Reportage Afgestudeerden Filmacademie

Nieuwe lichting Filmacademie: ‘Als filmmaker hoop ik op dit spoor verder te gaan’

81 jonge filmmakers zwaaien deze zomer af op de Filmacademie Amsterdam. V spreekt een aantal van de opvallendsten over hun films, doelen en dromen. 

Fictieregisseur Edson da Conceicao. Beeld Marie Wanders

14 jaar oud was regisseur Lieke Heil, een van de 81 zojuist afgestudeerde studenten van de Filmacademie, toen ze de eerste opnamen maakte voor haar documentaire Ik moet niks. Ze was met haar ouders op vakantie op Ibiza en stuitte op een stel dat hun 8-jarige zoontje Toebie thuisonderwijs gaf. Dat deden de ouders volgens hun nadrukkelijke eigen gedachten over zelfontplooiing, wars van de maatschappelijke norm. Zonder daar op dat moment bij stil te staan, begon ze aan een documentaireportret in de geest van de Up-reeks van Michael Apted en de later verschenen speelfilm Boyhood van Richard Linklater. Ze volgde Toebie tussen 2012 en 2018. Met overgave bewondert Heil een voor haar onbekende levensstijl, om in het laatste jaar, het moment waarop ze besloot dat dit haar afstudeerfilm zou worden, ook ruimte te maken voor kritiek. In hoeverre bereidt deze alternatieve opvoeding Toebie voor op de maatschappij waarin ook hij straks zijn plek moet vinden?

Heil is inmiddels 21 en gaat de boeken in als een van de jongst afgestudeerde regisseurs in de geschiedenis van de Filmacademie. Ze is een talent, knap in staat om haar aangeboren nieuwsgierigheid en een enkele scherpe vraag zo te combineren dat de kijker zelf een beeld mag vormen. Maar ze lijkt ook de uitzondering die een nieuwe regel op de Filmacademie bevestigt: de studenten werden de afgelopen jaren door aangescherpte studiemogelijkheden steeds jonger, maar zeker niet ieder van hen vond een onderwerp waarvan je de noodzaak van het vertellen voelt.

Krassen op de ziel, wenste de Filmacademie doorgaans bij de toelatingsprocedure. Vooral bij de kandidaten voor de afdeling regie was enige levenservaring jarenlang een pre. Wie onder de 25 was en toch werd toegelaten, gold haast per definitie als van de buitencategorie. Dat is de afgelopen jaren veranderd: de Filmacademie als tweede studie is voor velen te duur, vaker is het het eerste station na de middelbare school.

De lichting 2019 levert in de degelijk gemaakte documentairecategorie onder meer een tragikomische schets van drie zusters in een Belgisch klooster die iedereen om zich heen zien sterven (Traag naar de Hemel van Marlies Smeenge) en een stilistisch sterke, tableau-achtige beeldenreeks van mensen in hun werkomgeving (Als je later groot bent van Max Baggerman). Maar het blijft zoeken naar onderwerpen die echt beklijven.

In de fictiecategorie zijn de uitschieters – naar boven én beneden – groter. Het diversiteitsthema waarop de Filmacademie zich beroept komt hier nadrukkelijker voor het voetlicht. Genrefilms zijn populair. De grootste belofte voor de toekomst is hier de Rotterdamse regisseur Edson da Conceicao, met 32 jaar een van de meest ervaren afgestudeerden bovendien, die zichzelf nadrukkelijk op de kaart zet met de regie van twee, qua stijl en inhoud zeer uiteenlopende films. Met het uitbundig vormgegeven Mania geeft hij menselijkheid en gevoel aan de grote visual-­effects-film van dit jaar, terwijl zijn energieke en eerlijke straatfilm Porfotto een ­typisch voorbeeld is van een categorie cinema die in Nederland te weinig wordt gemaakt.

Edson da Conceicao (32), regisseur fictiefilms Porfotto, over de nasleep van een overval door drie vrienden in de Rotterdamse buurt Spangen, en Mania, een duik in het onderbewustzijn van een vrouw die lijdt aan postnatale depressie.

‘Ik ben zelf een brave jongen, maar ben geboren en getogen in Spangen, een buurt waar ik jongens goede en verkeerde keuzen heb zien maken. Tijdens mijn middelbareschooltijd ging ik eens bijna mee met zo’n groepje, wat mij betreft gewoon om te chillen, waarover ik dan achteraf hoorde dat ze die avond waren opgepakt. Zo ging dat vaak in mijn buurt: als je nét de verkeerde keuze maakt, kom je nét bij de verkeerde groep terecht. Maar de gevolgen zijn soms groot. Porfotto (straattaal voor Rotterdam, red.) is mijn ode aan wijken zoals Spangen en het soort jongens dat daar opgroeit.

‘De drie vrienden over wie de film gaat, slaan in de eerste scène op de vlucht na een geslaagde overval, maar gaandeweg wil je ze óók omarmen. Dat doe ik graag: beginnen met een cliché, het beeld van overvallers zoals je dat kent uit de media, om dat beeld daarna af te breken en het menselijke gezicht achter het cliché te laten zien. Ik ben wat dat betreft op zoek gegaan naar contrasten die laten zien hoe complex mensen kunnen zijn. Een van de jongens komt met een goed gevoel thuis na die overval en wordt daar direct neergehaald door zijn zussen omdat-ie ze ‘vrouwtje’ noemt, bijvoorbeeld.

‘De drie verhalen worden bewust niet afgerond. Zo is het leven tenslotte ook. Daarom eindigen we ook met drie overzichtsshots van Rotterdam, waarmee ik zeg: dit zijn slechts drie verhalen uit een buurt vol verhalen. Ik hoop dat de kijker dat meekrijgt: dit is geen verhaal over een overval, dit gaat niet over de plot, dit gaat over drie jongens en de keuzen die ze maken.

‘Ik heb mij qua stijl laten inspireren door films als Wolf, Black, Cidade de Deus, La Haine. Straatfilms noem ik ze, energieke films over mensen die doorgaans uit de armere, lagere klasse komen. Criminaliteit is daar overal aanwezig, maar ik val vooral voor de menselijke manier waarop de personages in deze films worden afgebeeld. Ik hoorde tijdens het maken van Porfotto weleens: wat jammer dat je weer een negatief verhaal over de straat vertelt. Maar ik vertel geen negatief verhaal. Ik vertel óók geen positief verhaal. Ik hoop vooral het realisme van de straat de verfilmen, dat is totaal iets anders. Ik maak het niet mooier dan het is. Als filmmaker hoop ik op dit spoor verder te gaan: juist de andere kant laten zien van verhalen die als nieuwsbericht in de krant eenduidig lijken, terwijl ze dat in werkelijkheid nooit zijn.’

Lieke Heil (21), regisseur documentaire Ik moet niks, waarin ze gedurende zes jaar een jongen volgt die opgroeit buiten een geijkt schoolsysteem)

‘Ik was 14 jaar toen ik Toebie en zijn ouders ontmoette, tijdens een vakantie met mijn ouders op Ibiza. We reden langs hun huis en zagen een bordje met de tekst: ‘Bye system, hello nature.’ Met daarnaast in het Nederlands: kom thee drinken. Toebie was toen 8 en hij kreeg thuisonderwijs. Dat maakte grote indruk, zo’n leven zonder school. De dag voor ons vertrek stelde ik een lijstje met interviewvragen op. Met een cameraatje ging ik nog eens naar ze toe. Toebies wereld was vergeleken met mijn leven zo anders, ik wilde er alles van weten.

‘Thuis liet Toebie mij niet los. Ik mailde direct zijn ouders: mag ik jullie de komende jaren blijven filmen? Dat vonden ze prima. Ze waren inmiddels terugverhuisd naar Nederland en ik logeerde vanaf toen ongeveer drie weken per jaar in hun schuur. Ik dacht nog niet aan een toekomst als documentairemaker, maar voelde wel vaker de behoefte om bijzondere verhalen met de rest van de wereld te delen. Zie het als een extreme versie van wat mensen tegenwoordig doen met Instagram, al stap ik daarbij het liefst uit m’n comfortzone. Zelf zat ik toen op het IVKO, een montessori-kunstvakschool in Amsterdam, waar ik in het examenjaar een documentaire maakte over een groep afgewezen asielzoekers. Ik was pas 17, maar werd met die documentaire als toelatingsfilm meteen aangenomen op de Filmacademie. Op dat moment was ik daar een van de jongste regiestudenten ooit.’ (Dana Nechustan en Tim Oliehoek werden ook aangenomen op hun 17de, red.)

Documentaireregisseur Lieke Heil. Beeld Marie Wanders

‘De leraren op school stuurden aan op een zo kritisch mogelijke versie van mijn film. Maar ik heb Toebie en zijn ouders ook zes jaar met bewondering bekeken. Dat was soms moeilijk, opeens kwam ik in het laatste jaar filmen met een crew en stond ik ook voor hun gevoel minder aan hun kant. Met Toebies ouders kon ik dat gelukkig bespreekbaar maken. Kritiek vinden we oké, zeiden ze, maar het is belangrijk dat je aan onze kant blijft staan. Dat vond ik fair. Ik wilde geen vooroordelen over alternatieve opvoeding bevestigen, maar in twijfel trekken. Het is niet de bedoeling dat je de indruk krijgt dat ze dagelijks tarotkaarten leggen. Een rechtszaak waarin vader Cor zelf pleit voor het recht op thuisonderwijs voor Toebie heb ik juist toegevoegd. Als je Toebies ouders tijdens het kijken zweverig vindt, dan wordt hierdoor hopelijk duidelijk dat het ook wijze mensen zijn.

‘In mijn eentje had ik het veel moeilijker gevonden om óók een kritische film te maken, maar ik wilde niet naïef zijn door die kanttekeningen weg te laten: zo zie je bijvoorbeeld dat Toebie op een gegeven moment moeite heeft met lezen. Door beide kanten te laten zien, door te bewonderen én kritisch te zijn, ontstaat uiteindelijk het interessantste beeld. Ik wil Toebie blijven filmen en weet nu nog beter hoe ik dat het beste kan doen.’

Max van Leeuwen (22), visual effects-supervisor voor Mania, The Underground en (Nader te bepalen), daarnaast op de aftiteling van 7 afstudeerfilms als visual effects-artist.

Mania is het grote visual effects-project van dit jaar, waarvoor ik samen met Suleiman Alaoui en Cyriel Verkuijlen de supervisie heb gedaan. Dat wil zeggen dat wij de link waren tussen alle makers van de visuele effecten en de regisseur, de cameraman en de scenarist. Als maker van visuele effecten denk en praat je doorgaans erg technisch, het is aan de supervisor om de ideeën van deze groep zo te verwoorden dat de regisseur daar het beste uit kan halen. Het is niet de bedoeling dat je steeds termen gebruikt waarbij je klasgenoten je met glazige ogen aanstaren: wat bedoelen ze nú weer? In het ideale geval maakt de supervisor zelf geen effecten, het is eigenlijk een coördinerende rol, maar dat is in Nederland niet realistisch. Je doet beide.

‘Als visual effects-maker doe je enerzijds werk dat vrijwel onzichtbaar is: voor de documentaire Ik moet niks heb ik bijvoorbeeld een aantal microfoonhengels weggepoetst die per ongeluk in beeld waren. Anderzijds maak je de zichtbare effecten, een fantasiewezen of een gebeurtenis die je in het echt nooit zou kunnen filmen. Daar hou ik als maker het meest van: het onmogelijke geloofwaardig maken. Ik kan enorm genieten van de absurde effecten die Paul Franklin als visual effects-supervisor verzorgt voor de films van Christopher Nolan: denk aan de stad die wordt dubbelgevouwen in Inception. Het is een droom om ooit met zo’n budget te mogen werken.

Special effects-maker/supervisor Max van Leeuwen. Beeld Marie Wanders

Mania speelt zich bijna helemaal af in zo’n gekke, onmogelijke fantasiewereld, die, zo ontdek je later, de wanen van een vrouw in een postnatale depressie voorstellen. Neem alleen al die zee van zand waarin het hoofdpersonage in de eerste scène komt aandrijven, het is geweldig om scènes zoals deze te mogen verzinnen. Ze gaan zoveel verder dan de gemiddelde ontploffende auto: die zandzee zegt iets over de gemoedstoestand van het personage, dat helemaal vastzit in haar gedachten. Zo’n moment komt voort uit lange brainstormprocessen met de regisseur en de scenarist. We wilden geen showcase van wat we allemaal kunnen, maar vroegen ons af: wat zou in dit verhaal interessant zijn om te zien?

‘Daarna zoek je uit wat haalbaar is. De scènes die je verzint moeten technisch mogelijk zijn, maar op tijd beginnen is minstens even belangrijk. Als je een film ziet met matige visual effects zegt dat niet per se iets over de technische middelen of de kunde van de makers, maar meer over de tijd die ze hebben gekregen. Het was in voorgaande jaren op de Filmacademie gebruikelijk om bij zware visual effects-films een paar dagen voor de eerste vertoningen nog aan effecten te werken. Dat is geen fijn gevoel, dan ben je de boel aan het afraffelen. Aan het begin van het derde jaar zijn we daarom al begonnen met het ontwikkelen van Mania: zo’n voorbereiding is op de Filmacademie echt bijzonder.’

Keep an Eye 

De afstudeerfilms van de Filmacademie zijn onder de noemer Keep an Eye tot en met 6 juli te zien in de Amsterdamse bioscoop Eye. Kaartjes kosten 6 euro, Cineville-pashouders kijken gratis. Vanaf 7 juli worden de films rond 23.30 uur uitgezonden op NPO 3, waarna ze te zien zijn via NPO Start.

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden