KunstrecensieCrux

Nieuwe schilderkunst uit Leipzig is zwanger van onheil ★★★★☆

De vier ‘Meisterschüler’ combineren ambachtelijkheid met messcherpe observaties. 

Perisphere (2019) van Martin Kobe.

Er is geen mens in te bekennen. Nergens ligt rommel op straat. Alles is aangeharkt en opgeruimd. Hier en daar brandt een langzaam uitdovend kampvuurtje. Of valt nieuwbouwarchitectuur uit elkaar in lsd-kleuren. Nodig vier schilders uit Leipzig uit, zoals nu in Museum De Fundatie, en je krijgt dus dit: kunstwerken waarin elke vorm van leefbaarheid zorgvuldig de nek is omgedraaid. 

Voor wie misantropisch van aard is  mijd de expositie. Voor wie wil mijmeren bij aangekondigd en goed geschilderd onheil – neem de trein.

Want schilderen kunnen ze wel, deze Martin Kobe, Mirjam Völker, Robert Seidel en Titus Schade. Geef ze een kwast in handen en je krijgt 3D-stadsgezichten, vermolmde strandhutten en vakwerkhuisjes te midden van uitbundig groeiend loof - precies zoals stadsgezichten, strandhutten, vakwerkhuisjes en uitbundig groeiend loof eruit moeten zien. Gecombineerd met een bakstenen muur en geparkeerde BMW of desnoods een abstract patroon van gekleurde blokjes. Alles tot in de puntjes verzorgd en ogenschijnlijk perfect met verf op canvas gepenseeld.

Leipzig kent er een zekere traditie in. Alle vier waren ooit Meisterschüler op de Hochschule für Grafik und Buchkunst, zoals de befaamde kunstacademie in Leipzig officieel heet. De academie dateert al van 1764, maar kreeg vooral bekendheid in de jaren ’60 door schilders als Bernhard Heisig, Wolfgang Mattheuer en Werner Tübke. Een lijn die na de Val van de Muur haast in zijn eentje werd voortgezet door Neo Rauch, als representant van de Neue Leipziger Schule, en nu dus met deze vier afgestudeerde modelleerlingen.

Kenmerkend voor de Leipziger stijl: een vakmatige no-nonsensebenadering van de schilderkunst, op het klinische af. Ambachtelijke techniek gecombineerd met een messcherp observatievermogen voor de buitenkant der dingen.  Niet gedurfd, wel gedegen. En ook: binnen de marges die het communistische systeem destijds toeliet.

Karakteristiek voor de themakeuze: een wereldbeeld waarin het verleden en de traditie zijn vastgespijkerd. Met een kien oog voor hoe de wereld ooit is geweest en wat er intussen verloren is gegaan - met name het gemeenschapsgevoel.

Niet dat het vreemd is, gezien de Leipziger traditie. Denk aan de tragedie-drieluiken die Max Beckmann (geboren in Leipzig) voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog schilderde. Denk aan de onheilschilderingen van Heisig en de manier waarop Mattheuer het gespleten Duitse verleden probeert te verwerken. Of aan het lach-of-ik-schiet-optimisme van Neo Rauch. 

Gemeenschapsgevoel stond dus altijd al op de tocht in de stad aan de Pleiße. Blijkbaar nu meer dan ooit.

Misschien is dat wel het antwoord op de vraag waarom er, op een enkel portret van Robert Seidel na, geen menselijk leven op deze tentoonstelling is te bekennen. Namelijk: dat de taferelen een stil protest zijn, over De Mens die gaandeweg is zoekgeraakt. Eerst door het communisme, later door de terugkeer naar het Westerse kapitalisme, en uiteindelijk door de hypes en de medialisering die zo haaks staan op de handmatige manier waarop deze vier alles in verf hebben gevat.

Het zou een verklaring kunnen zijn waarom gebouwen uit elkaar zijn gehaald, vakwerkhuizen onbewoond blijven, hutten ingestort - terwijl de natuur voortwoekert en bomen blijven doorgroeien. Ecologisch georiënteerde nostalgie gecombineerd met Darwinistische overlevingkrachten; de overtuiging dat de natuur alles zal overwinnen, ook de mens. En dat het moderne bestaan alleen te verdragen is met een hallucinerend pilletje onder de tong. 

Crux

Beeldende kunst

★★★★☆

Martin Kobe, Mirjam Völker, Robert Seidel en Titus Schade

T/m 5 mei. Museum De Fundatie, Zwolle

Ook in het Drents Museum

Terwijl in De Fundatie het schilderwerk van vier Neue Leipziger Schule-kunstenaars is te zien, toont het Drents Museum een vijfde vertegenwoordiger van deze stijl: David Schnell. Want net als in Zwolle volgt het museum in Assen al een tijdje wat er van de Leipziger kunstacademie afkomstig is, zoals met exposities van Rosa Loy, Aris Kalaisis en Laura Eckert. Ook voor Schnell geldt dat hij landschappen en bouwwerken uit elkaar haalt en op een hallucinerende manier weer in elkaar knutselt, als een zwevende constructie van kleurvlakken. En ook bij hem valt  er weer geen mens in te bekennen. Sublieme schoonheid die evenwel aanzet tot somberte.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden