Nog best goed te doen, de gedichten van Willem Kloos

Kloos' verzen staan bol van wanhoop en verlangen en zijn ook nu nog heel goed te doen. Verfrissend, die afwezigheid van ironie, relativering en gelatenheid.

In zekere zin was hij de Tim Hofman van zijn tijd, de jaren tachtig van de 19de eeuw. Door zijn vlammende gedichten gingen jongeren poëzie lezen. Want ook rond 1880 vonden jongeren poëzie erg uncool: geestloos gerijmel van dominees en schoolmeesters, bij huwelijken, geboorten en begrafenissen. Willem Kloos, Albert Verwey, Lodewijk van Deyssel, Herman Gorter - zij brachten de hartstocht terug in de literatuur; poëzie was hun hartenklop. Zij kwamen bijeen in de kroeg en citeerden hun werk. Door deze jongens, hbs'ers, studenten, werd poëzie in Nederland eindelijk zoals de romantici bedoeld hadden: 'de allerindividueelste expressie van de allerindividueelste emotie'.

Eén bundel was jarenlang de bijbel van de Tachtigers, Verzen van Willem Kloos. Deze debuutbundel uit 1894 staat bol van wanhoop en verlangen. In de gedichten bezong hij hoogtonig lyrisch zijn liefde voor de jonggestorven Jacques Perk en voor Albert Verwey, die koos voor een meisje. Eigenlijk een wonder dat het boek verscheen, want in 1894 ging het erg slecht met de dichter: hij was alcoholist, depressief en suïcidaal. Zijn 'genezing' kwam in 1890, in de vorm van het huwelijk. De depressies werden gedempt, maar het vuur verdween uit zijn poëzie.

Fictie, Willem Kloos, Verzen
Van Tilt; 160 pagina's;
Euro 18,94.

Verzen was jarenlang niet meer in de oorspronkelijke vorm verkrijgbaar. Van Kloos restten nog wat onsterfelijke regels, zoals 'Ik ben een God in 't diepst van mijn gedachten', 'De Zee, de Zee klotst voort in eindelooze deining' en 'Ik ween om bloemen in den knop gebroken'. Mooie regels, maar het zijn tegeltjes geworden. Verzen is nu herdrukt, met een nawoord van Kloos' nieuwste biografen Peter Janzen en Frans Oerlemans. Over die biografie een andere keer.

In Verzen staan ook langere, wat hoogdravende 'dramatische fragmenten' over de oudheid, 'Rhodopis', 'Okeanos' en 'Sappho'. Die vallen nu een beetje tegen, net zoals de scheldsonnetten waarin de gedesïllusioneerde Kloos afrekende met zijn vrienden. Daarin is hij scherp en soms treffend, maar hij zet ook zichzelf te kijk als verbitterde, jaloerse eenzaat. Gorter is 'niets dan een ellendig knoeier/ Met Hollands taal', Couperus een 'zoet, zelf-vergenoeglijk kind'/ Dat steeds ging in valsch-prinselijk pedantisme'; Van Eeden een 'verkrachter van veel vrouwen-zielen'.

De liefde en het onvermijdelijke liefdesverdriet - of hij nu homoseksueel was of niet, of bi, daarover zijn de geleerden het niet eens - tilden hem hoog op. Zoals de sonnetten X tot en met XIX, die eerst als 'Het Boek van Kind en God' verschenen: die hebben iets tijdloos. Kloos slingert hierin naar alle uithoeken van zijn gekwelde gemoed: woede ('O, dat ik haten moet en niet vergeten!'), teleurstelling ('Gij zijt niet slecht geweest: gij waart slechts zwak,/ Om niet in Mij te geloven, die u liefde'), en vooral wraakzucht: 'En láter, láter zal men zien: een Rots/ Van schrik'lijke Ikheid, met den dood als wapen,/ Mijn Hooge Zelf, dat Gij niet hebt bewaard.'

Nog best goed te doen, deze gedichten. Het is de verfrissende afwezigheid van ironie, relativering en gelatenheid die ze nu nog authentiek maakt. Mooi uitgegeven, ook. Alleen wel erg géél, dat omslag. Dat is toch geen kleur voor een treurwilg als Kloos?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden