Profiel TapasTheater in Amsterdam

Nieuwe initiatieven als het TapasTheater bieden een podium voor minder gevestigde namen

Het Amsterdamse theater wil niet alleen een nieuwe groep makers, maar ook een nieuw publiek aanspreken.

Toeschouwers aan tafel bij zanger en acteur Gerben Grimmius voor zijn korte voorstelling Wat een feest in het TapasTheater. Beeld Simon Lenskens

In een klein zaaltje in de kelder van het TapasTheater in Amsterdam-Oost staat een feestelijk gedekte tafel, vol taarten en champagne. Met een feesthoedje op vraagt zanger en acteur Gerben Grimmius (36) zijn zeven toeschouwers bij hem aan te schuiven voor zijn korte voorstelling Wat een feest.

Normaal gesproken speelt Grimmius in grote musicals en is de zaal voor hem weinig meer dan een ‘zwart gat’. Nu wilde hij het eens helemaal anders aanpakken: kleinschalig en intiem. Zittend aan het hoofd van de tafel zingt hij een lied over de pijnlijke gesprekken die hij moest voeren nadat hij te horen had gekregen dat hij hiv heeft – gesprekken met potentiële geliefden, met onwetende huisgenoten die zeiden dat ze de handdoeken voortaan apart zouden wassen. Na afloop blijft het publiek, zichtbaar onder de indruk, nog even zitten om na te praten.

Alternatieve initiatieven

Voor theatermakers die willen experimenteren met nieuwe vormen of die nog aan het begin van hun carrière staan, kan het moeilijk zijn een podium te vinden. Nog slechts drie productiehuizen krijgen rijkssubsidie, en volgens het Sectoradvies Theater, dat de Raad voor Cultuur in februari 2018 uitbracht, heeft dat geleid tot een noodzaak voor nieuwe makers om zich flexibel op te stellen. De Raad verwacht dat, naast de talentontwikkelingstrajecten van het Fonds voor de Podiumkunsten en een aantal grote gezelschappen als Oostpool en Toneelgroep Amsterdam, de komende jaren allerlei alternatieve initiatieven zullen opkomen.

Een daarvan is het TapasTheater, dat in augustus de deuren opende en minder gevestigde namen de kans biedt hun werk een maand lang te laten zien. Op de begane grond bevindt zich een café, in de kelder zijn drie kleine ruimtes waar theatermakers, dansers en cabaretiers elk vier keer per avond een show van twintig minuten opvoeren. Initiatiefnemer Tessa Harmsen (37) wil hiermee niet alleen een nieuwe groep makers, maar ook een nieuw publiek aanspreken. Tijdens haar werk als marketeer in de theatersector ontdekte ze dat veel mensen wel graag naar het theater willen, maar dat in de praktijk toch niet doen, vertelt ze. ‘Naar een avondvullende voorstelling gaan wordt vaak als stressvol ervaren: je moet vroeg eten om op tijd in de zaal te zitten, je moet je lang achter elkaar concentreren en er blijft weinig tijd over om bij te praten. Bovendien zijn veel mensen bang dat ze met een verkeerde keuze hun hele avond zullen verdoen.’

Flexibel

Het TapasTheater wil daarom vooral flexibel zijn. Tussen de optredens door (een kaartje kost 7 euro) trekken de gasten zelf hun eten uit de muur. Naast de bar, tegen de achterwand van de zaak, zit een automatiek zoals we die kennen van de Febo, maar dan gevuld met hapjes van traiteur Foodies. De houten tafeltjes in het café zijn niet te reserveren, waardoor je steeds ergens anders zit. Door de losse optredens en hapjes doet een avond hier denken aan theaterfestival de Parade.

Voor de ‘niet-theaterganger’ die Harmsen wil aanspreken, moet de programmering verrassend zijn, maar wel toegankelijk. Opzettelijk ongemakkelijk theater is hier niet de bedoeling. Bij de selectie van makers die hun idee pitchen – voor de periode januari t/m maart waren dat er rond de vijftig – let Harmsen ook op hun motivatie om hier te spelen. ‘Ik vind het mooi als ze hier iets maken dat afwijkt van hun andere werk, iets dat speciaal voor TapasTheater is bedacht.’ Zo transformeerde zangeres en musicalactrice Michelle van de Ven de kleine ruimte tot een gevangeniscel voor haar monoloog Schuldig bevonden. Cabaretier Benjamin van der Velden maakte van het zaaltje een metrocoupé, die op 31 december om kwart voor 12 met een klap stil komt te staan in een tunnel, wat hem de kans geeft met zijn medepassagiers het jaar door te nemen.

Makers ontvangen 50 procent van de opbrengst uit de kaartverkoop; bij vier keer een volle zaal is dat 140 euro per avond. Geen vetpot. Maar het theater biedt minder gevestigde namen ook de gelegenheid intensief te oefenen met nieuw materiaal. ‘Ik ken geen andere plek waar je een maand lang zo veel kunt spelen’, zegt Van der Velden (28). En nee, het is niet altijd makkelijk om op te treden op een meter afstand van je toeschouwers, maar ‘daar word je hard van’. Ook Grimmius vindt het leerzaam om meteen de reactie van het publiek te zien. ‘Ik speelde een keer voor maar twee mensen, een stelletje. Ze vonden het ontzettend ongemakkelijk om daar alleen met mij te zitten en dat zeiden ze me ook. Toen heb ik het interactieve gedeelte van de voorstelling wat beperkt. ’

In het café op de begane grond zit ook zangeres Marcella Wisbrun, die deze maand in TapasTheater liederen van Antônio Carlos Jobim zal zingen, met Nederlandse teksten van Jan Boerstoel. ‘Weet je waarom ik het hier ook zo leuk vind?’, zegt Wisbrun, terwijl ze wijst op haar vriend. ‘Voor hem is een voorstelling van twintig minuten perfect. Langer dan dat kan hij zich echt niet concentreren.’

Springplanken

Theatermakers die geen groot gezelschap of productiehuis achter zich hebben, beginnen vaak op theaterfestivals. Bij onder meer het International Theatre School Festival en bij Over ’t IJ in Amsterdam kunnen net afgestudeerde makers terecht. Voor bijvoorbeeld Fringe Festival (Amsterdam), Festival Hongerige Wolf (Oost-Groningen) en studentenkamerfestival Stukafest (in 13 studentensteden) kan iedereen zich aanmelden. Wie wordt geselecteerd voor het Café Theater Festival in Utrecht en Tilburg krijgt er coaching bij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden