Nieuw werk met modern klassieke musici: Indieclassical is geboren

Natuurlijk, we kenden de Amerikaanse indieband The National als een gezelschap dat het orkestrale geluid niet schuwt. Dat fijn gearrangeerd drama in haar sombere gitaarmuziek steekt en de piano soms de route laat uitstippelen.

The NationalBeeld ANP

Maar op het Holland Festival van vorig jaar lieten de gebroeders Aaron en Bryce Dessner, de gitaristen van The National, een heel ander klassiek gezicht zien. In de productie The Long Count, een multimediaal muziektheaterstuk over het ontstaan van de tijd, speelden de broers naast een 12-koppig orkest en vocalisten als Matt Berninger, ook van The National, en Kelley Deal van The Breeders een liederencyclus waarop nog het best het etiket 'minimaal hedendaags' geplakt kon worden.

Hoge Kunst
The Long Count, dat in tournee de wereld over ging, werd niet helemaal begrepen. 'Je bent voortdurend op zoek naar betekenis, maar waarschijnlijk is die er helemaal niet', schreef een Amerikaanse recensent. 'Ze moeten zo nodig Hoge Kunst maken', klonk het door in Nederlandse kritieken.

De Volkskrant stelde op Spotify een indie-classical playlist samen, met werk van de Radiohead-gitarist Jonny Greenwood, de gitarist en componist van The National Bryce Dessner, componist Nico Muhly en Sufjan Stevens.

Geslaagd of niet: The National toonde met The Long Count wel aan over een brede muzikale blik te beschikken. Dat hadden ze al eerder bewezen, bijvoorbeeld met projecten voor het Eindhovense festival Cross-linx dat sinds de eeuwwisseling probeert popmuziek aan klassiek te verbinden.

De broers Dessner, waarvan Bryce morgen in Eindhoven het ambitieuze project Planetarium in wereldpremière ziet gaan, kunnen worden gezien als vaandeldragers van een lichting muzikanten die steeds soepeler opereert in klassieke en orkestrale omgeving. Vrijdenkers, die samenhokken met modern klassieke componisten als de Amerikaan Nico Muhly.

De lijnen tussen de muzikale genres worden de laatste jaren driftig weg gegumd en er staat ons hokjesdenkers nog wat te wachten de komende tijd. Allereerst dus het werkstuk Planetarium, gemaakt door Bryce Dessner en diens huisvriend Sufjan Stevens. Het stuk werd geschreven in opdracht van het Muziekgebouw Eindhoven.

Schrik niet van de bezetting: zeven trombones, vier strijkers, een toetsenist, drumcomputer en gitaar. Het project verhuist van Eindhoven naar het Amsterdamse Muziektheater en dan naar het Londense The Barbican en het Sydney Opera House.

Nog wat voorbeelden van de hausse aan nieuwe muziek. De Poolse modern klassieke componist Krzysztof Penderecki komt met een cd met de gitarist van Radiohead, Jonny Greenwood (zie inzet).

Op de komende editie van het Holland Festival zal deze Greenwood aantreden met eerdergenoemde Bryce Dessner. Het Amsterdam Sinfonietta zal dan werk van de twee uitvoeren zoals Greenwoods ongrijpbare Popcorn Superhet Receiver.

En dan is er nog de Faeröerse songwriter Teitur, die alle muzikale grenzen doorbreekt met werk dat hij schreef in opdracht van het Nederlands Blazers Ensemble. Vervolgens mogen ons ook nog verheugen op een stroom neo-klassieke popmuziek van pianisten als de Amerikaan Peter Broderick en de Duitser Nils Frahm.

Spotify
Waar danken we die opkomende beweging van de 'indie-classical' aan, zoals de stroming in New York wordt genoemd? Frank Veenstra, drijvende kracht achter het festival Cross-linx en artistiek manager van het Eindhovense Muziekgebouw, zoekt de verklaring in niets minder dan de tijdgeest. 'In een tijd waarin werkelijk alles vierentwintig uur per dag beschikbaar is, dankzij internet, verdwijnt de hokjesgeest', zegt hij. 'Vroeger kon je je onderscheiden met je muzieksmaak, je was bijvoorbeeld een new waver, tegenwoordig doet zoiets er niet echt meer toe. Men zoekt niet meer naar muziek in een bepaalde stroming maar naar kwaliteitsmuziek die een diepere ervaring kan bieden.'

Zo kan een muzikaal bovengemiddeld geïnteresseerde volgens Veenstra op Spotify snel schakelen tussen Bartók en The National, zonder nu het idee te hebben enorm grensverleggend bezig te zijn. Die vanzelfsprekendheid ziet Veenstra terug bij een generatie popmusici met gelijkgestemde muzikale opvattingen, die worden vertolkt bij pop, jazz en hedendaags klassiek. Tot welke bloedgroep ze behoren, doet er bij de artiesten ook niet meer toe.

Rockband
De bereidheid van popmusici om zich te wagen aan modern klassiek materiaal moet door de noodlijdende klassieke beroepsgroep worden ervaren als een geschenk uit de hemel, erkent Veenstra: 'Er is natuurlijk iets aan de hand in de klassieke sector. We kunnen wel stellen dat de klassieke muziek zoals we die nu kennen over een aantal jaren een veel minder prominente plek in het culturele aanbod zal hebben.'

Oorzaak: vergrijzend publiek, afnemende interesse bij de jonge doelgroep. Gevolg: lege zalen, zeker bij 'moeilijk' hedendaags. Vandaar dat de zalen en de klassieke labels de poorten wijd opengooien voor componeertalent als dat van de Dessners, Greenwood, Teitur en bijvoorbeeld Tyondai Braxton van de innovatieve rockband Battles , plús het gevolg dat achter deze heren aanloopt.

Je zou bijna kunnen stellen dat de popmusici voor een karretje worden gespannen, ter popularisering van een muzikale bedrijfstak in het nauw. Veenstra: 'Je hoopt dat je een deel van dat nieuwe publiek blijvend aan je concertzaal weet te binden. Maar ik betwijfel of de gezelschappen of zalen om die reden willen samenwerken met jongens uit het popcircuit. Volgens mij gaat het puur om spannende muziek.'

De componisten uit de pophoek daarbij in een warm bad, aldus artistiek manager Veenstra, omdat er momenteel nauwelijks 'leidende nieuwe klassieke muziek' is. 'Bij nieuw werk van Steve Reich of Wolfgang Rihm loopt de zaal misschien nog net vol. Maar wij boekten onlangs de jonge IJslandse pianist Ólafur Arnalds van Erased Tapes, en zijn concert was uitverkocht.'

Kritiek op het versmeltingsdenken, zoals al geuit op de eerste hedendaagse projecten van The National, zal nog wel even aanhouden, uit beide kampen. Veenstra: 'In het klassieke huis zal men denken: het komt uit de pop, het zal wel niets zijn. Bij de pop zal gezegd worden: ze moeten zo nodig moeilijk doen. Maar dat zijn cynici. Zolang wij maar goede muziek te horen krijgen.'

Planetarium van Sufjan Stevens, Bryce Dessner en Nico Muhly met het New Trombone Collective en het Navarra String Quartet: wereldpremière Muziekgebouw Eindhoven, 07/04 (uitverkocht), Muziektheater Amsterdam, 08/04. Muziek van Dessner en Jonny Greenwood wordt in juni uitgevoerd op het Holland Festival.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden