Column

Noedelsoep eten, maar dan wel met plakjes frikandel

In het dorp van mijn jeugd was één restaurant; het heette Tong Ah. Ik wist niet wat dat betekende, en dat weet ik nog steeds niet. Het was, hoe dan ook, een geweldig restaurant. Sprookjesachtig mooi, met overal gouden draken en rode zijden lampen met kwastjes, al het eten was ontzettend lekker, en iedereen die er werkte was Chinees.

Beeld epa

Uit eten gaan was, in de vroege jaren '70, nog geen usance; de meeste dorpelingen, ook wij, kwamen er vooral om af te halen. Meestal nasi of bami, als mijn moeder eens zonder aardappelen zat. De achteringang van Tong Ah lag aan onze straat, en als ik dan binnenkwam zaten er, in een hoekje, steevast een of meer Chinese kindertjes iets uit een kommetje te eten, met stokjes. Rijst met kippenknietjes.

Wat benijdde ik die kindertjes, met hun vriendelijke ronde hoofdjes, hun geoefende exercities met die stokjes, hun onbeperkte beschikking over die magische gebakken lucht die kroepoek heette! Ze hoefden natuurlijk nooit naar school, bedacht ik, ze brachten hun dagen door met servetten vouwen en blikken lychees leegsnoepen, in die geur van zoete tomatensoep en dampende rijst.

Nou ja, het was natuurlijk héél anders. Sun Li, een Chinese immigrantendochter heeft haar relaas opgeschreven in De zoetzure smaak van dromen en ik heb het achter elkaar uitgelezen.

Als kleuter verhuisde Sun in 1980 met haar ouders, en vier broers en zusjes uit een Chinees dorp naar een Fries dorp, om daar een restaurant over te nemen. Voor Sun volgde een jeugd tussen twee culturen, zoals dat heet.

Thuis verplicht - maar met steeds meer inspanning en fouten - Chinees praten en helpen in het restaurant, op school excellent presteren. Gezinsuitstapjes naar de Efteling en de Floriade, maar dan wél met bakken nasi en grote thermoskannen thee in de achterbak. Noedelsoep eten, maar dan wel met plakjes frikandel erin.

Voor een doodgewoon Hollands kind is het vanzelfsprekend dat het, naarmate het opgroeit, zijn ouders steeds minder serieus neemt en uiteindelijk links laat liggen. Voor een Chinees kind in Friesland is dat een stuk gecompliceerder. Droog, en daardoor des te hartverscheurender, beschrijft Sun hoe ze, tegen de zin van haar ouders, uiteindelijk op kamers gaat om rechten te studeren. Hoe haar vader met tegenzin een afgedankte tafel en twee stoelen uit het restaurant in dat kale hok komt neerzetten, plus een grote baal rijst. Hoe haar ouders zich te pletter werken. Hoe het desondanks steeds slechter gaat met het restaurant, door de komst van een beter geoutilleerde, moderne concurrent. Hoe de dood van haar vader gepaard gaat met eeuwenoude Chinese rituelen. En hoe het grote, angstige vraagstuk 'wie van de kinderen neemt het familierestaurant over?' langzaam maar zeker obsoleet wordt.

De titel De zoetzure smaak van dromen deed mij op stilistisch gebied het ergste vrezen, maar van wollig Aziatisch geneuzel over 'vluchtige vreugden van de lotus' of ronkende metaforen over libelles die boven spiegelgladde karpervijvers dansen is hier gelukkig beslist geen sprake.

Sun Li's proza is rechttoe, rechtaan, vlot, geestig en trefzeker. De opbouw van het boek is niet helemaal evenwichtig, maar het geheel is toch een geslaagde, tragikomische coming of age; mijn kinderlijke nieuwsgierigheid van veertig jaar geleden naar die servettenvouwende sprookjeskinderen is eindelijk afdoende bevredigd.

En die noedelsoep met plakjes frikandel ga ik vandaag nog proberen.

s.witteman@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden