Review

Nieuwe leesideeën in Hoe lees ik?

Boekhandels sluiten, er wordt steeds meer op internet gelezen en lange stukken worden door het gros van de mensen slechts gescand.

Boekomslag. Beeld
Boekomslag.Beeld

Zo niet door uitgeefster Lidewijde Paris. Als je leest zoals zij, doe je dat met volle aandacht, een potlood in de hand en puntjes, onderstrepingen, lettercodes en smileys. Zinnen die je niet meteen doorgrondt, lees je gewoon opnieuw. Paris zet deze leeswijze uiteen in Hoe lees ik?, het boek dat ze schreef na 25 jaar manuscripten lezen voor uitgeverijen, romans recenseren, korte verhalen bespreken op de radio, schrijvers interviewen en leesworkshops geven - en na geregeld de vraag te hebben gekregen: hoe lees jij eigenlijk?

Paris ziet een roman als een Rubiks kubus. 'Wie de kubus met gemengde zijden mooi vindt, laat hem lekker zoals hij is', schrijft ze in haar voorwoord. 'Wie nieuwsgierig is, gaat ermee aan de slag. Dat draaien met de kubus wil ik laten zien.' Aan de hand van romanfragmenten en integraal opgenomen verhalen laat Paris zien welke 'stille signalen' een schrijver de lezer geeft, wat het effect daarvan is en wat je daar vervolgens mee kunt doen.

Hoe lees ik? heeft bij vlagen iets schools, omdat Paris gebruik maakt van in de literatuurtheorie gehanteerde begrippen en die op een soms kinderlijke manier uitlegt, zoals het woord 'perspectief': 'Om te onthouden: het woord bestaat uit twee delen: per = door of via (denk aan: ik stuur het je per brief); en spectief, van spectare = kijken (spectator, in het Engels meer gebruikt dan bij ons, is 'toeschouwer').' Dat is niet erg, omdat Paris verder zo enthousiast, goed en humoristisch vertelt. Ze legt helder uit waarom een boek als De Da Vinci Code spannend is en slim in elkaar gezet en geeft mooie analyses van korte verhalen als 'April' van Olaf Olafsson en 'Nader' van Sanneke van Hassel.

Lidewijde Paris, Hoe lees ik? Non-fictie. Nieuw Amsterdam; 288 pagina's; euro 17,99.

Af en toe draait de Rubiks kubus iets te ver door. Bijvoorbeeld wanneer Paris de eerste bladzijde van Jens Christian Grøndahls roman Dat weet je niet bespreekt. 'Toen de tunnel een bocht maakte, ging David vlug rechtop zitten', luidt de openingszin. Daar zit een tegenstelling in, merkt Paris op ('bocht' en 'rechtop': gebogen tegenover recht), en vervolgens ziet ze overal tegenstellingen opdoemen: de hoofdpersoon is in Londen op bezoek, terwijl hij in Kopenhagen woont; hij heeft een warme jas aan omdat hij dacht dat het koud zou zijn, etc. Paris wil niet normerend zijn: iedereen mag van haar lezen hoe hij of zij wil, ze hoopt alleen dat haar visie nieuwe leesideeën of -mogelijkheden brengt. Dat is heel goed gelukt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden