Nobody Home pareert clichés met eigenheid

Verhaal van jongens die in een vreemd land een bestaan moeten opbouwen, is soms schrijnend, maar nergens larmoyant.

Nobody HomeBeeld Casper Koster

Mannen met pruiken en omslagdoeken, onverslijtbare geruite turkentassen, oosterse tapijten met daarop oranje plastic wachtkamerstoelen. Het houdt maar niet op met de clichés in Nobody Home, de nieuwe voorstelling van theatermaakster Daria Bukvic. En dat is ook de bedoeling.

Bukvic (1989) ontvluchtte de oorlog in voormalig Joegoslavië in de jaren negentig. Ze doorliep de Toneelacademie in Maastricht en ontmoette er in 2009 Vanja Rukavina, Majd Mardo en Saman Amini, leeftijdgenoten die ook met hun families hun land hadden moeten verlaten, respectievelijk Bosnië, Syrië en Iran. Samen maken ze nu Nobody Home, een stuk over vooroordelen en verdriet, heimwee en nieuwe kansen, verblijfsvergunningen en status, afzien en een afbetaalde keuken, van Gasselternijveen tot Gouda. Ook om andere vluchtelingen een gezicht te geven.

Vet accent

In de openingsscène zitten Mardo, Rukavina en Amini op toneel als hun eigen moeders, compleet met vet accent. Dat is misschien even schrikken, maar al snel nemen de acteurs zich helemaal voor je in met hun aanstekelijke spel, hun toewijding, humor, hun muziek, dansjes en verhalen.

De moeders komen aan bod, maar ook de lotgenoten in het asielzoekerscentrum, de autochtonen die helemaal niet zo blij zijn met het asielzoekerscentrum, de ambtenaren met hun vragenlijstjes, de getraumatiseerden en depressieven, de broertjes, de zusjes, de vaders, de wanhoop, maar ook de gewiekste overlevingstactieken en de lol. In goed getimede, veelal korte scènes spelen ze razendsnel schakelend een reeks personages, waarbij hun eigen relaas centraal blijft: dat van drie jongens op de vlucht die in een ander land een nieuw bestaan moeten opbouwen. Eenmaal eindelijk 'met status' blijft het moeilijk: de ouders worstelen met van alles en nog wat, de kinderen voelen zich tekortschieten, nieuwe vooroordelen dienen zich aan. En dan willen ze nog bij het theater ook.

'Gelukszoekers', af en toe flikkert dat woord op in het mooie lichtdecor van kunstenaar alaa minawi en iedere keer weer stuwt het een schokje door de zaal. Maar hoe schrijnend vaak, larmoyant wordt het nergens. Gaandeweg blijkt alles mooi in balans in deze heldere regie van Bukvic (de eerste productie van haar eigen stichting). De clichés worden gepareerd door de eigenheid van iedere acteur afzonderlijk, het drama door humor en hun spelplezier: hartverwarmend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden