Niks Te Melden

Algerijns Arabisch lijkt te zijn uitgevonden voor het rappen, met die typische rochelklanken en snijdende consonanten. In Algiers is al een heuse stroming ontstaan waarin authentieke hiphopbeats samengaan met luitgetokkel en wiebelende noten....

ALS DE ALGERIJNSE jeugd ergens in uitblinkt, is het hangen. Op elke straathoek van Algiers zie je ze, de werklozen die het hangen tot kunst hebben verheven. Achteroverleunend tegen afbladderende koloniale gebouwen, een hand in de zak, rechterschoenzool plat tegen de muur, knie naar voren. Het resultaat, indien kundig uitgevoerd, is een houding die tegelijk nonchalant, alert en dreigend is. Hittistes worden ze genoemd, letterlijk 'muurondersteuners'.

De drie jongens van de groep RAS knikken opgetogen. Ja, zij zijn ook hittistes. En hun naam heeft alles te maken met de subcultuur van het hangen. RAS, vertellen ze, staat voor 'Rien à Signaler'. Een groet. Als in: vriend komt voorbij en vraagt: 'Ça va?' Antwoord, leunend tegen de muur: 'Rien à signaler' - 'Niks te melden'. Een treffende omschrijving voor het leven van de jonge inwoners van Algiers, waar na negen uur 's avonds niets erop wijst dat de noodtoestand al twee jaar geleden is opgeheven.

RAS is een van de talrijke Algerijnse rapgroepen die na jarenlang ploeteren aan de oppervlakte zijn gekomen. Er is inmiddels sprake van een heuse stroming, Algerap. Onder die titel heeft Virgin France een verzamel-cd uitgebracht, vooral gericht op de Noord-Afrikaanse migrantenjeugd in Frankrijk en de Benelux, bij wie rap razend populair is.

De cd staat vol liedjes in Algerijns Arabisch, de variant die dankzij de rochelende en snijdende consonanten voor het rappen lijkt te zijn uitgevonden. De invloeden zijn naast de obligate hiphopbeats vooral Algerijns. Je hoort de luit, de viool, de trommels, de wiebelende noten. Je hoort iemand zingen over zijn verkrachte zusje. Je hoort de componist van het Algerijnse volkslied, fraaie woorden reciterend tegen een achtergrond van machinegeweervuur. Het is geen vrolijke plaat.

Hoewel ze onmiskenbaar zijn beïnvloed door de Franse hiphop (die voornamelijk wordt gemaakt door migranten), zetten de Algerijnse rappers zich daar fel tegen af. Met name het roemruchte NTM moet het ontgelden. 'NTM verheerlijkt de misère in de Franse voorsteden', foetert Bouarouj Bilal, een norse jongen met een zwarte muts, een van de artiesten die is te horen op Algerap. 'Als je misère wilt, moet je hier eens kijken, met al die slachtpartijen. Daar valt niets aan te verheerlijken.'

En wat de Algerijnse rappers evenmin aanstaat, is de naam van NTM, Nique ta Mère, Neuk je Moeder. 'Zoiets druist geheel in tegen de Arabische cultuur. Je maakt je familie niet te schande!'

De belangrijkste Algerijnse rapgroepen zijn nu op toernee in Frankrijk om Algerap te promoten. 'Mijn broertje speelt in Hammah Boys', vertelt Karim van RAS. 'Hij belde vandaag op uit Frankrijk. Ze hebben besloten daar te blijven. Als het moet illegaal. Man, iedereen hier wil hetzelfde: iedereen wil weg. Wij hebben er een nummer over gemaakt, Harajua, over weggaan op een boot, zonder papieren.'

Frankrijk lonkt. Daar is geld en werk, en daar kun je als rapper een echte popster worden. Van de tirades van NTM worden steevast honderdduizenden exemplaren verkocht. De oplage van MC Solaar en het uit Marseille afkomstige IAM, waarin ook een Algerijn zit, ligt ver boven een miljoen.

In Algerije, vertelt Karim, is rap underground. Je moet alles zelf doen. 'We zijn hier pas in 1989 naar rap gaan luisteren, dankzij de schotelantenne. De eerste clip die ik me kan herinneren was van MC Hammer.'

Rapclubs zijn er niet. 'Wat wij doen: 's middags huren we een klein café af. Dan betalen we een dj en maken we affiches. Iedereen moet dan vijfhonderd dinar dokken, en dan hebben we ons feestje. Dat kan alleen op maandag- en dinsdagmiddag, omdat de cafés op die dagen toch nauwelijks klanten hebben. 's Avonds is het verboden.'

Karim heeft vandaag zijn smalle gele zonnebril opgezet. We lopen vanaf het hooggelegen hotel El Aurassi naar het laaggelegen stadscentrum, met als einddoel de winkelstraat Rue Dedouche Mourad, de hangplek van RAS en hun kompanen. De politie-escorte die buitenlandse journalisten overal begeleidt, rijdt stapvoets naast ons in een witte Peugeot.

Die politieaanwezigheid zal de jongens van RAS een worst wezen. In tegenstelling tot de oudere generaties praten deze twintigers zonder angst over politiek en de democratische farce, liefst in Frans argot dat ze kennen van hun geëmigreerde broers en van de Franse rap-cd's die ze via via hebben weten te bemachtigen.

'Rap is voor ons de manier te zeggen wat we willen', zegt Karim. 'We rappen over de verveling en de ellende, over sociale kwesties. We zijn tegen de politici. We zijn ook tegen de islamisten, alleen daar rappen we niet over.' Hij maakt een gebaar met zijn vinger langs zijn keel.

'Al onze teksten zijn in het Arabisch. Rap algérien, c'est un truc arabe! De staat vindt het niets. Die wil dat je thuis blijft en braaf naar de televisiedocumentaires kijkt over de Algerijnse vrijheidsoorlog en over vissen. Ja, vissen. Altijd weer vissen. Nee, wij hebben niet gestemd. Natuurlijk niet. Het verandert niets. Politici willen alleen je geld.'

Steeds verder dalen we af richting Rue Didouche Mourad. Karim praat onafgebroken, zijn maten Riad en Hassan sloven zich uit en sissen en roepen naar in de zon flanerende meisjes. Af en toe snijden we een bocht af door een trap naar beneden te pakken, de escorte in verwarring achterlatend. Maar korte tijd later duikt die witte Peugeot toch weer naast ons op. Naarmate we dichter bij Didouche Mourad geraken, moeten we vaker stoppen om handen te schudden. 'Onze maten', lacht Karim. 'Iedereen kent ons. Wij en onze maten heten de Psychotische Familie.'

Eindelijk komen we bij de plek waar het allemaal om te doen blijkt: een oud Frans appartementengebouw, immeublement 90. In een zwak verlicht, granieten trappenhuis is alles met rode viltstiften volgekalkt. Heel vaak staat er in primitieve graffiti 'RAS'. 'Hier hangen we elke dag rond', zegt Karim trots. 'Vanaf een uur of zes 's avonds tot middernacht. Hier kan de politie ons niet zien. Dan brengen we onze gettoblaster mee. Er komt wel een man of vijftig. Van alles: werklozen, studenten, en 's middags de meisjes. 's Avonds mogen die niet uit.'

Een vrouw met een hoofddoekje komt uit een van de appartementen. Zwijgend loopt ze langs de jongens. 'Ach, eerst vonden die flatbewoners het maar niets', grinnikt Karim, 'maar nu zijn ze aan ons gewend.'

Het is nog te vroeg voor vertier in immeublement 90. Een meter of vijftig verderop is het andere trefpunt, een koffieshop die bij een boekenwinkel hoort, zetel van de Algerijnse Schrijversbond. 'Hier kun je de hele midddag blijven zitten, ook al bestel je maar één espresso.'

We bestellen die ene espresso. De stroperige, diepzwarte koffie blijft rechtop in je maag staan. De jongens groeten weer bekenden, onder wie iemand van de meidenrapgroep Messagers.

EEN JONGE man schuift aan, hij werkt bij de douane. De leden van RAS zijn allen werkloos. Ooit hadden ze wel wat lost-vast werk, nu liggen ze tot een uur of elf in bed. Voor gewone baantjes halen ze hun neus op. 'Dan verdien je drieduizend dinar (ruim honderd gulden) per maand', schampert Riad. 'Wij doen andere business.'

Die 'andere business' is wat duizenden murenleuners doen om te overleven: handel in illegaal geïmporteerde waar, domein van de 'Algerijnse maffia'. De jongens houden zich op de vlakte over wat ze verhandelen. 'Alles wat loopt. Kleding, schoenen enzo. Het meeste spul komt tegenwoordig uit Turkije.' De douanier glimlacht fijntjes.

Ze zoeken mensen die 'iets nodig hebben', of ze krijgen van de grote jongens 'iets aangeboden' en zoeken daar dan een afnemer bij. 'En dan krijgen wij daar weer wat geld voor.' Een paar goede dagen en je hebt een inkomen dat zeven keer zo hoog ligt als het maandsalaris van een contractarbeider.

De jongens staan erop dat zij de koffie betalen.

Nu willen ze hun muziek laten horen. Zes nummers hebben ze onlangs in een huiskamerstudio opgenomen. Er is geen cassetterecorder voorhanden. Een glimmende groene Mercedes biedt uitkomst. De auto is van Aflah Cherif, manager en producent van populaire Algierse rapgroepen als MBS. De ontdekker van de Algerap. Een man met geld en goede contacten in Frankrijk, Canada, Nederland en België. De man die, zo hopen de jongens, ook RAS zal tekenen. 'De media en de producenten hier geloofden niet in de Algerijnse rap', vertelt Cherif, die de meeste tijd in Frankrijk woont. 'Ik wel. Van MBS heb ik hier honderdduizend cassettes verkocht. Maar de echte markt voor mij is Frankrijk. Buitenlandse valuta hè.'

We rijden door de straten van Algiers, over de koloniale boulevards, langs de haven, door de achterbuurten. Overal staan jonge mannen tegen de muur geleund die de bonkende Mercedes met doffe blik aanstaren. De drie RAS-jongens zitten achterin, naast elkaar op de lederen bank. Hun muziek valt zwaar uit de speakers. Soms zingen ze mee met hun eigen liedjes.

'Wat wij je hebben verteld en laten zien', zegt Karim, 'is nog geen tiende van de werkelijkheid. Algerije is als de Titanic, langzaam gaan we ten onder. Maar zelfs al zijn er problemen, we leven wél. Dat zie je.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden