No no no no

Spectaculair is de sculptuur van de Amerikaanse Bruce Nauman voor de enorme turbinehal van Tate Modern allerminst. Nauman nam zelfs niet de moeite om iets nieuws te verzinnen....

hank you thank you thank you thank you thank you.' De woorden knetteren 'Tonverwachts van links en rechts in je oren als je de turbinehal van de Tate Modern in Londen binnenloopt. Acht meter verderop slaat het klankbombardement om in een kinderstem die scherp declameert 'You may not want to be here. You may want to be here. You want to be here.'

Intrigerende tekst, maar de inhoud ervan – eindigend met 'You want to be' – valt te bezien. Want wil ik hier inderdaad wel zijn? En kunnen die stemmen niet even stoppen? Blijkbaar niet. Het geluid gaat door. Iedere tien stappen een andere tekst. Fluisterend als in de Wispering Gallery van de naburige St. Paul's Cathedral, dan weer zangerig als tijdens een kerkdienst of indringend door een sterk wisselende intonatie. Maar meestal trommelvlies perforerend. Obsessief. Neurotisch haast. Variërend van 'Work work work work work' tot 'No no no no no no no'. Soms afgewisseld door een verhaaltje: 'It was a dark and stormy night. Three men were sitting around a campfire. One of the men said ”Tell us a story, Jack.” And Jack said ”It was a dark and stormy night. Three man were sitting around a campfire. One of the men said”, etc, etc. Ad infinitum.

Onafgebroken klinkt de woordenstroom uit de 42 platte luidsprekers die haast onzichtbaar tegen de pilaren zijn opgehangen. Nietsvermoedende kinderen drukken hun oor ertegen om zich daarna verschrikt af te wenden. Een groepje bezoekers staat in een kring, hand in hand, te mediteren. Sommigen lopen geconcentreerd in een rechte lijn van begin tot einde door de 155 meter lange hal. Anderen zoeken zonder op of om te kijken naar de garderobe.

De Amerikaan Bruce Nauman maakte de installatie in opdracht van het Londense museum, als onderdeel van de Unilever Series, waarvoor hij als vijfde kunstenaar op rij is uitgenodigd. Het werk is bij eerste kennismaking zeker niet zo spectaculair als de vorige twee. In 2002 zette de Indiaas-Britse kunstenaar Anish Kapoor door de hele hal een ruimtevullende 'toeter' van pvc neer (kleur: 'like raw flesh'). Vorig jaar transformeerde de Deense kunstenaar Olafur Eliasson de hal van het voormalige energiestation in een Bounty-strand, door tegen de achterwand een ondergaande zon te hangen. De meeste bezoekers lagen al snel na binnenkomst op hun rug om naar de zon te kijken én naar zichzelf in het immense spiegelplafond. Dit was geen kunst, schreef Jonathan Jones in The Guardian, 'it is more like nature itself'.

Nee, dan de geluidsculptuur van Nauman. Hij heeft zelfs niet de moeite genomen om iets nieuws te verzinnen. Wat niet wil zeggen dat Nauman een oude prak heeft opgewarmd. Het overzicht is een fine tuning van 21 geluidswerken die Nauman over een periode van bijna veertig jaar heeft gemaakt. De woorden, zinnen en kreten zijn afkomstig uit vroegere video-en neoninstallaties, waaronder Clown Torture, One Hundred Live and Die, Good Boy Bad Boy en Get Out of My Mind, Get Out of This Room.

Wie het werk van Nauman de afgelopen jaren een beetje heeft gevolgd, kent het dus. Maar niet zoals het nu ten gehore wordt gebracht: zonder de bijbehorende videobeelden zijn sommige stemmen juist gearticuleerder en angstaanjagender geworden, en de impact verrassender. Mede dankzij de fenomenale afstelling van de apparatuur. Per tweetal hangen de luidsprekers tegenover elkaar. Waardoor het effect ontstaat dat je pas iets hoort als je er precies tussen staat. Alleen op de achtergrond is een constante zoem te horen – 'mmmmmmmmm' – alsof er ergens boven in de hal een koor van Tibetaanse keelzangers een uitvoering geeft.

In al zijn onopvallendheid staat Naumans geluidswerk in geen verhouding tot de gigaafmetingen van de hal. Net zo min als het in verhouding staat tot alles wat de Tate Modern is en vertegenwoordigt. Op zich is het al een kunst om de megalomane afmetingen van de hal te kunnen weerstaan. Hoe verleidelijk is het niet de mouwen op de stropen, de ruimte te bemeten en een constructie te ontwerpen die er net in kan?

Nog verleidelijker is het om mee te gaan in de reputatie van de Tate, als een van de belangrijkste, zo niet dé belangrijkste tentoonstellingsruimte van de wereld. Wie zich in de Turbine Hall groots en overtuigend weet te presenteren geeft zijn visitekaartje af – aan de tweeënhalf miljoen (!) bezoekers die er jaarlijks binnen schuifelen. Daar waren Kapoor en Eliasson zich bovenmatig van bewust. Alleen al de grootte van hun ontwerpen maakte indruk.

In vergelijking daarmee is de bijdrage van Nauman eerder een ontnuchterend anti-statement. Niets ten nadele van de overdekte zonsondergang van Eliasson. Zelden zo'n overtuigende, hallucinerende gedaantewisseling van een industriële gebouw gezien als bij hem. En dat terwijl zijn ingreep, als het aankomt op de hoeveelheid middelen die hij daarvoor nodig had, misschien wel net zo minimalistisch was als bij Nauman nu. Maar waarschijnlijk is de inmiddels 63-jarige Amerikaan dat stadium van groot vertoon al ruim gepasseerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden