recensie architectuur

Nieuwbouwwijk Leidsche Rijn heeft eindelijk een hart, nu nog een ziel

Stedenbouwkundige Jo Coenen ontwierp een winkelcentrum met de allure van Parijs en Florence, maar de alledaagse charme ontbreekt.

Het Brusselplein, het centrale plein van Leidsche Rijn Centrum, met winkels, woonruimte en kantoren en daaronder een immense parkeergarage voor ruim tweeduizend auto’s. Beeld Luuk Kramer

Leidsche Rijn Centrum, 2011-2019 ★★★☆☆

88 duizend vierkante meter winkels, 10 duizend vierkante meter horeca, 10 duizend vierkante meter kantoren. 762 appartementen, 2100 parkeerplaatsen, bibliotheek en wijkcentrum

Opdrachtgever: Gemeente Utrecht

Stedenbouwkundig Ontwerp: Jo Coenen Architects & Urbanists

Landschapsarchitect openbare ruimte: Lodewijk Baljon Landschapsarchitecten

Projectarchitecten: Cruz y Ortiz Arquitectos, AWG architecten, Kollhoff Architecten, Geurst & Schulze, DOK architecten, Kokon Architectuur & Stedenbouw, DeZwarteHond en rphs+

Honderdduizend inwoners zal de Utrechtse nieuwbouwwijk Leidsche Rijn over een paar jaar tellen; evenveel als Delft of Leeuwarden. Er is een theater, een megabioscoop en een stadspark met het formaat van Central Park in New York. En toch heet het geen stad, maar ‘de grootste Vinexwijk van Nederland’. Want een stad is geen stad zonder hart.

Twintig jaar nadat de eerste huizen verrezen is dat er nu eindelijk: Leidsche Rijn Centrum. Niet zomaar een straat met winkels; hier kun je flaneren over de Parijsboulevard en de Wenenpromenade, om neer te strijken op een bank in het Hof van Bern. Straatnamen die alles zeggen over de ambitie van architect en stedenbouwkundige Jo Coenen. Met de statige Parijse allees en het kunstmuseum Uffizi in Florence in zijn achterhoofd boetseerde Coenen de gevraagde winkelruimtes en horeca, met daarboven kantoren en appartementen tot zeslaagse bouwblokken met colonnades en een kroonlijst waarop in koeienletters het bouwjaar prijkt: MMXVIII.

Een ‘historisch’ centrum in de traditie van de Europese stad moest het worden, dat organisch lijkt te zijn gegroeid; vandaar dat de blokken zijn opgeknipt in panden, ontworpen door verschillende architecten. Een centrum om te winkelen, dat tegelijk identiteit zou geven aan deze uit het niets opgetrokken wijk.

Maar of ‘het tweede stadshart van Utrecht’ net zo’n geliefde bestemming zal worden als de genoemde voorbeelden, valt te bezien.

Het begint ermee dat Leidsche Rijn Centrum, anders dan de naam doet vermoeden, niet midden in de wijk ligt, maar in de oostelijke hoek. Een heel eind lopen als je aan de andere kant van het centrale Maximapark woont; dan ga je eerder naar winkelcentrum Vleuterweide. Maar door de ligging pal aan de A2 en station Leidsche Rijn is het goed bereikbaar met het ov en de auto. Onder het hele winkelgebied is een immense parkeergarage aangelegd, met een straat van waaruit vrachtauto’s de winkels via de kelder bevoorraden. De bovengelegen straten zijn zodoende autovrij, en dat is een troef in een buurt waar veel jonge gezinnen wonen. Op het centrale Brusselplein springen kinderen op blote voeten rond de fontein, terwijl hun ouders ontspannen genieten van een kop koffie op een terras.

Maar de ondergrondse garage, waar ook de bewoners van de appartementen hun auto en fiets parkeren, kent ook een nadeel: hij zuigt leven weg uit het winkelcentrum. Bewoners nemen nemen de lift naar beneden en rijden weg; de voordeur aan de straat wordt beperkt gebruikt. Leveranciers laden en lossen in de betonnen catacomben, waar je geen praatje met ze kunt maken. Juist omdat Coenen verwijst naar steden die allure combineren met alledaagse charme – de steeg achter het restaurant waar de kok een sigaretje rookt, balkons waar de was uithangt – ervaar je dat als een gemis. Leidsche Rijn Centrum kent geen achterkanten; het is een perfect decor.

Die perfectie dwingt bewondering af, zeker als je bedenkt dat dit project gebouwd is in de crisisjaren en de nodige bezuinigingen heeft doorstaan. Dat is niet aan de architectuur af te zien; met zijn natuurstenen straatgevels, glooiende bakstenen balkons en erkers oogt Leidsche Rijn Centrum rijk. Het oorspronkelijke idee om een even rijk winkelaanbod te realiseren, met ‘struinstraatjes’ vol boetiekjes, bleek evenwel onhaalbaar; uiteindelijk domineren de grote winkelketens. Maar voor bezoekers is gezelligheid tegenwoordig het belangrijkste. Winkelen doen we steeds vaker online, ‘naar de stad’ gaan we voor de sfeer, om mensen te ontmoeten, straatartiesten te zien – iets te beleven. Vooral daar schort het hier nog aan.

Op een zonnige zaterdagmiddag ogen de royaal bemeten openbare ruimten kaal, en op de spelende kinderen na gebeurt er weinig. Hopelijk zal de tijd daar verandering in brengen; de bomen moeten immers nog volgroeien en de bewoners – voor hun boodschappen jarenlang op andere winkels aangewezen – hun weg naar deze plek vinden. De markante bibliotheek met wijkcentrum, die deze week is geopend, gaat daarbij ongetwijfeld helpen. Leidsche Rijn heeft een hart, nu nog een ziel.

De iconen van Leidsche Rijn

De Europese steden waardoor Jo Coenen zich liet inspireren, beschikken allemaal over een of meerdere gebouwen waardoor je direct weet waar je bent: Florence heeft zijn Duomo, Parijs de Eiffeltoren. De iconen van Leidsche Rijn Centrum zijn de overkapping van het busstation, een constructie van stalen ‘stelen’ met witte  ‘kelken’ van zeildoek (ontwerp: Annebregje Snijders) en De Verrijking, zoals de natuurstenen bibliotheek met wijkcentrum op het Brusselplein heet. Bureau Rapp+Rapp liet zich voor het ontwerp onder meer inspireren door architect Gunnar Asplunds openbare bibliotheek in Stockholm uit 1920. De Verrijking kent eenzelfde geometrische opbouw: de onderbouw met de bibliotheek is een doos, daarop rust het trommelvormige wijkcentrum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden