Nieuw vaderland voor de muzen

Dronken in onsterfelijke inkt

Fens Kees

Na de drukte van het laatmiddeleeuwse leven, als beschreven door Herman Pleij in Het gevleugelde woord - Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1400-1560 is de literatuur, althans haar historie, teruggekeerd in de ernstige stilte van de bibliotheek, waar een overvolheid van boeken en niet, als in de stad van Pleij, een overvolheid van leven heerst.

De terugkeer voltrekt zich in het tot nu toe omvangrijkste deel, dat Een nieuw vaderland voor de muzen heet, de periode 1560 tot 1700 behandelt en geschreven werd door Karel Porteman van de universiteit van Leuven en Mieke B. Smits-Veldt van de universiteit van Amsterdam. Het stedelijk leven dat triomfen vierde in het deel van Pleij - de auteur kraaide enthousiast mee in het koor van de dichters en schrijvers - is hier onzichtbaar en onhoorbaar geworden. De traditie die Pleij doorbrak, wordt hier weer hernomen. Men krijgt een zeer dicht geschreven geschiedenis van schrijvers en werken te lezen, Noord en Zuid krijgen gelijke aandacht, een groots werk dat men ook als lezer 'aangaat' en dat soms het molensteenkarakter van de volledigheid heeft. Zo veel geleerdheid is zelden in twee geesten tegelijk gevaren.

De geschiedenis opent met het Antwerpse landjuweel van 1561 en sluit met de dood van de dichter en graveur Jan Luyken in 1712. Ongewild of niet wordt een grote continuïteit zichtbaar: het landjuweel was een demonstratie van de rederijkerskamers. Zij zullen zich de hele hier beschreven geschiedenis door manifesteren: zij zijn de broedplaatsen van literatuur, toneel en theorie.

Jan Luykens belangrijkste werk zijn zijn religieuze emblematabundels, die tot in de 18de eeuw lezers zullen blijven stichten. De hele eeuw zullen emblematabundels in vele soorten verschijnen, het afgebeelde een geestelijke betekenis gevend en de leer zichtbaar makend in het leven. Die overvloed aan emblemata laat de functie van de literatuur in deze eeuw zien: betekenis en moraal te tonen in de ontraadseling van afbeeldingen.

Dat gebeurde overigens iets minder nadrukkelijk buiten de emblematiek ook, zie de hele toneelcultuur van deze eeuw: ook hier moest achter het beeld een ander worden gezien.

Emblematisch, symbolisch, allegorisch, het moeten de trefwoorden van de eeuw zijn. De vrije vogels zijn in elk geval verreweg de mindere van de gekooide. Ze laten misschien ook het in wezen burgerlijke karakter van de literatuur zien; dat wordt ook zichtbaar in de rederijkerskamers. Dat godsdienst en nationalisme voor de inhoud vaak centraal staan, behoeft nu niet te verwonderen. De lezer van de bijna negenhonderd bladzijden krijgt een steeds meer gebonden geschiedenis voor zich: er vormt zich voor zijn ogen een eenheid, een zwaarwichtige eenheid, dat wel.

De eeuw wordt voor een groot deel op nog andere wijze bijeengehouden: door de grote vier, Cats, Hooft, Huygens, Vondel. De laatste twee zijn zeer oud geworden, Vondel bleef tot een paar jaar voor zijn dood actief als dichter. Cats schreef het succesrijkste werk van zijn tijd: hij bleef in dat werk de hele eeuw door aanwezig. De bewondering voor Hooft was met name onder dichters heel groot en ook dat de hele 17de eeuw door.

Huygens was te moeilijk om populair te zijn, maar hij had van de vier het meeste gezag. Vier dichters houden zo'n tachtig jaar literatuur samen. De auteurs hebben de eeuw in periodes verdeeld, wat de ontwikkeling - de poëticale ontwikkeling vooral - goed verduidelijkt, maar ook de alomtegenwoordigheid en invloed van de genoemde vier. Ik moet zeggen dat die verdeling door de auteurs met meesterschap is opgezet.

De geschiedenis, met een schuchter humanisme en andere voorzichtig uitgedrukte Renaissance-idealen, begint in de Zuidelijk Nederlanden, die bloeiden toen het eerste groen in het Noorden begon op te komen. De grote wending is natuurlijk 1585: de val van Antwerpen. Het Zuiden werd Spaans en bleef katholiek, het Noorden vocht door voor zijn bevrijding van Spanje en het katholicisme. Men ka

n zeggen dat het geloof het Zuiden de hele eeuw door literair in de schaduw houdt

Een allesbeheersende figuur is de jezuïet-dichter Poirters. Waar in het Noorden dichterlijke opvattingen en vernieuwingen, het werk van grote figuren, de alle kunsten stimulerende welvaart alles bindt, lijkt het Zuiden vooral het geloof te hebben. Maar de uitingen daarvan worden werkelijk schitterend beschreven, in hun innigheid, moralisme, mystiek (zonder aan de samenwerking van de twee auteurs iets af te doen, herkent men in de behandeling van het religieuze erfgoed Karel Porteman; de geest van het briljante stuk dat hij eens schreef over de begijnenliteratuur wordt hier weer zichtbaar). De Zuidelijke Nederlanden moeten nooit vromer zijn geweest - en sterker beïnvloed door grote religieuze schrijvers van elders dan in de 17de eeuw.

Er zit een aantal belangrijke vondsten in de geschiedenis van dit boek. Daar is allereerst de beschrijving van het belang en invloed van Zeeland in de vroegste jaren. Als het weer schuift de literatuur van daaruit op naar het Noorden, de cultuur gaat een natuurlijke weg! Het is prachtig beschreven. De tweede is die van alles beheersende kracht van het dichterschap van Vondel (mede zichtbaar gemaakt door de periodisering). Hij is als het ware teruggekomen als de grootste. Zijn werk krijgt ook soms diepgaande aandacht (wat over het werk van Hooft, diens lyriek en diens Historiën niet kan worden gezegd).

Uitstekend behandeld en uitvoerig binnen de tijd geplaatst wordt het werk van Cats, die hier binnen de literatuur wordt gehouden. Na die van Vondel is de behandeling van Huygens een tweede hoogtepunt. Hij kan voor mij niet genoeg geëerd worden; hij was gewoon een der allergrootste figuren van onze 17de eeuwse cultuur. Een belangrijke vondst is de canonisering in de eigen tijd te beschrijven. Die wordt zichtbaar in grote bloemlezingen, verzamelwerken en biografieën. Met name de grote biograaf van zijn tijd. Gerard Brandt, krijgt alle aandacht. Een laatste vondst is zeker dat de auteurs aan de laatste decennia het traditionele neergangskarakter ontnemen. Ze hebben voor de constantheid van de cultuur sterke argumenten. Overigens: de zorgvuldig beschreven nieuwe tijd, die van het Franse classicisme, die van de maakbare literatuur ook, de periode waarboven het spandoek met de tekst 'Nil volentibus arduum' hangt, zorgt na al het voorgaande voor een vorm van vervreemding bij de lezer, nu ook de literatuur vreemd gaat met Corneille en Racine.

De ontplooiing naar de nieuwe tijd toe in de Zuidelijke Nederlanden wordt heel fraai beschreven, maar het ontwaakproces in de Noordelijke Nederlanden wint het toch, met name in de behandeling van Coornhert en vooral Spiegel. Goed duidelijk wordt hoe het nieuwe zich ontvouwt, maar dat binnen de traditie van de rederijkers. Echt bevlogen begint de Noordelijke lezer te worden bij lezing van de tweede periode, 1600-1620. 'Amsterdam, een nieuwe Parnas' heet een paragraaf. Van nu af zal - ondanks heel mooie uitstapjes naar andere steden, niets en niemand wordt vergeten - voor een groot deel van de geschiedenis Amsterdam centraal staan, in een cultuur die nog altijd nawerkt. Een heel grondige beschrijving krijgt de ontwikkeling van het drama en dat moet gevolg van zijn het specialisme van de tweede auteur.

Ik schreef dat niets en niemand wordt vergeten. Ondanks het overvolle karakter van het boek en - prachtige - grote lijnen, krijgen ook mindere figuren bijzonder goede aandacht. Een van de mooiste stukken gaat over de priester-dichter Stalpert van der Wielen; ik acht dat stuk het beste dat over hem is geschreven. Heel goed is ook het stuk over die grote tegendraadse, Focquenbroch. Men kan geneigd zijn de kleinere snel te passeren, zoals bij een boek van deze omvang te gemakkelijk de bijzonderheid van de verwoording wordt veronachtzaamd. Ik citeer - met bewondering - een enkele passage:

'Bij de opening van Amsterdams Doorluchtige Schoole of Athenaeum I

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden