Recensie Rotterdams Philharmonisch

Nieuwe dirigent Rotterdams Philharmonisch moet zichzelf nog bewijzen (drie sterren)

Een symfonie meer is dan een snoer van mooie momenten.

De nieuwe Rotterdamse chef-dirigent Lahav Shani. Beeld Hans van der Woerd

Koperfanfares kaatsen door de marmeren entreehal van de Doelen. Het Rotterdams Philharmonisch Orkest onthaalt zijn nieuwe chef. Lahav Shani heet hij, spreek uit LA-haf-fe sha-NI. Rond de 29-jarige Israëliër heerst al weken opwinding. Hij is de jongste chef ooit in Rotterdam, opvolger van de vermaarde maestro’s Valery Gergjev en Yannick Nézet-Séguin, een beschermeling van de muziekkolos Daniel Barenboim.

In juni 2016 kwam Shani langs als gast, twee maanden later tekende hij het chefscontract. Zo rap kan het gaan, als een orkest en een dirigent de energie en emotie voelen stromen. Komt bij dat de jongedirigentencarrousel tegenwoordig snel draait. Eén dag te laat en de kandidaat is gevlogen.

Die voorgeschiedenis weegt mee, als Lahav Shani zaterdagavond aantreedt voor zijn inauguratieconcert. Stoer postuur, volle baard: op de bok stapt een vent om wie je niet heen kijkt. Met het eerste stuk oogst Shani meteen sympathie. In de uitverkochte zaal zal hooguit een handvol luisteraars ooit het magnifieke Scherzo nr. 2 hebben gehoord van de Nederlandse componist Léon Orthel (1905-1985). Er zit een spannende, Soldaat van Oranje-achtige marsritmiek in. En wat een fijn, impressionistisch waas legt Shani over de violen.

De eerste twijfel komt bij Beethoven. De solist in het Derde pianoconcert, Shani’s mentor Daniel Barenboim, heeft als klavierspeler de reputatie van een sloddervos. Hij maakt weinig misslagen, maar zet Beethoven wel klem in een schema. Er klinkt óf gedaver, óf gemijmer, en nogal vaak de stoplap van een triller die met gul pedaal oplost in een klankwolk.

Shani’s lichaamstaal wekt intussen verbazing. Die is niet subtiel, noch veelzijdig. Op zware accenten stoot hij zijn dirigeerstokje als een driftige papierprikker naar beneden. Bij een climax lijkt Shani in dienst van de firma Hakken & Maaien. Staat tegenover dat hij zijn handen maar in de zweefstand hoeft te zetten, of de orkestklank verheft zich gewichtloos.

Met Lahav Shani hebben de Rotterdammers gekozen voor een bezweerder. Zijn kracht ligt niet in details, maar in magie. Als de dirigent en het orkest op dezelfde spirituele golflengte zitten, lijkt de gedachte, wordt een tutti-inzet vanzelf messcherp.

Nou ja, bijna dan. In de Vijfde symfonie van Sjostakovitsj lijkt alles wat voorganger Nézet-Séguin in tien jaar tijd aan precisie in het orkest heeft gestopt, alweer verdampt. En als een symfonie meer is dan een snoer van mooie momenten, zeg een spannend verhaal met opbouw en catharsis, heeft Shani nog huiswerk te doen.

Natuurlijk, hij begint net. Die jongen moet nog 30 worden, geef hem de kans. Doen we. Maar het is geen uitgemaakte zaak dat de Rotterdammers met Shani de juiste chef hebben gekozen.

De nieuwe Rotterdamse chef-dirigent Lahav Shani. Beeld Hans van der Woerd

Orthel, Beethoven en Sjostakovitsj, door het Rotterdams Philharmonisch Orkest o.l.v. Lahav Shani, met Daniel Barenboim (piano). Rotterdam, de Doelen, 29/9. Radio4.nl, 7/10.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.