Nog meer tranen

VIJFENTWINTIG jaar na het verschijnen van De tranen der acacia's waren van deze klassieker van W.F. Hermans nog maar 2.586 exemplaren verkocht....

Logisch redenerend zou dit betekenen dat de waardering voor Hermans' tweede boek alleen maar is toegenomen. Hoeveel exemplaren zouden er nu, ruim vijftig jaar na het verschijnen van De tranen zijn verkocht? Helaas wordt dit in het zomernummer van het Hermans-magazine niet vermeld.

Voor de vijfde keer in de geschiedenis van dit blad is er een nummer geheel gewijd aan De tranen der acacia's.

Een titel die Tim Krabbé ooit deed verzuchten dat hij afkomstig leek uit 'een gedicht van een dwepend meisje van 23'.

Verscheidene korte artikelen gaan in op details van deze roman, maar na lezing vraag je je af wat de redactie beoogt. De roman wordt keer op keer naast de geschiedenis gelegd waarbij Hermans vooral betrapt wordt op schijnbare fouten, zowel in zijn taalgebruik als in zijn waarnemingen.

Zo krijgt Hermans een trap over het graf heen omdat hij in 1943 voor de Universiteit van Amsterdam heeft gewerkt en omdat zijn 'weduwe tot op de dag van vandaag nog pensioen ontvangt van dat door haar man aan de besmette universiteit verdiende salaris'. En zo wordt de schrijver bekritiseerd omdat in De tranen een van zijn personages het Zweedse wittebrood in een trommel bewaart en er elke dag twee sneden van neemt: 'Zo ging het natuurlijk niet in de praktijk. Na twee dagen was zo'n brood heus wel op.'

Wat is het nut van dergelijke correcties? Misschien zijn ze leuk voor lezers die romans als puzzels beschouwen maar met literatuur heeft het toch weinig van doen.

Inhoudelijk beter is het tijdschrift van het Louis Couperus Genootschap dat deze zomer voor het eerst onder een nieuwe naam, Arabesken, en met een nieuwe vormgeving is verschenen.

Het blad opent met een gedegen artikel van P. Kralt over de invloed van Ovidius op Couperus' Antieke Sproken. De toon en de opbouw van het stuk zijn nogal academisch, maar Couperus wordt goed in zijn waarde gelaten en de lezer komt wel degelijk meer te weten over Couperus' pogingen om 'het goddelijke een menselijk accent' te geven.

Ook de moeite van het lezen waard is Maarten Kleins 'Couperus en androgynie'. Klein bekritiseert de nadruk die naoorlogse biografen hebben gelegd op Couperus' homoseksualiteit. Hij wijst erop dat bijna alle door Couperus gecreëerde romanfiguren heteroseksueel zijn. De enige personage van wie dit niet gezegd kan worden is keizer Helegebalus in De berg van licht. Deze weet zich niet te houden aan het androgyne ideaal: 'Dat keizer Helegebalus homoseksueel wordt, is in de context van de roman zeker niet positief te interpreteren. Het is een verstoring van het ideaal geachte evenwicht en voor de keizer zelf een nederlaag.'

Een derde tijdschrift gewijd aan één schrijver is Speciaal voor ons, het al twintig jaar oude nieuwsblad voor Carmiggelt-fans. Sinds begin vorig jaar is het tevens het lijfblad van de nieuw opgerichte Vereniging van Carmiggeltvrienden. Het blad is niet veel meer dan een samenraapsel van ontelbare Carmiggeltiana en lijkt zich vooral te richten op de onvermoeibare verzamelaar. Aan een interpretatie van Carmiggelts werk waagt het zich niet.

Desalniettemin is het wel grappig om een paar poëtische probeersels van een 15-jarige Carmiggelt onder ogen te krijgen: Zeven weken niet naar school!/ 's Jonge, 's jonge! wat een jool!/ Het verlost ze uit een hel/ Van som- en taal-gekwel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden