Nieuwe techniek, nieuwe dilemma's

Non-fictie De moraal loopt altijd achter de techniek aan, maar dat betekent nog niet dat meer techniek tot moreel verval leidt....

Digitale speeltjes en onzichtbare controlesystemen, medische technieken, nieuwe geopolitieke machtsverhoudingen, ecologische rampen, ze buitelen over ons heen. Is er dan nog zoiets als Goed en Kwaad?

De afwijzing van wreedheid en leed is de enige nog algemeen gedeelde moraal, somberde sociaal psycholoog Hans Boutellier onlangs in deze krant. Een ‘beschavingsval’, het verlies van algemeen geaccepteerde omgangsvormen, zou de maatschappij bedreigen.

Zijn we ons kompas kwijt? Twee nieuwe boeken onderzoeken op verschillende wijze de moderne moraal. Moralicide, een bundel essays van Nederlandse filosofen, kijkt of technologieën niet sluipenderwijs het geweten van de mens overnemen. In Welkom in Youtopia betoogt filosoof en jurist Menno van der Veen dat ze de rijke westerling een strikt individueel, zelfgeschapen paradijs bieden, dat anderen buitensluit.

‘Wrijving rond morele vraagstukken zal blijven optreden’, stelt techniekfilosoof Govert Valkenburg terecht in zijn essay over embryoselectie in Moralicide. ‘We leven nu eenmaal in een pluralistische samenleving, wat betekent dat we het over belangrijke dingen oneens zullen blijven.’ Valkenburg is echter minder defaitistisch dan Boutellier. Erkennend dat de techniek zijn eigen aanzuigende werking heeft (beduidend meer aspirant-ouders vragen bijvoorbeeld om embryoselectie sinds de politieke ophef hierover in 2008), pleit hij voor een betere morele dialoog, juist ook met ‘gemarginaliseerde stemmen’ zoals de ChristenUnie, die immers niet alleen bij het embryodebat het onderspit delfde. ‘Omdat het onredelijk is monden te snoeren zonder daarover verantwoording af te leggen.’

De ironie wil dat juist de redelijkheid, dat icoon van de Verlichting, intussen zelf flink is geërodeerd, en ons daarom nauwelijks meer tot norm kan dienen. Wat redelijk is voor een PVV-stemmer is dat immers niet voor een reli-fundamentalist. Toch delen we in onze heterogene maatschappij beslist meer normen dan alleen de afwijzing van wreedheid en leed. De mantra ‘respect’ is in zeer uiteenlopende milieus een antwoord op sociale spanningen. En van de bijbelse tien geboden staan er zeker drie (niet doden natuurlijk, maar ook niet stelen en niet liegen) nog als een huis, ook onder niet-christenen.

In Moralicide, dat sterk overhelt naar de biotechnologie en de reuzenstappen in bijvoorbeeld telecommunicatie en ruimtevaart onderbedeelt, onderkennen de meeste auteurs wel dat ons normatieve systeem tegenwoordig vooral impliciet is, en permanent in beweging.

Op het gebied van gezondheid en ecologie ontstaan bijvoorbeeld voortdurend nieuwe normen. Tjalling Swierstra beschrijft in een mooi vertoog hoe na de pil, die het seksleven veranderde, ook orgaantransplantatie een nieuwe moraal genereerde. Daarvoor was wel de introductie nodig van het begrip ‘hersendood,’ omdat snijden in een levend lichaam afschuw opriep. Sindsdien lijkt er een moreel recht op donororganen te ontstaan. Swierstra constateert dat mensen het over nieuwe normen snel eens kunnen worden, tenzij ze moeten kiezen tussen conflicterende waardensystemen.

De wetenschap genereert zulke conflicten aan de lopende band, bijvoorbeeld met stamcelgebruik (stuit op religieuze bezwaren, maar belooft baanbrekende therapieën en kan dierproeven vervangen) of gentechnologie (verstoort het natuurlijk evenwicht, maar zou de honger bestrijden). Onze morele ontwikkeling ‘hinkt voortdurend achter de wetenschappelijk-technische aan’, is de terechte conclusie van Koo van der Wal, die ook vaststelt dat nieuwe vindingen altijd ‘onbedoelde en onvoorziene neveneffecten’ opleveren.

De kwaliteit van de essays in Moralicide varieert. Sommige onderwerpen (zoals de strategie van de Zuid-Afrikaanse waarheidscommissie) zijn er met de haren bij gesleept. En soms slaat een auteur de plank mis, door technologie teveel macht toe te dichten (‘we besteden onze moraliteit uit aan artefacten’) of verkeerd af te bakenen (‘techniek kan slechts in de meer uiterlijke behoeften voorzien’) en vervolgens onrealistisch te pleiten voor een rem op nieuwe technologieën of voor de inschakeling van ethici bij productontwerp.

Technologische innovaties hou je niet tegen, dat heeft de geschiedenis allang uitgewezen. De mensheid staat niks anders te doen dan steeds opnieuw haar normen te herijken wanneer er weer een wetenschappelijke grens is verlegd. En dat gebeurt onvermijdelijk in een steeds hoger tempo. Als we ons ergens zorgen over moeten maken, is het ons aanpassingsvermogen.

Filosoof en arts Marli Huijer meent overigens dat waarden als lichamelijke integriteit, geborgenheid en privacy standhouden, al staan ze onder druk. Tegelijk signaleert ze dat natuur en technologie lastig uit elkaar zijn te houden. De lichtwekker, die helpt het bioritme te verschuiven, ontlokt haar de observatie: ‘Niet ken uzelve, maar verbeter uzelve is de norm.’

Het Socratische ‘ken uzelf’ is ook in Menno van der Veens Youtopia een gepasseerd station. Youtopia staat bij Van der Veen voor de zelfverkozen, zelfgeschapen experimentele leefomgeving van moderne westerse individuen. ‘Het authentieke zelf is allang dood’, stelt filosoof en jurist Van der Veen.

Was rolwisseling vroeger voorbehouden aan de elite, tegenwoordig kan iedereen, al dan niet via internet, voortdurend van gedaante verwisselen. ‘Iemand kan tweehonderd kilometer van zijn woonplaats als vrouw verkleed gaan dansen () terwijl hij thuis bekend staat als een rustige accountant. In zijn favoriete Indonesische dorp kennen ze hem echter als Big Daddy, de grootste onroerendgoed-bezitter van de gemeenschap.’ Of wat te denken van Pieter, die zich Master Pé noemt op muziek- en voetbalfora, en Horsedick23 op een sekswebsite. Daar ‘probeert hij zo min mogelijk te lijken op de keurige Pieter van de datingsite voor hoger opgeleiden.’

Van der Veen volgt de Duitse filosoof Peter Sloterdijk in de opvatting dat mensen tegenwoordig hun identiteit vormgeven door voortdurend te kiezen waar ze wel en niet aan meedoen. Hij signaleert daarbij een toename van rolconformisme. ‘Een homo moet investment banker kunnen zijn, maar in die rol niet de nicht uithangen.’ Of ‘Moslim ben je thuis, op je werk ben je zakenman.’

Menno van der Veen kiest zelf een moreel standpunt. Hij veroordeelt zijn Youtopia als een paradijs voor ‘eeuwige dertigers’, mensen die hedonistisch hun levenskeuzes uitstellen, geen toekomstidealen hebben en hooguit symbolisch iets aan wereldverbetering doen (één autoloze zondag, een beetje minder vlees).

Vervolgens fantaseert hij zich een meer inclusieve maatschappij onder de naam Producentia. ‘Er geldt niet alleen het de-vervuiler-betaalt principe, maar ook degene die de vervuiler in staat stelt om te vervuilen betaalt.’ Het inconsistente gedrag van mensen zou in te perken zijn via een persoonlijke chip, waaruit kassa’s iemands principes kunnen aflezen. Om diegene vervolgens dat verleidelijke broodje paling te weigeren.

Creatief, maar Van der Veen had zich beter kunnen beperken tot een analytisch essay. Zijn eerste hoofdstukken over rolwisseling en persoonlijke vrijheid bevatten enkele rake inzichten, maar het boek ontaardt in een warrig en zwak onderbouwd betoog.

Belangrijke vragen blijven onbeantwoord, cijfers ontbreken. Natuurlijk buit de moderne westerling nog altijd de rest van de wereld uit, maar zijn we minder altruïstisch dan vroeger? Worden we immoreler als onze technische mogelijkheden toenemen? En hoeveel mensen verliezen zich nou echt in hun – ongetwijfeld hondsvermoeiende - rollenspelletjes?

Carien Overdijk

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden