirigent van het Concertgebouworkest naast Haitink. Radio Moskou bleef zijn opnamen uitzenden. Broekstra: ‘Zonder hem in de afkondiging te noemen. Orkestleden belden de radio en kregen te horen dat het Kondrasjin was. Etiketten op zijn Melodyia-platen werden afgeplakt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden