Recensie ITA en Koninklijk Concertgebouworkest

Nieuwe variant op Dood in Venetië is zinnenprikkelend en tot nadenkend stemmend

Theater

Dood in Venetië naar Thomas Mann. Tekst Ramsey Nasr. Door ITA en Koninklijk Concertgebouworkest. Regie Ivo van Hove, dirigent David Robertson, scenografie en lichtontwerp Jan Versweyveld. 4/4, Theater Carré Amsterdam, daar t/m 13/4.

Scène uit Dood in Venetië Beeld Jan Versweyveld

Soms gebeurt er iets wonderbaarlijks in het theater, zoals in de voorstelling Dood in Venetië van ITA en het Koninklijk Concertgebouworkest (KCO). Acteur Ramsey Nasr probeert in zijn rol van de dolende schrijver Gustav von Aschenbach mee toe doen met een groepje spelende jongens op het strand. Hij pakt de bal, maar wordt omver gelopen. Als hij beduusd wegloopt, lijkt Nasr - die ondanks zijn 45 jaar nog steeds iets jongensachtigs heeft - ineens een oude, afgeleefde man. Zijn afgang is de tragische illustratie van de waarheid: de jeugd heeft de toekomst, hijzelf is op weg naar het einde. Nooit was hij zo dicht bij wat hij mateloos bewondert: het perfecte jongenslichaam. En nooit was het besef dat hij er niet meer toe doet sterker. Tussen de kleurige zwembroekjes van de jongens oogt zijn zomerkostuum als het pak van een vergeten harlekijn.

Donderdag ging Dood in Venetië in wereldpremière in het Amsterdamse Theater Carré. Een unieke samenwerking tussen ITA en het KCO, met Ivo van Hove als regisseur, Jan Versweyveld als scenograaf en David Robertson als dirigent. Maar belangrijker nog is het aandeel van Ramsey Nasr zelf, niet eens zozeer vanwege zijn acteren, maar omdat hij van Thomas Manns roman De dood in Venetië (1912) een knap geconstrueerde bewerking heeft gemaakt, waarin hij de schrijver Mann en zijn hoofdpersonage Von Aschenbach met elkaar in dialoog laat gaan. Von Aschenbach is ook schrijver, kampt met een gebrek aan inspiratie en gaat op reis naar Venetië, die betoverende stad aan de lagune. In het chique Hotel des Bains ontmoet hij Tadzio, een Poolse jongen die daar logeert met zijn moeder en op het strand stoeit met zijn vriendjes. Tadzio staat voor de volmaakte schoonheid, maar Tadzio is ook pas 14.

Een hele generatie homoseksuele mannen van zekere leeftijd is opgegroeid met Luchino Visconti’s verfilming van Dood in Venetië uit 1971. Dirk Bogarde speelde daarin Von Aschenbach en Tadzio was een blond gelokte knaap in een streepjesbadpak. Het accent daarin lag niet eens zozeer op het erotische, als wel op de angst voor vergankelijkheid en het besef dat geen enkele kunstenaar de schoonheid van een perfect lichaam kan benaderen. Niet voor niets sterft Von Aschenbach op het strand, terwijl zijn mascara en geverfde haar uitlopen en cholera de stad teistert.

In deze bewerking is het thema flink geseksualiseerd. Het gaat nu voornamelijk over de pedoseksuele voorkeuren van de schrijver Thomas Mann zelf, die ooit in de ban raakte van een 10-jarige jongen. De innerlijke strijd die hij met zijn verboden verlangens voert, wordt pijnlijk duidelijk in de scènes waarin Mann (een mooi getormenteerde Steven van Watermeulen) aan het schrijven is, terwijl zijn vertwijfelde vrouw Katja (Marieke Heebink) met alle verwarde gevoelens in het reine probeert te komen.

Mann weekt als het ware zijn alter ego Von Aschenbach los van het boek en stuurt hem de voorstelling in – op zoek naar vervulling van zijn fantasieën. Dat culmineert in een even gestileerde als ongemakkelijke droomscène waarin de oudere man en de jongen de liefde bedrijven, eerst schuchter, daarna allesomvattend. ‘Ik zal je lendenen kussen met deze mond, je schoonlikken als een hond’ - Mann praat, Von Aschenbach voert uit, Tadzio verleidt.

Scène uit Dood in Venetië Beeld Jan Versweyveld

Achter op het podium zitten de musici van het KCO en spelen muziek uit de tijd van Mann, variërend van Schönberg en Webern tot Strauss. Nico Muhly componeerde enkele nieuwe muziekstukken. Heel zorgvuldig wordt elke scène aldus ondersteund door muziek, die naar gelang onrustig, romantisch, dreigend en tenslotte troostend is. Met als hoogtepunt het optreden van de countertenor Yuriy Mynenko, die onwaarschijnlijk hemels delen uit Strauss’ Vier letzte Lieder zingt.

Van Hove heeft de visuele effecten beperkt tot enkele videobeelden van Venetië en close-ups van de inderdaad beeldschone Tadzio (Achraf Koutet). Verder worden met simpele zetstukken als dinertafels, serviesgoed en strandstoelen de diverse locaties verbeeld. Van Hove laat zijn koor van jongens in zwembroekjes iets te veel ronddartelen over het podium, dan neigt de voorstelling naar een ietwat kitscherige zomeridylle, zoals de homo-erotiek in de film Call Me By Your Name.

Maar misschien vindt Thomas Mann dat juist wel prettig: kijken, fantaseren, niet aanraken – dat is zijn lot. Vanuit zijn werkkamer aan de zijkant bekijkt en bestuurt hij de hele voorstelling. Dat is het bedrieglijke eenvoudige concept van deze nieuwe variant op Dood in Venetië en het levert een cerebrale, ietwat afstandelijke vorm van beschouwend verteltheater op. Het is zinnenprikkelend en tot nadenkend stemmend.

Aan het eind zingt de tenor Im Abendrot, de laatste van de Vier letzte Lieder. Dan staan Thomas Mann en zijn vrouw aarzelend hand in hand op het podium. Ze vinden troost bij elkaar, en in de muziek. Troost, maar geen verlossing.

Scène uit Dood in Venetië Beeld Jan Versweyveld

Ivo en het onvervulde (homoseksuele) verlangen

In zijn rijke verleden heeft Van Hove vaker theater gemaakt waarin mannen naar andere mannen verlangen, en daarmee niet uit de voeten kunnen. Of juist wel, maar dan in extreme vorm, of er helemaal aan onderdoor gaand. Problematisch was en is het altijd. Zo maakte hij in 1990 bij Het Zuidelijk Toneel een prachtige versie van Het Zuiden naar het toneelstuk van Julien Green, zinderend van ongemak. Later volgde Splendid’s van Jean Genet, een performance in een darkroomachtige setting. ‘Radeloze nachtmerrie met acht geile knapen’, schreef de Volkskrant. Recenter is Van Hoves bewerking van de roman Een klein leven, waarin verdrongen mannelijke lust tot gruwelijke vernietiging leidt.

Ramsey Nasr: ‘Ik herken meer van mezelf in Thomas Mann dan ik zou willen’

Naar Venetië wilde acteur en schrijver Ramsey Nasr (45) nooit, bang om zijn droombeeld kwijt te raken. Nu moest hij wel, voor de toneelbewerking van Thomas Manns beroemde novelle De dood in Venetië. En hij herkende onaangenaam veel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden