Nipte overwinning op geknoei

Poulenc e.a., door het Concertgebouworkest, Groot Omroepkoor en solisten o.l.v. Yan Pascal Tortelier. Amsterdam, Concertgebouw, 12 maart...

ROLAND DE BEER

Er zijn vele methoden om de maat te slaan. De gebaren zijn legio. De was ophangen, een rollade in plakken snijden, tennisballen serveren, verkeer van rechts en links tot spoed manen, tapdansen, een vliegtuig binnenloodsen, hoelahoepen - het Concertgebouworkest weet er alles van, sinds het optreden van gastdirigent Yan Pascal Tortelier.

De Fransman maakte zijn debuut met een belangwekkend programma, waarin Poulencs weinig uitgevoerde Stabat Mater en de Psaume 'Du fond de l'abîme' van de jong gestorven Lili Boulanger de voornaamste kapstokken waren. Beide tennisballen stonden niet eerder op het repertoire van het Concertgebouworkest.

Het Omroepkoor deed mee in grote bezetting, en Tortelier, eredoctor van de universiteit van Ulster en chef van het BBC Philharmonic Orchestra in Londen (hij is ook voor het Residentie Orkest geen onbekende), bewees dat zijn slagenrepertoire ongewoon breed is.

Het resultaat was ongewoon smal. Het dirigeren van Tortelier is adembenemend, in die zin dat het een permanente staat van overspanning weerspiegelt. Het beschrijft met ijzeren precisie de duizenden dingen die mis kunnen gaan. Inzetten, koorinzetten, soli, interrupties, de afbreking, het metrum, de climax, nog meer climaxen, de slotclimax! Gelukkig is er steeds Yan Pascal Tortelier, om alles op het nippertje te redden.

Het probleem is dat zijn heroïek maar een doel schijnt te dienen, de grootse overwinning op dreigend geknoei. Het musiceren beperkt zich tot opzwepen. Adem, gratie, het smeken van de ziel (Boulanger) en het wenen naast het kruis (Poulenc) zijn te verwaarlozen grootheden. Ongemakkelijkheden bij de celli, een onzuivere piccolo en andere kleine smetten waren van de weeromstuit het gevolg.

Lili Boulanger, Nadia's geniale zusje, psalmodieerde door een megafoon. Henri Dutilleux (Métaboles) had ook in staat van verdoving ('torpide') geen rust in zijn donder. Zelfs bij Varèse's Octandre, voor acht musici, viel kennelijk een ideaal in stand te houden van de grote tutticlimax, en beschreef het stokje de wijde cirkel tegen de klok in, om ter hoogte van half tien omlaag te flitsen naar half vijf. Het was donderdag vaak half tien.

Roland de Beer

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden