Nieuws uit de bananenrepubliek

Vancouver is in ogen van vele Canadezen een soort buitengewest - een afgelegen oord waar het wereldnieuws langzaam doordringt. Het Vancouver Improvisers' Collective bewijst dat een kleine gemeenschap ook voordelen heeft: jazz en klassieke muziek zijn er nauwelijks gescheiden, zoals klarinettist François Houle bewijst....

DE STAD LIGT in het binnenland, maar dichtbij de westelijke kust. De haven is een brede strook water tussen het centrum en het noordelijke stadsdeel. De natuur is er onder handbereik, het weer is er nat en winderig. Er is een kleine, maar kloekmoedige gemeenschap van improviserende muzikanten, die in allerlei combinaties samenwerken en nogal eens te horen krijgen dat ze geen echte jazz spelen. Amsterdam? Nee hoor, niet met al die heuvels in de buurt. We hebben het over Vancouver, Canada - ook wel bekend als 'de meest afgelegen grote stad in Noord-Amerika'.

Begin jaren negentig begon het nieuws uit te lekken dat je hier bijzondere muziek kon horen. Er was bijvoorbeeld een zeer goede, piepjonge ritmesectie, bestaande uit drummer Dylan van der Schyff en bassist Joe Williamson - een duo dat uiteenviel toen Williamson onverhoeds naar Amsterdam verhuisde. En er waren twee goede grote formaties: het nauwelijks in toom te houden N.O.W. Orchestra met pianist Paul Plimley en het Hard Rubber Orchestra van trompettist John Korsrud, die sinds 1995 in Amsterdam woont en compositie studeert bij Louis Andriessen.

En er was Francçis Houle - een klassiek opgeleide klarinettist die bedacht dat improviseren meer de moeite waard zou zijn, en die met succes de overstap maakte, zonder te vervallen in een preutse toon of in naïeve improvisaties. Houle's toon is op zichzelf niet opvallend, maar hij klinkt robuust in alle registers, hoe snel hij zijn arpeggio's en voortjagende lijnen ook speelt.

Daarbij wekt Houle de indruk dat hij zich niet door grote voorbeelden laat leiden, maar dat hij zich bewust is van alles wat hij kan en goed luistert naar wat in zijn omgeving gebeurt. Dat hij zich zo snel tot een behoorlijke improvisator ontwikkelde, was mede aan die omgeving te danken.

'Toen ik in 1990 in Vancouver kwam', zegt Houl, 'was ik overrompeld door de verscheidenheid. Er was jazz en er was geïmproviseerde muziek, en die gingen heel goed samen, met muzikanten die beurtelings in beide genres werkten. Die open mentaliteit trok me aan. Ik kon meedoen aan sessies zonder meteen commentaar te krijgen op mijn spel. Thuis oefende ik verder op wat ik bij die sessies leerde.'

Het duurde niet lang voor Houle zijn eerste band oprichtte, een septet dat alles speelde tussen dixieland en het vooruitstrevende octet van klarinettist John Carter. Het septet werd een trio, met drummer Van der Schyff en gitarist Tony Wilson, dat hard werkte aan een eigen geluid. Op de cd Schizosphere spelen ze Duke Ellingtons Frustration uit 1945, dat via loops en andere ingrepen onherkenbaar verandert; solipsistische muziek uit een verre uithoek.

Houle: 'Zelfs in Canada wordt Vancouver als een soort bananenrepubliek gezien: een enigszins exotische kolonie zonder banden met de echte wereld, en onbekend met het laatste nieuws op muziekgebied.'

In dat laatste mag een kern van waarheid zitten, regionale muziekscenes hebben zo hun voordelen. In Vancouver, waar muzikanten het nieuws vooral via cd's volgen (grote namen zie je er alleen in het festivalseizoen), zijn alle stijlen even bruikbaar. Ideologische scheidslijnen lijken van een afstand een stuk kleiner.

Een selectie van muzikanten uit Vancouver toert deze maand door Europa, onder de naam Vancouver Improvisers' Collective: afgezien van Houle zijn het Van der Schyff, Wilson, gitarist Ron Samworth (co-leider van N.O.W.), cellist Peggy Lee en trompettist Bill Clark. Hun concerten bestaan uit afzonderlijke sets van Houle's trio en Samworths kwartet Talking Pictures, gecombineerd met spontane combinaties.

Afgelopen zaterdag op het SJU Jazzpodium in Utrecht klonken die ad-hoc improvisaties net zo ontspannen en uitbundig als op een avond in The Glass Slipper, het door muzikanten geleide muziekcentrum in Vancouver. Vrij-associatieve en coöperatieve muziek geeft er de toon aan - de grunge uit Seattle, drie uur zuidelijker, heeft weinig indruk gemaakt in deze stad.

In Utrecht laveerde Houle's trio door snelle wisselingen van extremen: hard en zacht, compact en open, gecomponeerde en geïmproviseerde delen. Houle combineerde uiteenlopende referenties, zoals kwetterende Balkan-klarinetten met de spiraalvormige improvisaties van saxofonist Evan Parker.

Ook Talking Pictures refereert aan vele stijlen, mainstream-jazz uitgezonderd. Een belangrijke inspiratiebron zijn de wrange, atmosferische harmonieën van gitarist Bill Frisell, al bevat de cd The mirror with a memory ook enkele korte klankcollages, en een toegenegen hommage aan kornettist Don Cherry.

Cherry's rafelige klank is maar een van de stijlen die trompettist Bill Clark kan oproepen; pruttelgeluiden evoceert hij even handig als het zoete, blikkerige geluid van een jaren-dertigtrompettist in een dansorkest. In Utrecht benutte hij dat laatste effect in twee minder bekende stukken uit Kurt Weills Threepenny Opera, waarin de band blijk gaf de waarde van een melodie te kennen.

Als provincialisme zijn voordelen heeft, dan is het misschien dit: muzikanten uit Vancouver hebben zich sneller ontwikkeld als spelers en collectieve improvisatoren dan als componisten.

François Houle: 'Ik ben voor mijn studie naar Europa en Amerika gegaan, dat was een belangrijk deel van mijn vorming. De meeste muzikanten in Vancouver zijn er niet op uit elders rond te kijken. Nieuwe ontwikkelingen zijn veelal te danken aan lieden die elders hun licht opstaken en met nieuwe informatie terugkeerden.'

John Korsrud, die deze maand terugkeert naar Vancouver, kan in dat opzicht waarschijnlijk een handje helpen. Zeker gezien zijn tweeledige ervaringen in Holland: op eerste paasdag ging een kamermuziekstuk van hem in première bij Reiziger in Muziek, de zondag daarop speelde hij knisperende hardbop in de Amsterdamse Engelbewaarder - goed genoeg om Han Bennink achter in de zaal te laten vragen: 'Wie ís die trompettist?'. Terug in Vancouver zal Korsrud dit najaar de eerste cd met zijn Hard Rubber Orchestra opnemen.

Houle heeft intussen andere verplichtingen: 'The Glass Slipper is afgebrand, dus hebben m'n vrouw en ik een kind genomen. Wil je de foto's zien?'

Vancouver Improvisers' Collective: vanavond in het Grand Theatre, Groningen; dinsdag in het Bimhuis, Amsterdam.

François Houle Trio: Schizosphere. Red Toucan 9303 (1994).

Talking Pictures: The mirror with a memory. Red Toucan 9307 (1996).

(Red Toucan, 9527-A Foucher, Montreal QC H2M 1W3, Canada. E-mail: redtucan @ odyssee.net)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden