Boekenrecensie Bregje Hofstede - Drift

Nieuwe roman Bregje Hofstede zit vol met vlijmscherpe details (vier sterren)

Bregje Hofstede excelleert in de details van haar tweede roman.

Beeld Floor Rieder

Daar zijn ze weer, de opschrijfboekjes en dagboeken van Bregje Hofstede (1988). Aan het begin van de roman Drift beëindigt de verteller, die Bregje heet en schrijver is, haar huwelijk met de advocaat Luc, door haar backpack vol te laden met haar schriftjes, en hun pand in Brussel te verlaten. In de weken die volgen, doet ze verslag van de tien jaren dat zij en Luc een stel waren. En ook dat betekent weer: teruglezen en schrijven.

Een paar jaar geleden verscheen haar eerste roman, De Welp. Hij chaperonneerde haar trots toen ze op een literair festival werd uitgenodigd, maar had zelf niet door het boek heen kunnen komen. Het zou kunnen dat Hofstede aan haar eigen situatie refereert. Zij debuteerde in 2014 met de roman De hemel boven Parijs, die opviel door de verzorgde stijl en de essayistische gedeelten.

Opschrijfboekjes vol

Daarna verscheen nog het burn-out-essay De herontdekking van het lichaam (2016), waarin Hofstede vertelde als tiener besloten te hebben ‘heel veel hoofd te zijn en heel weinig lichaam’, om zo de vraag ‘Hoe doe je dat, vrouw zijn?’ elegant op te lossen. Of uit de weg te gaan? Ze pende in die jaren ‘een meter aan opschrijfboekjes vol’. Vorig jaar kwam daar het stemmige reisverhaal ‘De erker’ bij, een eerbetoon aan de Japanse meester Tanizaki, die in 1933 de lof van de schaduw zong.

Nu zwerft ze een beetje rond in Brussel en omstreken, en heeft haar man laten weten tijd nodig te hebben voordat ze hem haar vertrek kan toelichten. In die weken ordent ze haar gedachten en blikt terug. Ze gaat, met andere woorden, fulltime beschouwen, zonder te kunnen worden onderbroken door Luc, de charmante, ‘modelachtig knappe’ man die ze al op het gymnasium kende en die ze toen een zelfgemaakte Latijnse grammatica gaf, met uitsluitend voorbeeldzinnen waarin werd gekust en verlangd. Een liefdesbetuiging op papier.

Datzelfde papier, de boekjes waarin ze haar gedachten heeft genoteerd, lijkt nu een wig tussen hen te drijven. Ze heeft met Luc het bed gedeeld, maar de intimiteit van haar binnenwereld is gereserveerd gebleven voor de pagina’s die niet voor zijn ogen bestemd waren. Toen hij er op een wanhopige dag toch door bladerde, tot zijn ontzetting, was het al te laat.

Super gedetailleerd 

De kracht van Drift schuilt in de verbetenheid van de verteller om alles precies na te lopen. Bregje werkt in Brussel bij een veilinghuis, afdeling Toegepaste kunst, en heeft daar gemerkt dat een nauwkeurige beschrijving van een aangeboden object de waarde ervan doet stijgen, ‘puur omdat het heel aandachtig is bekeken’. Vandaar dat we het hele verhaal van tien jaar liefde opgediend krijgen. Dat is soms vermoeiend, omdat Hofstede zelfs een avondje in de Utrechtse studentendisco (hij danst, zij staat in het donker aan de kant toe te kijken), tot een hoogst pijnlijk voorteken uitbouwt. Zo kun je overal een punt van maken. En is het echt nodig dat we bij zulke evidente verschillen (zij is de denker, hij de wat naïeve doener) over alle ruzies moeten horen, de bezoekjes aan ouders, tot en met een gênant sinterklaasgedicht aan toe, en uitgebreide toeristische notities over Herculaneum en Pompeï: ‘Waar de Pompejanen vanuit de lucht werden belaagd door een urenlange regen van vuur, puin en stenen, werden de Herculanezen in één klap overweldigd door een modderwolk van stoom en as, zo heet dat hout en andere organische materialen onmiddellijk verkoolden’; alsof we geen geschiedenisles hebben gehad of nooit ter plekke zijn geweest.

Na zevenenhalf jaar gaan ze trouwen (vooraf ging ze uitzoeken hoeveel ‘taartbordjes’ ze voor het feest nodig had) en dan naar Venetië (in de binnentuin van een restaurant aten ze, hoe origineel, ‘spaghetti alle vongole’). Moeten we al die tuttigheid verstouwen?

Toch wel. Want het zijn de details waarin Hofstede excelleert. Bregje gaat na haar eerste week alleen naar het zwembad, en komt ‘met elk baantje op hetzelfde punt een pleister tegen die tussen de latjes is blijven hangen, nog keurig in de vorm van de teen waar hij omheen zat’. Die verwijzing naar de wonden van anderen kan ze er dan niet bij hebben, en zeker niet op die manier.

‘Beige therapeute’

Ze gaat met Luc naar een relatiebemiddelaar die ze omschrijft als de ‘beige therapeute met haar goedbedoelde haarkleur’. Dan weet je al dat dat niks kan opleveren.

Wat deze naspeuringen (haar eigen vorm van archeologie) onder spanning zet, is dat ze al schrijvend moet constateren dat het schrijven een breekpunt in de relatie is geworden. Haar schrijverij is niet alleen de weergave maar ook de oorzaak van het uiteenvallen. Haar houvast, de dagboeken, zijn ook het scherm geweest waarachter zij zich terugtrok, het begin misschien van de verwijdering. ‘Mijn aandacht is een stolp waaronder niet te leven valt’. ‘Dit obsessieve teruglezen van mij betekent ook dat ik met modderpoten door ons verleden banjer om overal aan te wijzen wat er niet precies klopte. Ik ben doorlopend bezig haarscheuren tot breuklijnen te maken met de koevoet van het nu.’

De precieze aandacht, nodig voor haar werk in het veilinghuis én als auteur, maakt haar verhaal zo rond dat haar vertrek uit het huwelijk onvermijdelijk lijkt. Maar die conclusie wantrouwt ze zelf weer, want dat eeuwige beschouwen en controleren, en het zich nooit laten gaan (zelfs de beschrijving van een trio dat op haar instigatie plaatsvond, is afstandelijk), zorgt voor een té compleet verhaal, tot en met het geregisseerde slotje, gelicht uit De Welp, waarmee ze liefdevol naar haar ex-liefde omkijkt. Alleen: hij is aan dat fragment nooit toegekomen.

Hofstede is een geboren beschouwer, en kan zelf nauwkeurig verwoorden wat daar de nadelen van zijn. Toen ze ging samenwonen met Luc, was er harmonie ‘zolang we niet al te scherp keken naar onze financiën, en zolang ik Lucs dromen niet lek stak. Overdag lukte dat me wel, maar ’s nachts ging ik, terwijl ik met mijn ogen dicht in bed lag, in gedachten onze situatie af, zoals je met je tong een pijnlijke tand betast, en leek elk gaatje een krater.’

Niet al te scherp kijken; dat kun je van Bregje Hofstede niet vragen.

Beeld rv

Bregje Hofstede: Drift
Das Mag; 381 pagina’s; € 22,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.