interview

‘Nog steeds kunnen mensen boos worden over een stuk dat ik over hun favoriete band schreef’

Elly de Waard en Jan Donkers. Beeld Linelle Deunk
Elly de Waard en Jan Donkers.Beeld Linelle Deunk

Zij waren de eersten die serieus schreven over die ‘kindermuziek’, indertijd nog het etiket dat oudere generaties plakten op het werk van de Beatles, de Stones en andere grote namen uit de popmuziek. Jan Donkers, de eerste popjournalist van de Volkskrant, en zijn opvolger Elly de Waard over de oertijd van de popjournalistiek.

‘Tim Buckley was toen een nieuwe singer-songwriter. Ik beschreef hem als ‘de Gerrit Achterberg van de popmuziek’.’ Jan Donkers lacht. ‘En ik schreef ook over ‘de roze periode van The Kinks.’

Gerrit Achterberg was een veelgeprezen dichter, met de ‘roze periode’ verwijst Donkers naar een term die vooral gebruikt wordt in de schilderkunst. ‘Dat was een beetje koketteren hoor’, zegt Donkers. ‘Maar het voelde alsof ik moest laten zien dat ik heus ook wat wist van ‘echte cultuur’, zoals dat toen werd gezien. Op de popmuziek werd namelijk nog ontzettend neergekeken.’

Gesprekspartner Elly de Waard glimlacht en knikt mee. ‘Kindermuziek, werd het genoemd.’

Het is moeilijk voor te stellen: zeker omdat anno 1966, toen Donkers zijn eerste recensie voor de Volkskrant schreef, The Beatles al een tiental hits hadden uitgebracht; van Love Me Do tot Yesterday. Mick Jagger stond met The Rolling Stones voor uitverkochte zalen te zingen dat hij geen satisfaction kon krijgen. Het was de tijd van Bob Dylan, van The Supremes, van Otis Redding en The Beach Boys.

De Waard: ‘Maar het werd vooral beluisterd door jongeren. De oudere generaties vonden het lawaai. Wij waren de eerste generatie journalisten die er serieus over gingen schrijven. Toen begon die houding richting pop langzaam te veranderen.’

Elly de Waard. Beeld Linelle Deunk
Elly de Waard.Beeld Linelle Deunk

Elly de Waard en Jan Donkers zitten bij De Waard thuis, midden in het mooie duingebied bij Egmond-Binnen. Het is de eerste keer dat ze elkaar spreken in lange tijd – eigenlijk het eerste langere gesprek sinds hun gedeelde origine als popjournalisten aan het einde van de jaren ‘60, begin jaren ‘70. De Waard en Donkers maakten uit van een select gezelschap: de eerste Nederlandse popjournalisten.

Elly de Waard was vijftien jaar lang dé popjournalist van de Volkskrant en Vrij Nederland: iedereen die geïnteresseerd was in de pop, las waar Elly de Waard nu weer naar luisterde. Ze was bij de Volkskrant de opvolger van Jan Donkers in 1968. Donkers is inmiddels beter bekend als radio-dj en als schrijver, maar hij was in 1966 de allereerste popjournalist van de krant.

Donkers was nog student en schreef voor het studentenblad Propria Cures, toen hij benaderd werd door de chef kunst van de Volkskrant. ‘Die zei: ik heb begrepen dat jij wat afweet van popmuziek en jij kan aardig schrijven. Wat zou je ervan vinden om voor ons over die popmuziek te schrijven?’’

De krant had dus door dat ze iets met die jongerenmuziek moesten doen.

Donkers lacht: ‘Maar daar legde hij dan wel bij uit dat hij hoopte dat ik misschien wel in staat was om die jonge lezers via die kindermuziek de weg te wijzen naar de ‘echte’ muziek.’

De Waard giert van de pret. ‘Daar zijn ze nog wel op teruggekomen.’

De twee zijn ze al tientallen jaren niet meer werkzaam als popjournalist: De Waard is al sinds de jaren ‘80 vooral werkzaam als dichter, Donkers schrijft boeken en leent zijn stem aan luisterboeken. Maar ze worden nog steeds op hun popverleden aangesproken.

‘Laatst stond ik bij de glasbak, een man naast me kwam zijn papier weggooien’, zegt Donkers. ‘We kijken elkaar aan. Dan zegt hij opeens: ‘what’s the ugliest part of your body?’ Ik zeg: ‘some say your toes, some say your nose. But I think it’s your mind.’’

Waar is dat van?

Donkers: ‘Het is een tekst uit een nummer van het album We’re only in it for the money, van Frank Zappa.’ Donkers schreef in de Volkskrant de recensie van het album van Zappa toen die uitkwam in 1968.

null Beeld Linelle Deunk
Beeld Linelle Deunk

De Waard: ‘Dat gebeurt mij ook als ik in het park wandel. Dan beginnen mensen tegen me over een stuk dat ik ooit schreef. Ze kunnen ook nog steeds ontzettend kwaad op me worden: waarom heb je die en die toen afgekraakt? Ik heb ooit geschreven over The Osmonds, een mierzoet popbandje bestaande uit één familie. Vond ik helemaal niets, dus dat schreef ik op. Zakken met post kreeg de redactie toen, allemaal boze tieners die me wilden laten weten dat ik verschrikkelijk was.’

Donkers: ‘Ik heb een jaar of acht een theatershow gedaan, heel vaak kwam er daarna nog iemand verontwaardigd naar me toe: ‘Wéét jij wel dat jij in 1972 over Bob Dylan hebt gezegd dat hij – en dan vul maar in.’

De twee lachen. De Waard: ‘En dan weet je zelf niet eens meer wat je gezegd hebt!’

Donkers en De Waard kwamen elkaar in die tijd regelmatig tegen, want de popmuziek was in die tijd een klein wereldje. Donkers: ‘We hadden regelmatig krijgsberaad bij Scheltema. Dan bespraken we de nieuwste muziek, de laatste nieuwtjes. Wat vind jij van de nieuwste plaat van de Lovin’ Spoonful, ga jij die en die artiest nog spreken, dat soort dingen.’

Jullie waren een heel nieuw genre in de journalistiek aan het vormgeven. Hoe voelde dat?

Donkers: ‘Daar waren we ons wel van bewust. Alhoewel: ik zei ‘krijgsberaad’, maar het was niet alsof we de zaken aan het uitdenken waren of plannen smeedden.’

De Waard: ‘We waren allemaal eenlingen, we deden het op onze eigen manier. Maar we herkenden van elkaar wat we probeerden te doen: erkenning voor die muziekstroming creëren. De pop was ook nog jong, toen. Daarvoor had je eigenlijk alleen Elvis Presley, maar volgens mij is zijn muziek nooit serieus behandeld in die tijd.’

Hoe was dat nou, in die tijd popjournalist zijn?

De Waard buigt met ernstig gezicht voorover en zegt: ‘Gewéldig.’

Donkers lacht en knikt. ‘Muzikanten waren toen heel aanraakbaar, dat was zo mooi aan die tijd. Peter Schreuder, die schreef ook voor de Volkskrant, en ik hebben Frank Zappa in Schreuders kleine autootje Amsterdam laten zien.’

De Waard: ‘Ik heb ooit The Band opgehaald van Schiphol. We zijn na het interview nog gaan eten in het Kurhaus in Scheveningen.’

Donkers: ‘Of je zat met de Small Faces op Leidseplein biertje te drinken.’

De pop betekende voor hun generatie ontzettend veel, vertelt De Waard. Omdat het een nieuw geluid was, maar ook omdat die muziek – mede dankzij de uitvinding van langspeelplaat en de casetterecorder – op grote schaal met elkaar kon worden gedeeld en beleefd.

‘Het was de eerste keer in de geschiedenis dat de jeugd, de generatie die na de oorlog opgroeide, een eigen uitdrukkingswijze kreeg. Een eigen cultuur. Het was volgens mij ook de eerste generatie die zich bewust was van zichzelf als generatie en dat ook tot onderwerp maakte van zijn muziek. Denk bijvoorbeeld aan My Generation, van The Who.’

Jan Donkers.  Beeld Linelle Deunk
Jan Donkers.Beeld Linelle Deunk

Beide ex-popjournalisten volgen de huidige ontwikkelingen in de popmuziek maar beperkt. Donkers: ’Het poplandschap is enorm versnipperd: er zijn zoveel subgenres dat iedereen weer iets anders luistert. Er is geen saamhorigheid.’

De Waard: ‘Vroeger luisterden we allemaal dezelfde muziek. In de jaren ‘70 passeerde ik in Amsterdam eens een collega in de auto, we deden het raampje open om te zwaaien – bleek dat we precies dezelfde single op hadden staan, de nieuwste van de Rolling Stones. Wij lachen: ‘Goed he?’

Donkers: ‘Elly, weet jij trouwens wat Caroline van der Plas, de voorvrouw van de Boer Burger Beweging, laatst noemde als haar favoriete nummer aller tijden? Het werd aan alle Kamerleden gevraagd.’

De Waard: ‘Geen idee.’ Geïntrigeerd: ‘Zeg es.’

Donkers pauzeert even, voor het effect. ‘The Load-out/Stay van Jackson Browne.’

De Waard, stralend: ‘Ooo, dat is hartstikke goed! Ha. Ik dácht al dat het een leuke vrouw was.’

Donkers: ‘Ongelooflijk toch? Dat zou 50 jaar geleden totaal ondenkbaar zijn geweest. Dat een Kámerlid op de proppen zou komen met een nummer van Jackson Browne. En dat nu zeker 120 van die 150 Kamerleden een popliedje als favoriet noemt.’

De Waard knikt mee en glimlacht. ‘Totaal ondenkbaar.’

Extra Editie: Liefde voor muziek

Lees een extra Digitale Editie over de liefde van de 100-jarige Volkskrant voor muziek. Met een introductie door popjournalist Menno Pot. Plus: de 100 invloedrijkste popalbums.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden