boekeninterview

Nina Polak wilde eens een lékker boek schrijven: ‘Ik heb me bevrijd van een verkeerde pretentie’

De nieuwe roman van Nina Polak, over twee vrouwen die naar het noorden van Nederland verhuizen, kreeg een dreigende setting en een klinkende plot. ‘Dat had ik nog nooit gedaan. Ik wilde verdomme weleens zien of ik dat kon.’

Onno Blom
Nina Polak: ‘Je mag je als schrijver in iedereen inleven. Ook als arrogante, wijsneuzige überhetero in een lesbische vrouw. Waarom niet?’  Beeld Valentina Vos
Nina Polak: ‘Je mag je als schrijver in iedereen inleven. Ook als arrogante, wijsneuzige überhetero in een lesbische vrouw. Waarom niet?’Beeld Valentina Vos

Het dorp uit Buitenleven, de nieuwe roman van Nina Polak, is fictief. Onderweer, in het noorden van Nederland, waar twee jonge vrouwen, Rivka en Esse, geliefden, neerstrijken om te zien wat de stilte met ze doet, bestaat niet. Maar Polak is best bereid om de interviewer van de Volkskrant te ontvangen op de plek waar ze grote delen van haar roman schreef: in het oude café en woonhuis van haar moeder in Oldeberkoop, een dorpje op het Friese platteland.

De straten van het dorp zijn leeg, het gras op het kerkhof om de oude kerk staat hoog en de bomen barsten uit in het felste groen. In het café zijn geen gasten. Binnen is het duister. ‘Het volledige interieur van het lege café De Klop was van zulk donker hout dat het er dag en nacht schemerig was.’ Aan een van de houten tafels zat Polak de afgelopen drie jaar geregeld te schrijven. Haar zwarte hond aan haar voeten.

‘Pas op’, zegt Polak, ‘dat je je niet laat bedonderen door deze plek. Zelfs café De Klop bestaat niet. Buitenleven is geen autobiografisch, maar een autofuturistisch boek. Het vertrekpunt was wat er had kunnen gebeuren als mijn leven een andere kant op was gegaan.’

In de proloog van de roman denkt Rivka, een jonge schrijver, met weemoed terug aan het dorp: ‘Ze dacht aan de hond, zijn adem een wolk, in een dampend veld, tollend van pret, en daarmee, wist ze, was Esse dichtbij met haar geur en haar huid en al dat zinnelijke, onmisbare, verlorene.’ Wat is er gebeurd?

‘Een paar jaar geleden bedachten mijn vriendin en ik dat we een huis zouden kopen in Noord-Groningen. De huizen waren daar spotgoedkoop. We dachten: dáár gaan we wonen, ruimte voor onszelf scheppen om te werken en leven. Loes is kunstenaar, ik ben schrijver.

We zijn allemaal huizen gaan bekijken. Heel ver weg. Dat we de sensatie hadden, wat ik ook heb als ik naar het huis van mijn moeder in Oldeberkoop rijd, dat het om ons heen steeds leger werd. Rust en kalmte. Een idylle. Maar er gebeurde ook iets met me wat ik niet had verwacht. Ik kwam erachter dat het landschap mij beangstigde.’

null Beeld Valentina Vos
Beeld Valentina Vos

Waar kwam die angst vandaan?

‘Het landschap was me vreemd. Ik kom uit Haarlem, hou van de duinen. Ik voel me thuis in de stad en op de zandgronden. Ik stelde me voor wat het met onze relatie zou doen als we zouden verhuizen naar de leegte en louter op onszelf zouden zijn aangewezen. Twee stadsmeisjes in een vreemd dorp. Een huis opknappen zonder een hamer vast te kunnen houden. Ik moest daar iets mee.’

Klinkt een beetje zoals dat tv-programma, Ik vertrek.

‘Een van mijn favoriete programma’s! Fascinerend. Wat daarin gebeurt, is een constante in mijn werk.’ Ze grinnikt. ‘Ik hou ervan om dromen kapot te laten gaan. De ontroerende naïviteit van mensen… Ze weten dat het leven vol tegenslag en teleurstellingen zit. Maar ze blijven er dapper op af koersen.’

Dus jullie hebben géén huis op het platteland gekocht.

‘We hebben te lang gewacht. Ik was huiverig. En toen kwam corona en kreeg iedereen het idee dat we zelf ook hadden. Weg uit de drukte van de stad. De vastgoedprijzen in het noorden stegen ineens explosief. Dat is het ordinaire deel van het verhaal. Ik herinner me dat er in Anjum een makelaar vrolijk stond te tetteren: het zijn hier Amsterdamse taferelen!’ Toen was onze kans verkeken.’

Maar in de verbeelding verhuisde je alsnog.

‘Zo is het. Maar mijn roman is niet uit één element ontstaan. Er waren ten minste drie kiemen waaruit Buitenleven is gegroeid. Ik wilde ook vertellen over de verhouding van de mens tot de natuur. Drie jaar geleden verbleef ik een paar maanden in een atelier op de kunstacademie Jan van Eyck in Maastricht. Midden in de oude stad, maar met een grote tuin. Het was lente, alles stond in bloei. Voor het raam van het atelier stond een grote plantaan – het korte verhaal dat ik over die boom schreef, ligt aan de basis van mijn roman.’

Terug naar de natuur, een onvermijdelijk onderwerp.

‘Het viel me op dat alle kunstenaars om me heen in Maastricht bezig waren met ecologie. Met bomen, planten, wortelstelsels, schimmels, paddestoelen. Ze waren bewust bezig met het klimaat, werkten met de esthetiek van de natuurlijke wereld. Ik vond dat heel invoelbaar, maar ook een cliché. In het binnenhof van de academie was een moestuin. Alle studenten waren bezig met de theorie van de natuur. Maakten zich druk om hoe met het groen en het klimaat om te gaan. Er stond een bibliotheek vol boeken met wollige theorieën: Latour, Morton, Harraway. Maar de moestuin bleef leeg. Er groeide niets. Niemand stond met zijn voeten in de aarde.’

Nina Polak: ‘Ik hou ervan om dromen kapot te laten gaan in mijn boeken. De ontroerende naïviteit van mensen… Ze weten dat het leven vol tegenslag en teleurstellingen zit. Maar ze blijven er dapper op af koersen.’ Beeld Valentina Vos
Nina Polak: ‘Ik hou ervan om dromen kapot te laten gaan in mijn boeken. De ontroerende naïviteit van mensen… Ze weten dat het leven vol tegenslag en teleurstellingen zit. Maar ze blijven er dapper op af koersen.’Beeld Valentina Vos

Wat was de derde glanzende kiemcel?

‘Een idee over de vorm. Ik wilde een lekker boek schrijven, zo’n roman waarin ik zelf zin zou hebben om te lezen. Ik las een tijdje veel van Patricia Highsmith en dacht: goh, ik zou een keer zoiets kunnen doen.’

Een psychologische thriller!

‘Nou… in elk geval broeierig, spannend. Een dreigende setting en een klinkende plot. Dat had ik nog nooit gedaan. Ik wilde verdomme weleens zien of ik dat kon. Mijn debuut, We zullen niet te pletter slaan, leunt heel sterk op de stijl. Mijn tweede roman, Gebrek is een groot woord, is wat experimenteler in de vorm. Ik wilde nu iets eenvoudigs maken. Mijn temperament is barok, ik ben geneigd om af te dwalen, gedachtenstromen te volgen, intellectualistisch te verwijzen naar werk van anderen – dat wilde ik allemaal niet. In de eerste versie zaten nog onheilszwangere referenties aan De koele meren des doods van Frederik van Eeden. Geschrapt. Ik wilde mijn eigen naturalistische roman strippen van alle franje.’

Ben je begonnen bij de plot? Veel thrillerschrijvers werken vanuit de ontknoping, van achter naar voren…

‘Ik niet. Ik begon met dat idee: twee vrouwen verhuizen naar het platteland. Wat gaat hun overkomen? Ik wist dat zelf ook niet toen ik begon te schrijven. Toen ik ze daar eenmaal in dat geïsoleerde, mysterieuze decor had geplaatst, was ik benieuwd hoe de omgeving zou reageren. Ik ging de situatie met mijn eigen angsten en vooroordelen te lijf.’

Zag je jezelf voor je, toen je over Rivka schreef?

‘Nee, helemaal niet. Ik geef mijn personages van tevoren geen profiel. Ze ontstaan onder mijn handen. De psychologie van die twee mensen stuwt de plot voort. Ik probeerde vast te stellen wat voor effect de omgeving op die twee vrouwen heeft. Rivka slaat de schrik om het hart. Die gaat zitten in de schaduw van de plataan en in een bloedheet schuurtje in de tuin, met uitzicht over de velden – maar krijgt geen letter meer op papier. En Esse is depressief, maar op haar heeft de omgeving juist een helende uitwerking. Buitenleven gaat ook over hoe het is om te leven met iemand die somber is. Dat wordt heviger als je zo op elkaar bent aangewezen.’

Wilde je het ook voor jezelf spannend houden door niet eerst de plot uit te denken?

‘Er zit een sweet spot tussen controle en intuïtie. Journalistiek is controle. Je moet weten wat je verhaal is en hoe je dat gaat vertellen. Maar fictie werkt anders. Daarin denk ik dat je het midden moet vinden tussen gevoel en verstand. Dat gebeurt op een manier die ik zelf achteraf moeilijk kan ontrafelen.’

Aanvankelijk lijken de dorpsbewoners de twee vrouwen vriendelijk te ontvangen. Maar al snel ontstaan er barsten in het beeld. Er duiken schimmen uit het verleden op. En er verschijnt een psychiater en succesvol schrijver van zelfhulpboeken ten tonele, een Esther Perel-achtig type, die hun gaat vertellen hoe het met hun mentale staat is gesteld.

‘De ene vrouw wordt door haar ingepakt, de andere vrouw ergert zich aan haar. De psychiater legt een belangrijk verschil tussen beiden bloot. Effe vindt het fijn dat trauma’s benoemd worden. Wil haar depressie onder ogen zien. Heeft behoefte aan houvast. Maar Rivka wil zich niet tot slachtoffer laten verklaren. Ze heeft een aantal dingen meegemaakt, toen ze een meisje van een jaar of 10 was, maar trekt daar haar schouders over op. Ze wil er niet op aangesproken worden.’

Heb je ook dorpse kleinburgerlijkheid en homofobie aan de kaak willen stellen? In Buitenleven wordt op de auto van de vrouwen gekalkt: POTTE.

‘Ik vond het wel interessant om angst te zaaien in een fictieve situatie en de spanning op te voeren. Zou een dorp zich tegen een lesbisch stel keren? Ik kan me daar iets bij voorstellen. Maar ik hoop dat je je als lezer óók steeds blijft afvragen: zijn die bedreigingen nu wel zo ernstig, of is het een spel van een stelletje kwajongens? De angst voor de angst is vaak erger dan wat er werkelijk gebeurt.’

Heb je zelf weleens te maken gehad met homohaat?

‘Ik ben weleens in mijn gezicht gespuugd. Maar ik weet echt niet of dat was omdat ik, achter op de fiets, een vriendinnetje liefdevol vasthield. Misschien was ik wel toevallig op de verkeerde tijd op de verkeerde plek.’

En antisemitisme? Rivka heeft als 24-jarige, bij de publicatie van haar debuut De teleurgestelden, drie etiketten opgeplakt gekregen: queer, Jood, feminist.

‘Ik heb nooit direct last gehad van antisemitisme. Ik ben geneigd om niet te veel over mijn Joodse achtergrond na te denken. Maar ik weet niet of dat zo blijft. Misschien komt er ooit nog weleens een dik, Joods vaderboek.’

Rivka wil zich boven bedompte hokjes verheffen.

‘Het fijne van een roman is dat je verschillende zienswijzen naast elkaar kunt laten zien, door in het hoofd van verschillende personages te kruipen. Mijn morele architectuur neigt meer naar zich almaar vertakkende nuances dan naar één helder oordeel.’

Vind je dat identiteit en gender een goed criterium zijn bij het beoordelen van literaire kwaliteit? Feministen vonden dat Harry Mulisch in Twee vrouwen met zijn poten van de lesbische liefde af had moeten blijven. A.F.Th. van der Heijden is bespot om Stemvorken, zijn erotische roman over twee vrouwen.

‘Ik vind het onzin. Je mag je als schrijver in iedereen inleven. Ook als arrogante, wijsneuzige überhetero in een lesbische vrouw. Waarom niet? I love Mulisch. Ik moet je wel bekennen dat Stemvorken, geschreven vanuit de blik van een lesbische vrouw, voor mij las als een mannenfantasie. Maar ik voel me daar identitair totaal niet door aangevallen. Niks mis met een mannenfantasie.’

null Beeld Valentina Vos
Beeld Valentina Vos

Als Rivka zich voorstelt dat ze seks heeft met een man, moet daar meteen een heel hypothetisch leven aan vastgeplakt worden. ‘Een heel boerenhuwelijk.’

‘Ze is geïntrigeerd door een intellectuele boerenzoon, die niet kan loskomen van zijn eigen dorp. Maar ze is vooral gefascineerd door zijn boze, beperkte broertje. Rivka ziet in hem een onderwerp voor een verhaal, die zou haar weleens van haar writer’s block kunnen afhelpen. Maar ze heeft ook schroom. Wat weet ze nou helemaal van zo’n jongen? Ik ben zelf niet principieel tegen toe-eigening in de literatuur. Je verplaatst je in het hoofd van iemand anders. Dat is inherent aan het schrijverschap. Tegelijkertijd vind ik dat interessante kritieken op kwalijke representaties er ook mogen zijn. Stereotypen zijn meestal voor niemand goed.’

Je schrijft liever een roman dan dat je je in het publieke debat begeeft.

‘Het publieke debat is momenteel een nare plek. Giftig. En ook op een treurige manier voorspelbaar. Ik denk als romanschrijver zelden in termen van: wat wil ik daarover zeggen? Of: welk standpunt zal ik hier eens verwoorden? Eerder: wat voel ik erbij? Een roman is de ideale plek om dubbelzinnigheid te laten bestaan. De dingen zijn niet eenduidig. Het is altijd een kwestie van samenhang, context en nuance. Die kun je allemaal aanbrengen in een roman. Schrijven is ook bevrijdingswerk.’

Waarvan heb je je bevrijd in Buitenleven?

‘Je bevrijdt je met elk boek van bepaalde obsessies. In dit geval heb ik mezelf van een aantal angsten en vooroordelen kunnen ontdoen. En ik heb me bevrijd van een zekere strengheid en verkeerde pretentie. Over sweet spots gesproken: er zit er ook een tussen ironie en ernst. Ik vind dat je ook moet kunnen lachen om een boek. Ik heb in interviews wel gezegd: ‘Literatuur is geen vermaak.’ Maar dat is een misvatting. Vermaak is belangrijk. Spelen met de verwachtingen en verlangens van de lezer. Dat geeft genot. Ook voor de schrijver. Je moet jezelf vermaken.’

Nina Polak: Buitenleven. Prometheus; 240 pagina’s; € 20,99.

null Beeld Prometheus
Beeld Prometheus

Wie is Nina Polak?

Nina Polak (1986) debuteerde in 2014 met Wij zullen niet te pletter slaan, een roman over de sociale en seksuele verwarring van een zus en halfbroer, opgevoed door twee moeders. De twee twintigers weten wat ze willen worden – vader, vrouw, held, geliefde – maar zien de juiste weg niet.

‘Alles wat haar debuut goed maakte’, schreef Arjan Peters in de Volkskrant over de roman Gebrek is een groot woord (2018), ‘stijl, humor, een eigenwijze blik op haar generatie, keert in Polaks tweede boek terug. Wat er nog meer bij komt, heeft te maken met de ernst des levens.’ Gebrek is een groot woord werd bekroond met de BNG Bank Literatuurprijs, de Inktaap en het Charlotte Köhler Stipendium.

Vorig jaar ging haar eerste toneelstuk in première, Een vrouw blijft thuis, dat speciaal werd geschreven voor de actrices Sophie van Winden en Ariane Schluter. Polak is ook redacteur bij De Correspondent, waarvoor ze schrijft over het moderne leven. In haar nieuwe roman Buitenleven is Onderweer, een plattelandsdorp in het noorden des lands, het strijdtoneel voor grote dromen, demonen, vrouwelijke ego’s en vooroordelen. ‘Wat deden twee vrouwen, geliefden, hier in het noorden?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden