Nominaties Volkskrant Beeldende Kunst Prijs

Vijf jonge kunstenaars maken kans op de vierde Volkskrant Beeldende Kunst Prijs: Karin Schipper, Paulien Oltheten, Navid Nuur, Sharon Houkema en Mounira Al Solh. Zij zijn naar voren geschoven door vijf professionele kunstkenners. Hieronder vertellen zij waarom ‘hun’ kunstenaar op 30 mei de prijs moet winnen. Werk van de kanshebbers wordt de komende maanden geëxposeerd in het Stedelijk Museum Schiedam.

Zondag 30 mei wordt de winnaar van de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs bekend gemaakt tijdens een rechtstreekse uitzending van Kunststof TV (NPS). De prijs ter grootte van 10 duizend euro wordt beschikbaar gesteld door het Fonds Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst.

In de jury zitten oud-minster van OCW Ronald Plasterk, Wilma Sütö (curator van het Stedelijk Museum Schiedam), kunstenaar Joep van Lieshout, en Sacha Bronwasser (recensent Beeldende Kunst van de Volkskrant).

In het Stedelijk Museum Schiedam is de tentoonstelling met werk van de genomineerden te zien van 28 maart tot 13 juni. Museumbezoekers kunnen stemmen op een favoriet werk, ook die publieksfavoriet wordt bekendgemaakt in de uitzending van Kunststof TV.

De genomineerden, allen geboren na 1974 en werkzaam in Nederland, werden voorgedragen door vijf vertegenwoordigers uit de kunstwereld. Lees hier hun motivatie:

‘Dat werk is vreemd, intiem en komisch’

Video-installatiekunstenaar Mounira Al Solh (1978 Beiroet, Libanon), voorgedragen door Lene ter Haar, conservator hedendaagse kunst Schunck-Glaspaleis Heerlen en initiatiefnemer van kunstenaarsinitiatief B32, Maastricht

Van welke kunstenaar zou je graag nieuw werk willen zien, vroeg de organisatie van de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs aan Lene ter Haar. Het antwoord: van Mounira Al Solh. ‘Mounira Al Solh werkt met video, installatie, tekst en fotografie. Ik ben onder de indruk hoe zij die verschillende disciplines samenvoegt tot één verhaal. Als een vertelster uit een sprookje van duizend en één nacht verleidt Al Solh steeds opnieuw om mee te gaan in haar verhaal, dat langs grote ideeën en kleine, alledaagse onderwerpen meandert.’

Mounira Al Solh is videokunstenaar. Opgeleid aan de kunstacademie van Beiroet, naar Nederland gekomen voor de Gerrit Rietveld Academie, vervolgens de Rijksakademie gedaan en in 2007 te zien geweest in het Libanese Paviljoen op de Biënnale van Venetië.

Maar Al Solh is niet zomaar een videokunstenaar, zegt Ter Haar. Ze maakt ruimtelijke installaties, waarin ze verhalen met trage videobeelden combineert, vaak in dubbele projecties. Tussen beeld en verhaal zit een spanning, die langzaam doordringt. Daarbij zijn stijl en materiaalgebruik bewust geïmproviseerd.

Ter Haar houdt van de toegankelijke stijl, van de verhouding tussen beeld en vertelster, die zich ontwikkelt tot een spel van aantrekken en afstoten. ‘Het boeit mij dat daarbij inhoud en esthetiek zo consequent bij elkaar passen.’

In haar nonchalante ensceneringen verstrikt Al Solh de kijker sluw in het verhaal, dat zowel persoonlijk is als raakt aan universele vraagstukken van het moderne leven. In haar video-installatie As If I Don’t Fit There (2006) koppelt Al Solh migratieverhalen aan elementaire vragen over het kunstenaarschap. Een andere video-installatie, Let’s not Swim Then!, toont een groep badende mannen in de baai van Beiroet. Ze stelt de mannen banale vragen als ‘waar doe je de was’, terwijl de ondertoon existentiële twijfel brengt over de betekenis van ‘thuis’. ‘Dat werk is vreemd, intiem en komisch. De provocerende, absurdistische alledaagsheid maken het daarbij mogelijk om kennis met iemand te maken, om achter de clichés te kijken.’

Vaak borduurt Al Solh voort op de kunst- en cultuurgeschiedenis. In het tableau vivant A Double Burger and Two Metamorphoses (2009) voert ze een hilarische discussie met zichzelf verkleed als kat over het postmoderne gedachtengoed van Lyotard, waarbij de kat een diepgang vertoont die de mens allang is verloren.

In al haar werk speelt haar Arabische achtergrond en de ontmoeting tussen de Libanese en de ‘Westerse’ cultuur een vanzelfsprekende rol. Daarbij is Al Solh volgens Ter Haar een van de weinigen die een positieve invulling geeft aan multiculturaliteit. ‘Om Al Solh te citeren: ‘Zich nooit thuis te voelen, is een groot genoegen’. Daarmee raakt zij mij zeer.’

]]>

‘Karins timing is echt heel goed’

Beeldend kunstenaar Karin Schipper (1982, Enschede), genomineerd door beeldend kunstenaar David Bade.

‘Een echt natuurtalentje. Dat zag je meteen. Toen ik eind jaren ’90 als gastdocent verbonden was aan de AKI zag ik haar werk voor het eerst. De AKI was in die tijd een enorme knutselacademie. Karin paste goed in dat idioom, maar stak er op formeel niveau ook boven uit. Ze wist precies wat ze deed. Dat bleek uit de manier waarop ze materialen combineerde, de ruimte bespeelde en volumes neerzette tegenover niet-volumes. Ze had ontzettend goed door hoe ze een installatie spannend kon maken’.

Kunstenaar David Bade zit ontspannen in het restaurant van het GEM (Den Haag), waar afgelopen weekend zijn overzichtstentoonstelling Catch of the Day opende , en vertelt enthousiast over Karin Schipper.

Schipper maakt absurdistische installaties van kartonnen dozen, poppen, maskers en allerlei gevonden voorwerpen. Zoals Jungle Fever, dat gaat over de donkere kant van de jungle. Met emmers, bamboestokken, vuilniszakken en fotoprints vertelt ze het verhaal van de tweekoppige draak, die de hoofden van zijn prooien op totempalen heeft geregen. ‘Karin heeft heel veel fantasie en is erg speels. Haar beeldtaal lijkt op het eerste gezicht wat naïef. Maar vergis je niet, ze weet goed wat ze doet. Intuïtief pakt ze precies wat ze nodig heeft. Het materiaal gaat nooit met haar aan de haal.’

Wie de installaties van Schipper in een kunsthistorisch kader zou willen plaatsen, komt vrijwel meteen uit bij Jessica Stockholder, een installatie-kunstenaar uit Seattle. ‘Als je Karin zou vragen of ze die kent, dan zal ze dat beamen. Die moet ze vroeger wel hebben gezien. Het grote verschil met Karin is dat Stockholder volledig esthetiseert, die gaat maar door. Karin werkt veel rauwer, ze stopt in een eerder stadium, en weet zo de spanning te behouden. Haar timing is echt heel goed.’

Tijdens haar studie heeft Schipper een half jaar bij Bade gestudeerd aan de Hochschule Fur Kunsten in Bremen. ‘Nadien heb ik haar een tijdje nauw betrokken bij Instituto Buena Bista en mijn stichting Arte Swa, die talentvolle jongeren voorbereid op een creatieve vervolgopleiding. Ze hielp onder andere mee bij de workshops die ik organiseer in de openbare ruimte.’

Net als het werk van Bade kent ook dat van Schipper een maatschappelijk en sociaal betrokken kant: ‘Karin heeft net voor het eerst een lagere school benaderd. Ze wil graag jonge kinderen bij haar projecten betrekken. Ik heb daar ontzettend veel respect voor. Ik denk dat de kunstwereld zulke emancipatorische stappen op dit moment hard nodig heeft.’

]]>

'Hij geeft je zin om mee te doen’

Beeldend kunstenaar Navid Nuur (Teheran, 1976), voorgedragen door Xander Karskens, conservator van De Hallen in Haarlem.

Een toren opgebouwd uit blokken oasis – van dat groene schuim waar je bloemen in kunt steken, maar waar je veel liever een vinger in prikt. Duizenden speldenknopkleine balletjes van gebakken fimo-klei verstopt onder de plint van een museumzaal. Toverballen in een wasbak die langzaam verkleuren door vallende druppels water.

Alleen door gewoon een paar projecten van Navid Nuur (Teheran, 1976) te beschrijven, geeft Xander Karskens, conservator van De Hallen in Haarlem, precies aan wat er zo aantrekkelijk is aan Nuurs werk. Het is speels en luchtig, en het nodigt uit tot aanraken. En ja, dat is inderdaad ook wat Karskens meteen aantrok toen hij de sculpturen van Nuur voor het eerst zag.

‘Je krijgt zin om mee te doen’, zegt Karskens, ‘en je denkt: ‘Dat had ik zelf kunnen bedenken’, omdat de logica van het werk zo volstrekt onweerlegbaar is.’

Er is meer. Behalve ‘de emotie en de affecten van de kijker’ spreekt Nuur met zijn seriële en procesmatige kunstwerken wel degelijk ook diens ‘ratio’ aan. Alleen – hij doet dat volgens Karskens op een andere manier dan je gewend bent.

‘Nuurs werk wordt beïnvloed door een puur gevoelsmatige houding ten opzichte van alledaagse materialen. Door de ‘aura’ van het materiaal, als je dat zo wilt noemen.’ Dat klinkt zwaarder dan het is, zegt Karskens. Als voorbeeld noemt hij de toren van oasisblokken. ‘De aura van zo’n blok oasis activeer je eigenlijk door je vinger erin te zetten. Dan dring je door tot de kern van het materiaal. Nuur speelt daarmee, op een heel zorgvuldige manier.’

Die combinatie – het ludieke, ‘lichtvoetige’ aspect en Nuurs conceptuele nauwkeurigheid (‘Hij volgt wel degelijk een strikte ‘set of rules’, zoals hij het zelf noemt’) – vindt Karskens ‘een verademing’.

‘Nuurs werk onderscheidt zich van de droge, ‘feitelijke’ esthetiek van veel postconceptuele hedendaagse kunst. Hij doet echt zijn best om de kijker meteen het werk in te trekken, om hem/haar vervolgens te laten nadenken over de betekenis ervan.’

Natuurlijk, zegt Karskens, zitten er in het werk van Navid Nuur ook verwijzingen naar het minimalisme en de geometrie uit de jaren zestig. En zijn werk is ‘talig’: hij gebruikt graag ‘aforistische, bijna existentialistische oneliners’. Maar de allereerste indruk is er een van ‘fysieke uitdaging’. En van ‘transformatie’.

Een sculptuur van isothermisch folie bijvoorbeeld, druipt bij Nuur van de teer. Dat komt omdat hij er een laag aluminiumverf overheen verfde, waar hij vervolgens met terpentine een tekst op schilderde. Door de terpentine kwam de teer uit de aluminiumverf los. Karskens: ‘Zo goochelt hij voortdurend dingen tevoorschijn die je niet verwacht.’

Het werk van Navid Nuur, zegt Karskens, is ‘geen pamflettistische kunst die waarschuwt voor de gevaren van het consumentisme’. Maar – die thema’s zitten er wel degelijk in. ‘Het gaat over hergebruik, duurzaamheid, de zorgvuldige omgang met materialen. Dat maakt het werk heel actueel.’

]]>

‘Ze heeft een uniek, overtuigend geluid'

Installatiekunstenaar Sharon Houkema (1975, Drachten), voorgedragen door Martijn Sanders, kunstverzamelaar, voorzitter van de Vereniging Rembrandt en voormalig directeur van het Concertgebouw

Martijn Sanders zag het werk Eye of the Storm (2009) van Sharon Houkema op de Rijksakademie en was meteen onder de indruk. Houkema bouwt hele werelden op, die je moet veroveren, zegt Sanders. ‘Ik houd niet erg van werk dat zich onmiddellijk prijsgeeft, vind het spannend als je het kunt ontdekken.’ Als je die moeite neemt, laat die wereld zich ook lezen: ‘Ook belangrijk. Ik houd niet van kunstenaars die versluieren.’

In Eye of the Storm zet Houkema de kijker aanvankelijk op het verkeerde been. In de zaalvullende video-loop heeft ze een panorama gemaakt met fragmenten van 170 films. ‘Je herkent onmiddellijk het genre van de roadmovie. Het zijn allemaal mensen die de vrijheid zoeken en ’s morgens niet weten waar ze ’s avonds aankomen met hun auto. Meestal kruist onheil hun pad.’

Zo niet bij Houkema. Juist als je je afvraagt waarom al die beelden op verschillende hoogte door de ruimte slingeren, ontdek je de clou. Die wil Sanders niet prijsgeven – het ontraadselen is deel van het plezier. Het interessante is, vindt Sanders, dat met de clou het begrip roadmovie van richting verandert. ‘Het heeft niet te maken met de onbekende weg, maar met constant dezelfde cyclus afleggen.’ Daarbij verandert de aaneenschakeling van schijnbaar willekeurige fragmenten in een onontkoombaar geheel, met een sterke interne logica.

Wat hij ook mooi vindt: dat een nog jonge kunstenaar met zoveel toewijding werkt, als een kluizenaar bijna. ‘Die energie en zorgvuldigheid, de moeite die ze zich getroost om dat voor elkaar te krijgen, worden ook onderdeel van het werk.’ Uren moet ze bezig zijn geweest om de juiste filmfragmenten te zoeken. Aan een ander werk – DFKABHY-XVII (280x150 cm, 2007) – heeft ze zelfs 1100 uur gewerkt om eindeloos getekende droedels aan elkaar te rijgen tot een fascinerend berglandschap. ‘Die droedels lijken niets met elkaar te maken te hebben, maar bij elkaar vormen ze weer een eigen systeem. Ik houd van mensen die met een ijzersterk concept komen en daar vervolgens consequent invulling aan geven.’

Ze heeft inmiddels een klein, maar verrassend consistent oeuvre, ontdekte Sanders op haar website. Daar zag hij ook een ander, aansprekend werk, M3 (2008) een projectie van de maan, gemaakt met een overheadprojector en een bak water waar lucht tussen wordt geblazen. ‘Ik vind dat zo goed getroffen, omdat de maan zelf ook een projectie is.’

Waarom hij haar heeft voorgedragen? ‘Ik ga ieder jaar naar de Open Dagen van de Rijksakademie, maar het gebeurt niet vaak dat ik een kunstenaar tegenkom met een uniek, direct overtuigend geluid. Het is misschien een vreemde vergelijking, maar hetzelfde overkwam me bij Tjebbe Beekman, inmiddels een kunstenaar van groot belang.’

]]>

‘Haar foto’s zijn haast sociologische portretten’

Beeldend kunstenaar Paulien Oltheten (1982, Nijmegen), voorgedragen door Hanne Hagenaars, hoofdredacteur van Mister Motley.

Ze zag haar werk voor het eerst tijdens de Open Ateliers van de Rijksakademie, en was meteen onder de indruk. ‘Ik was vooral getroffen door de enorme speelsheid van de foto’s. Ze zijn toegankelijk, maar tegelijkertijd ook heel open. Je kunt er van alles op projecteren. Dat vind ik erg fijn.’

Hanne Hagenaars, hoofdredacteur van het kunstmagazine Mister Motley, een jong en fris tijdschrift over hedendaagse beeldende kunst, vergelijkt de foto’s van Paulien Oltheten graag met de boeken van de Franse schrijver Georges Perec. ‘Een man van lijstjes en opsommingen. Hij observeert, net als Oltheten, de wereld, en benoemt heel sec wat hij ziet. Daarmee roept ie veel meer op dan die woorden alleen. Ik vind Oltheten een soort eigentijdse Perec. Net als hij maakt ze opsommingen, inventariseert en observeert ze. Het enige verschil is dat Oltheten het dan ook nog vertaalt in beeld.’

Oltheten werkt met name in de openbare ruimte. Dat komt omdat ze geïnteresseerd is in hoe mensen zich tot elkaar verhouden. ‘Het gaat bij haar vooral om sociale codes en mechanismen. Ze is benieuwd naar hoe mensen met elkaar omgaan. Naar de onderlinge hiërarchie. De manier waarop iemand zit, zegt bijvoorbeeld veel over de ruimte die hij zichzelf geeft. Maakt hij zichzelf klein? Of treedt hij zijn bezoek met open vizier en rechte rug tegemoet? Van de foto’s van Oltheten kun je een hoop afleiden. Het zijn in die zin haast sociologische of psychologische portretten.’

Volgens Hagenaars ensceneert Oltheten op haar wandeltochten weinig, maar dikt ze soms wel aan. ‘Ze trekt de touwtjes vaak net iets strakker aan. Als een soort regisseur. De foto’s zijn in die zin te vergelijken met filmscènes. Samen vormen ze een storyboard. Je zou kunnen zeggen dat Oltheten voorstudies maakt voor een film die nooit wordt gerealiseerd.’ ‘Waar die imaginaire film over zou gaan? Naar mijn idee is het een film die onderzoekt hoe het leven in elkaar zit. Dus hoe mensen met elkaar omgaan. Dat kan in Japan net iets anders zijn dan in Nederland of in Rusland. We handelen in de openbare ruimte allemaal volgens stilzwijgende afspraken. Vrouwen zitten bijvoorbeeld met hun benen over elkaar heen. Mannen vaak met hun benen wijd. Van die vanzelfsprekende dingen. Oltheten legt dat bloot. Ze laat je de wereld ontdekken via kleine details. Dat vind ik eigenlijk het allermooiste aan haar werk, dat kleine, dat poëtische. Details vertellen vaak zoveel meer dan het hele verhaal.’

]]>

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden