Nieuwbouw in het ritme van de buurt

ARCHITECTUUR

12 studentenwoningen en bedrijfsgebouw met parkeergarage; architect: Faro, opdrachtgever: De Principaal, gereed: najaar 2001, zomer 2002.

De Hoogte Kadijk in Amsterdam is bijna net zo oud als de Jordaan, heeft eenzelfde afwisselende bebouwing en een deel ervan is ook in slechte staat. Dat geldt voor de straat, maar ook voor de achterliggende kade.

Zoals de naam al zegt, is de Hoogte Kadijk een dijk, hij ligt vlak onder de Nieuwe Vaart. Daarlangs waren vanouds de grotere bedrijven: een brouwerij, werven, loodsen, waarvan de een na de ander vertrok. Wat bleef is een buurt die nieuwbouw behoeft, maar die daar tevens lastig te realiseren is. De straat en de wegen erheen zijn smal.

Toch zijn hier onlangs twee nieuwe gebouwen neergezet die precies in het ritme van de buurt passen. Op nummer 25 kwam een paar jaar geleden al het eerste project gereed, van architectenbureau Claus en Kaan: twee smalle huizen met samen negen studentenwoningen.

En nu is op nummer 171/177 een vergelijkbaar blok gebouwd: twaalf woningen in twee huizen, ditmaal van Faro architecten. In beide gevallen is de opdrachtgever De Principaal, projectontwikkelaar van Lieven de Key, een corporatie met veel liefde voor de oude stad, die twaalf jaar geleden op de Hoogte Kadijk al haar hoofdkantoor bouwde.

Het jongste project heeft een extra kwaliteit: het toont hoe een slimme combinatie van functies zelfs rendabele woningbouw op zo'n ingewikkelde locatie mogelijk maakt. De woningen zijn onderdeel van een groter plan, met een bedrijf langs de Nieuwe Vaart en een kantoor onder de woningen. Precies de mengelmoes die dit gebied altijd had.

Architectenbureau Faro, in 1991 opgericht, was een gelukkige keus. Dit bureau afficheert zich als 'kleermakers die het als hun lol beschouwen voor iedereen, dik of dun, mooi of lelijk, het juiste pak te maken.' Zij ontwierpen eerder woningbouw op Borneo-Sporenburg en in Almere's bouwexpositie 'Gewild Wonen'.

De werkwijze van Faro blijkt aanstekelijk inventief. Op de Hoogte Kadijk staan veel oude panden die, elk voor zich, juist níet zijn aangepast aan dat van de buren. Bouwhoogte, raam-indeling, alles varieert. Voor de architecten aanleiding om de woningen te verdelen over een breed en een smal blok, gescheiden door een heuse steeg (een vroegere brandgang, dwars door de locatie).

Vooral die steeg is een gouden greep. Hij maakt de woningen bijzonder: een aantal kamers heeft zijramen. Bovendien biedt hij plaats aan een open trap, naar galerijen aan de achterkant, waardoor een inpandig trappenhuis overbodig is en de woningen extra ruim zijn. Zelfs kon Faro het linkerhuis hoger maken dan het rechter. Dat was uitsluitend bedoeld om de grote variatie in de straat te behouden en leverde geen extra woning op. Al profiteert ook hiervan een bewoner: het hoogste appartement heeft een entresol en een dakterras.

Ook het bedrijfsgebouw aan de Nieuwe Vaart is verrassend. Het programma (parkeergarage, opslagruimte, verhuurkantoor) was weinig inspirerend, de omgeving des te meer. Hier, aan het water, hangt bij wijze van spreken nog de geur van teer en hout. Er varen nog boten langs, er staan nog loodsen. En daarom koos Faro voor gevels van cortenstaal.

Dit bijzondere materiaal ziet eruit als oud roest en is toegepast als massief materiaal voor de bovenste twee etages, en in geperforeerde vorm voor de parkeergarage. Vanaf het water lijkt het één dichte doos terwijl de garage toch echt een fantastische ventilatie heeft. Dat geeft een krachtige hoofdvorm die overigens wel ten koste is gegaan van de binnenkant.

Hier zijn de werknemers door het eenzijdig uitzicht (beide zijkanten zijn van glas, maar slechts een ervan staat vrij) genoopt om in één transparante ruimte te werken. En de metalen wandbekleding - geperforeerd roestvrij staal met blauw doek erachter - mag dan wel het nautische karakter versterken; voor een kantoor is het vrij koud en hard.

Fijner is de plek waar bedrijf en woningen samenkomen. Dit is een knooppunt, door Faro terecht met zorg gemaakt. Feitelijk is het niet meer dan een hal, met een trap naar opslagruimte en kantoor. Maar tegelijk is het een plek waar het meest fascinerende deel van de stad is te zien: de achterkanten - de tuinen, daken, uitbouwsels, balkons. De hal is precies zo vormgegeven dat je dáárop uit kunt kijken. En het dak dient hetzelfde doel. Dit is bovendien zo bekleed dat de studenten het moeiteloos, zij het niet officieel, in gebruik kunnen nemen als dakterras. Een gratis verlengde van hun kleine balkons. Zo hoort dat, in een stad.

Hilde de Haan

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden