Nog altijd brandbaar

Mandarijnen op zwavelzuur, twintig jaar na de dood van W.F. Hermans

Met sardonisch genoegen hekelde W.F. Hermans in zijn Mandarijnen het 'letterkundige bordeel'. Beleeft de lezer van nu er ook nog plezier aan?

Kaft van Mandarijnen op zwavelzuur. Beeld Wiki

Op een matig verkopende querulant die in vlammende polemieken allerhande gevestigde auteurs, uitgevers en instanties de mantel uitveegde, zaten de grote uitgevers halverwege de jaren vijftig niet te wachten. En dus moest de dertiger Willem Frederik Hermans die stukken in eigen beheer uitgeven, nadat de enige uitgever die het waagde, Van Oorschot, ook al na één brochure was afgehaakt.

Acht jaar later wilde Hermans al zijn schotschriften bundelen onder de titel Mandarijnen op zwavelzuur, waar Bezige Bij-uitgever Geert Lubberhuizen voor terugdeinsde, zoals hij schreef in een brief aan de auteur: 'Het aantal Mandarijnen waarvan wij de uitgever zijn liegt er niet om en daarenboven heb ik mij blijkbaar toch vergist in de zuurgraad van je zwavelzuur.'

Vorm en inhoud

In een sombere bui vreesde Hermans dat zo'n uitgave pas over vijftig jaar zou kunnen, als niet alleen hij zelf maar ook alle bestreden bobo's, zelfverklaarde genieën, 'hoernalisten' en lamstralen dood waren. Aan de met hem bevriende journalist Hans van Straten berichtte hij over dat vooruitzicht: 'Natuurlijk verliest een zó klassiek boek in de loop der tijden niets van zijn oorspronkelijke waarde, maar... ofschoon barnsteen een edeler materie is dan hars, het is en blijft fossiel en is niet zo brandbaar.'

Met behulp van uitgever Thomas Rap en later Jaco Groot van De Harmonie kwam de boekuitgave medio februari 1964 er toch, en al besloeg de eerste oplage slechts 750 exemplaren en waren de eerste recensies niet warm, de Mandarijnen vielen op en zouden altijd een aparte status houden. Dat had te maken met de inhoud; afrekeningen die laveerden tussen agressie en amusement, even grappig als giftig, waarmee Hermans bewees een nazaat te zijn uit de familie der essayistische heethoofden als Busken Huet, Van Deyssel en Du Perron.

Het had óók te maken met de vorm: afwijkend formaat, met een surrealistische collage op het omslag en ludieke plaatjes door het hele boek heen, glimpapier, een onhandige typeletter, hier en daar drukfouten, correcties in de kantlijn.

Hermans in 1969. Beeld anp

Onconventioneel

Alles droeg bij aan het onconventionele karakter dat Hermans beoogde: niet volgens de regels maar onbehouwen hield hij huis in de literaire arena, dit boze boek was zijn 'groepsfoto van iedereen waar ik niet bij wil horen', al die misgeboortes die hij mandarijnen noemde, de knoeiers, flaptekstwauwelaars, subsidieslurpers in het grote Nederlandse letterkundige bordeel waar iedereen elkaar slijmerig schouderklopjes en prijsjes geeft.

Schrijven hoor je niet voor de gezelligheid te doen, of om 's avonds met mekaar in de kroeg rond te hangen; je wilt je juist ontdoen van anderen, en het inzicht de wereld in slingeren dat er uitsluitend bedriegers en bedrogenen bestaan, dat had de Tweede Wereldoorlog toch wel bewezen, dus opgedonderd met je bedremmelde versjes over klein geluk en je halfzachte essays over de Derde Weg (een neutrale middenpositie tussen Oost en West, toentertijd onder meer bepleit door het linkse weekblad De Groene Amsterdammer). Hermans: 'Langs de derde weg worden alleen stoffige bibliotheken, dode boomstronken, afgekloven nagels, beduimelde navolgingen van Christus en uitgewaaide kaarsstompjes gevonden.'

Sardonisch plezier

Heerlijk. Heden is Willem Frederik Hermans ruim twintig jaar dood, en worden zijn Mandarijnen bijgezet in de Volledige Werken, uitgegeven door De Bezige Bij, want nu durven ze, en voorzien van een uitvoerige toelichting en wetenschappelijke verantwoording. Deze gebonden editie is ontegenzeglijk edele materie; het goede nieuws is dat de brandbaarheid van de gebundelde beschouwingen niet teloor is gegaan.

En de uitgever is zo verstandig geweest het authentieke kloeke formaat te handhaven, evenals het hamerende typelettertje. Bijzetten is in dit geval niet kaltstellen. Als een uitroepteken zal dit deel 16 boven de verder uniforme reeks Volledige Werken uitsteken, als de geheven wijsvinger van de schoolmeester die Hermans ook was.

Had hij altijd gelijk? Veel van de schrijvers en literatoren die hij aanviel zijn uit de boekhandel verdwenen: H.A. Gomperts, Adriaan van der Veen, Koos Schuur. In sommige reputaties zit nog een beetje leven: Adriaan Morriën, J.B. Charles. En van de verering van de vroeggestorven Eddy du Perron (die in zijn roman Het land van herkomst 'niemand pijn wilde doen', wat Hermans niet zinde) en Menno ter Braak ('niet a- en immoreel genoeg', vond Hermans, en hij had geen oorspronkelijke ideeën, 'net als Hitler') is niet veel over. Maar ga je hen lezen, dan blijken ze vaak verrassend goed te zijn.

Opgepast dus. Voor zijn legendarische aanval in 1955 op de 'zinnetjesschrijver' Adriaan van der Veen putte Hermans uit diens roman Wij hebben vleugels (1946), die hij volgens de nieuwe noten in het jaar van verschijnen nog zeer positief in Vrij Nederland had besproken: 'natuurlijk en toch origineel (...) vlijmscherp'. Wat was er in de tussentijd gebeurd? Simpel. Van der Veen had in 1947 iets geschreven over Hermans' soms 'verre van verzorgde stijl'. Daarom moest hij acht jaar later 'chemisch worden gereinigd'. Zo klein kon Hermans zijn.

Hij deinst voor geen vervalsing of verzinsel terug, schreef zijn voormalige vriend Gerard Reve in 1981, Hermans is een 'hoogst abjekt individu', wiens werk je goed kunt waarderen zolang je 'de deur op de knip houdt als hij op de stoep staat'. En daar was Hermans zo verguld mee dat hij dit citaat (waaruit namelijk ook een zeker ontzag spreekt, Hermans voor wie je de deur niet durft open te doen!) uitknipte en opnam in het supplement op de Mandarijnen dat in 1983 verscheen, en dat ook in deze nieuwe editie is opgenomen.

Wat ik wilde bereiken is allemaal mislukt, jammerde hij in het voorwoord daarvan ietwat gespeeld, toen hij inmiddels tien jaar in Parijs woonde en tot de hoogst aangeslagen schrijvers van Nederland behoorde. Het literair bordeel was echter nog even corrupt en de ratten hadden het schip niet verlaten. Daarom ging hij nog even door.

Hermans in zijn studeerkamer in 1977. Beeld Flickr

Ongelikte boek

Maar intussen las iedereen óók al jaren de Mandarijnen, en die polemieken zijn herleesbaar gebleven - ondanks het tempo dat naar de huidige maatstaven laag is -, dankzij de typeringen die smerig en raak kunnen zijn als vuistslagen. Over het debuut van M. Vasalis, nochtans een goede dichteres: 'Het dichterschap dat zich hier manifesteerde was rijp tot in zijn onvolkomenheden.'

Over een mankement in Het land van herkomst van Du Perron: 'De personages komen het boek binnen alsof het een openbare telefooncel was: uit het niets. Ze doen hun duit in de gleuf, steken hun prevelement af en verdwijnen weer in het niets.' Over de nabauwer Gomperts: 'Zodra ik vind dat zijn naam weer eens in de krant moet komen, trap ik op Gomperts, niet uit kwaadaardigheid, maar zoals een trambestuurder trapt op zijn bel.'

Niet uit kwaadaardigheid: in die ontkenning zit veel sardonisch plezier. Zoals hij J.B. Charles eerst een nep-compliment geeft voor diens Volg het spoor terug; het beste boek dat er over het verzet in Nederland is geschreven, het staat op een hoger plan dan alle andere boeken van ex-verzetslieden. 'Daar hoort het thuis, d.w.z. op een manier waarop een gesjochten baron ondanks alles in het Nederlands Adelsboek thuishoort. Op dat hoge plan worden meteen andere maatstaven aangelegd, en dan valt Volg het spoor terug bepaald niet mee. In Volg het spoor terug wordt namelijk geen enkel spoor terug gevolgd.' En hopla, Charles is rijp voor de sloop die in de volgende alinea's sardonisch ten uitvoer wordt gebracht.

Zelf kan Hermans bijwijlen ook zaniken of flauw zijn (het naamgrapje Dun Buitenmuur voor de criticus Dick Binnendijk). Maar veel van zijn filippica's zijn fris gebleven, en ook welkom in een tijd dat schrijvers populair zijn zolang ze groepsgewijs leuk doen op een feest ('fest') of aan een kwis deelnemen.

Een tijd ook waarin je op de televisie onder het mom van aandacht voor literatuur al te vaak wordt geconfronteerd met een roedel kirrende, zichzelf 'onafhankelijk' noemende boekhandelaren die elk kritisch geluid maar vervelend vinden, uit laffe angst voor hun nering.

Dit ongelikte boek, vol negatieve recensies en oprispingen, wil geen middelmatigheid die als literatuur wordt gepresenteerd, en ook geen camaraderie: een bom erop, zei Hermans, en hopen dat iedereen een flink stuk bomsplinter in het oog krijgt.

Ja, laten ze de Mandarijnen eens Boek van de Maand maken! Maar voor zoiets schrikken de schijtlijsters in De Wereld Draait Door terug. Wat dat betreft is er in een halve eeuw te weinig veranderd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.